*** 22.02.04 *** http://www.carelschouten.com


< -- TERUG

1. Films
2. Tentoonstellingen
3. Recepten
4. Woord
5. Beeld

Hallo lieve mensen,

Daar ben ik weer na twee weken tijd! Ik moet eerlijk bekennen dat het me wel bevallen is, zo veertien dagen om met een nieuwe update te komen. Zo kon ik gelijk wat selectiever omspringen met mijn materiaal, dat af en toe eerlijk gezegd de pan uit rees. Ik heb getracht alles dat zich opeengehoopt heeft door een kritische zeef te halen en de lijvige brokken er hier en daar uit te ziften. Toch heb ik evengoed weer een degelijk gevulde update voor u ter lezing. En daarbij heb ik nu de tijd om dit weekend lekker veel films te zien en mij te verheugen op een familie-etentje, dat bekend staat als het "Treinenfeest" doordat het eten wordt opgediend op elektrische over de tafel rondrijdende speelgoedtreinen. En daarbij is het altijd smullen geblazen. En dat mag, daar ik in de weekends verlof heb van mijn dieet!

Ik baande mij deze week een weg door de renaissance en de nieuwe technieken en uitvindingen die in deze periode werden uitgevonden. Zoals ik in de vorige updatebrief al zei, is de renaissance een combinatie van de klassieken, de heidenen en het christendom. Een van de technieken is het sfumato (http://en.wikipedia.org/wiki/Sfumato), ofwel atmosferisch perspectief, waarbij door het schilderen van vervagende, vervloeiende omtrekken oneindige verte wordt gesuggereerd.
Ondanks de wijde verspreiding en het uniforme karakter van de renaissance zijn er ook verschillen. Zo werden globaal gesproken twee schildertechnieken gehanteerd: een waarbij de vormen tot stand komen door lijnen en een waarbij de vormen door kleur gerealiseerd worden. Van de eerste techniek is Botticelli een beoefenaar. Als we zijn Geboorte van Venus (http://www.ibiblio.org/wm/paint/auth/botticelli/venus/) bekijken, is duidelijk te zien dat alle vormen door lijnen omgeven zijn. Gesteld kan worden dat men in Florence, de woonplaats van Botticelli, hoofdzakelijk de lijnbenadering het uitgangspunt vormt, terwijl dat in Venetië de kleurbenadering is. Deze verschillen in aanpak bij het schilderen zijn te zien tot in de moderne kunst, bijvoorbeeld als men het werk van Gauguin met dat van Van Gogh vergelijkt.
Een belangrijke familie uit de renaissance waren de Medici (http://es.rice.edu/ES/humsoc/Galileo/People/medici.html), een bijzonder welgestelde bankiersfamilie met veel betrekkingen in de politiek. Zij hebben met hun geld de kunst een enorme impuls gegeven, zo waren zij de opdrachtgevers voor het beschilderen van de Sixtijnse kapel. Cosimo de Oude (http://www.kfki.hu/~arthp/html/p/pontormo/1/06cosimo.html) was een van de belangrijkste Medici. Hij wordt vaak afgebeeld met een laurierboompje, een symbool dat de familie heeft overgenomen van keizer Augustus en diens vrouw Livia. Een andere grote figuur uit de familie is Lorenzo de Prachtlievende, die - zoals zijn naam doet vermoeden - prachtige kunst in een hoog vaandel had staan en is geportretteerd door de weinig bekende Giorgio Vasari (http://www.kfki.hu/~arthp/html/v/vasari/lorenzo.html).

De humanisten zijn geleerden uit de renaissance die zich vooral kenmerken door vernieuwde studie van de Griekse en Romeinse wijsbegeerte, letteren en kunst. Daarbij stond de mens centraal. Volgens hen moest de kunstenaar een geleerde zijn met universele kennis van de wetenschap, nodig om waarheidsgetrouw te werk te kunnen gaan en kunst met een "grote K" te produceren. Hiermee zetten zij zich af tegen de Gotiek, een term die trouwens van Vasari afkomstig is. Het is eigenlijk een scheldnaam, afkomstig van het woord "Goten", barbaren afkomstig van boven de Alpen. Vasari noemde de gotische kathedralen afzichtelijk spits, hoog en voorzien van wanstaltige bogen. De grootste humanist was misschien wel Leonardo da Vinci (http://www.mos.org/leonardo/), een homo universalis met naast kunst, kennis van o.a. de anatomie, biologie en aërodynamica. In zijn kunst probeert Leonardo da Vinci door gebaren en houdingen de intentie van de menselijke ziel bloot te leggen. Ook staat hij bekend om zijn driehoekscomposities, drie figuren die tezamen een driehoek vormen, zoals in Sint Anna te drieën (http://www.euro-art-gallery.net/davinci/pages/ldv02.htm). Het beroemdste werk van Leonardo da Vinci en misschien wel van de kunstgeschiedenis is de Mona Lisa (http://www.ibiblio.org/wm/paint/auth/vinci/joconde/). Waarom heeft zij nu deze status gekregen? Is het door haar geheimzinnige glimlach? Volgens sommige kunsthistorici komt het doordat ze te individuele trekken heeft om een geïdealiseerd type te zijn, terwijl de idealisering tegelijkertijd zo sterk is dat het karakter erdoor verhuld wordt. Nogal cryptisch en paradoxaal, niet waar? Er zijn dan ook meerdere moderne kunstenaars die zich afzetten tegen het feit dat de Mona Lisa per definitie kunst met een grote K zou zijn.

Brunelleschi (http://www.mega.it/eng/egui/pers/fibru.htm) geldt als uitvinder van het perspectivisch tekenen en schilderen. Hij is bovendien beroemd om de gedurfde en originele ideeën achter zijn projecten (zoals de koepel van de Domkerk in Florence) en om de manier waarop hij op harmonische wijze de vormen van klassieke architectuur opnieuw vormgaf volgens een nieuwe tijdgeest. Brunelleschi werd opgeleid tot beeldhouwer en goudsmid in een van de Florentijnse werkplaatsen. Daarna heeft hij een aantal jaar in Rome doorgebracht waar hij zich met zijn vriend Donatello bekwaamde in de beeldhouwkunst en architectuur. Hij werd opgenomen in het gilde van goudsmeden, maar zijn interesse voor de wiskunde en de studie van oude gebouwen bracht hem uiteindelijk meer in de richting van de architectuur. Dit paste helemaal in de geest van de Renaissance, waarin je van alle markten thuis moest zijn om jezelf kunstenaar te noemen.

Michelangelo Buonarotti (http://www.michelangelo.com/buonarroti.html) kan gezien worden als een van de belangrijkste kunstenaars van de Italiaanse renaissance. Hij beschouwde zichzelf dan ook als een groot genie en erkende geen hogere autoriteit dan zichzelf. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij zijn hele leven in conflict was met zijn opdrachtgevers, hoofdzakelijk pauzen en kardinalen. Hij maakte wat hijzelf mooi vond en interesseerde zich niet voor de mening van anderen. Op de bovengenoemde site vindt u o.a. het sculptuur Bacchus, de uit de klassieken afkomstige god van de wijn. Ook vindt u er de Pietà, een beeld van Maria met de dode Jezus op schoot. Opmerkelijk is de prachtige manier waarop de draperieën zijn uitgewerkt en de typerende driehoekscompositie. Nog bijzonderder is dat Michelangelo dit meesterwerk al op 24-jarige leeftijd voltooide. Wat aan een Pietà altijd opvalt is dat Maria altijd als een jonge vrouw wordt afgebeeld en niet als een dame van vijftig tot zestig, die ze in werkelijkheid geweest had moeten zijn bij de dood van Jezus. Het beroemdste sculptuur van Michelangelo is David (http://www.artchive.com/artchive/M/michelangelo/david.jpg.html). Wat opvalt aan het beeld is het grote hoofd. Dit is bewust gedaan, rekening houdend met de geplande standplaats voor de Domkerk: van beneden bezien moest het hoofd duidelijk zichtbaar zijn. Uiteindelijk is het beeld er niet geplaatst en geëindigd in de Academia.
Alhoewel Michelangelo schilderen ondergeschikt aan beeldhouwen achtte, heeft de paus hem weten te strikken voor het beschilderen van de Sixtijnse kapel (http://www.christusrex.org/www1/sistine/0-Tour.html) in Rome. Hij heeft hier vier jaar aan besteed onder erbarmelijke omstandigheden waarover hij uitgebreid klaagde in brieven die aan ons nog overgeleverd zijn: daar het het plafond betrof moest hij liggend werken op een metershoge stellage, waarbij hij zich constant in een penetrante verfgeur bevond en niet even snel naar beneden kon om bijvoorbeeld naar het toilet te gaan.
Een ander groot fresco van Michelangelo is het Laatste Oordeel (http://www.abcgallery.com/M/michelangelo/michelangelo54.html). Een interessant detail is dat de naakte figuren erop ten tijde een nogal kuise paus 'aangekleed' werden met sluiertjes voor de edele delen. Dit was het werk van Daniele il Brachettone, vrij te vertalen als "Daniël de Broekenmans". Later zijn de broekjes overigens weer verwijderd.

Dan is er nog Rafaël van Urbino (http://www.kfki.hu/~arthp/html/r/raphael/), meesterlijk schilder en architect van de Italiaanse Hoog-Renaissance. Rafaël staat het beste bekend om zijn Madonna's en grote menselijke composities in het Vaticaan. Zijn werk wordt bewonderd om zijn helderheid van vorm en eenvoud van compositie, maar ook om het visueel bereiken van het Neoplatonistische ideaal (http://www.kheper.net/topics/Neoplatonism/) van menselijke grootsheid. Rafaël was een tegenhanger van Michelangelo in de zin dat hij een man van de wereld was, hij had direct contact met het volk om zich heen en verkeerde niet alleen in hoge pauselijke kringen. Karakteristiek voor Rafaël zijn de bolle, mollige kopjes - bijvoorbeeld in een van zijn werelds ogende Madonna's (http://www.kfki.hu/~arthp/art/r/raphael/1early/06madonn.jpg) - en de driehoekscompositie die Michelangelo ook hanteerde.
Hiermee sluit ik de beschrijving van mijn cursus kunstgeschiedenis aan de Volksuniversiteit Amstelland af. In toekomstige updatebrieven zal ik wellicht nog verwijzingen geven naar kunstsites over de periode van de barok tot het neoclassicisme en die bespreken, maar daarbij meer in eigen bewoordingen treden. Ook is het mogelijk dat ik deze plaats in mijn updatebrief zal reserveren voor verslagen van in het verschiet liggende met geesteswetenschappen te associëren cursussen, maar dan wel op een eigen manier, dus meer vanuit mijn eigen perceptie.

Het uitgaansleven waaraan ik vorige week deelnam was voor mijn doen bijzonder turbulent. Toch heb ik me strikt aan mijn dieet trachten te houden. Om te beginnen was er een optreden van de band Meringue (http://www.meringue.nl/) in het kader van een in Amsterdam gehouden popprijs. Het was voor mij toch wel een nostalgische aangelegenheid, daar ik ruim zes jaar geleden met de jongens van deze band heb opgetreden in een of ander vaag jeugdhonk. Ook de klanken van de af en toe ruige, maar bovenal zeer strakke muzieklijnen en het rauwe gebrul van de zanger deden me aan vroeger tijd denken. Ik hoop dan ook dat deze band die prijs in de wacht zullen slepen.
Voorts was ik uitgenodigd voor de zogenaamde valenwine party van de SIB (http://www.sibamsterdam.nl/NE/fotos.html) , waar twee van mijn makkers als dj zouden gaan draaien. Uiteindelijk leek het hele gebeuren niet door te gaan door organisatorisch falen. De feestcommissie liet zich echter niet uit het veld slaan en ging direct naarstig op zoek naar een andere lokatie. Zo belandden we eerst in een rokerig stinkend hol waar men hutje mutje op elkaar stond en vier pietermannen moest neertellen voor een miezerig plastic bekertje verzuurde wijn. Na op deze krocht te zijn uitgekeken, vervolgde de feestvierende meute zijn weg naar een ander café dat door enkele vastberaden partybeesten in een mum van tijd tot een dansvloer werd getransformeerd. Dus stoelen en tafels naar boven en een gezellig Russisch beatje er tegenaan. Het was alleen jammer dat ik tegen het eind van de avond platzak was en ik mij genoopt voelde het feestgedruis vaarwel te zeggen.

FILMS

Afgelopen week zag ik "Bloody Sunday" (http://www.paramountclassics.com/bloodysunday/) van Paul Greengrass. Het betreft een film die ons doet herinneren aan een tragedie die heeft plaatsgevonden op zondag 30 januari 1972 in het Noord-Ierse plaatsje Derry. Op deze dag zijn tijdens een geweldloze demonstratie door het Britse leger dertien betogers doodgeschoten en nog eens veertien gewond. In de film staat Ivan Cooper centraal, organisator van de vredelievende mars voor gelijke burgerrechten tussen katholieken en protestanten. De bedoeling is alle geweld tussen de verschillende partijen weg te bannen. Ondanks zijn overleg echter met de Unionistische autoriteiten en zijn pogingen om te onderhandelen met de Britse ordestrijdkrachten loopt de betoging uit op een bloedbad, dat sindsdien bekend staat als "Bloody Sunday".
Wat dit aangrijpende drama over een van de zwartste bladzijden uit de Noord-Ierse kwestie zo uitzonderlijk maakt is de buitengewone graad van echtheid. Voortdurend heb je de indruk dat je naar een authentiek nieuwsdocument zit te kijken en ervaar je bijna fysisch de hectische sfeer en de algemene verwarring die er toen in de straten heersten. Dat deze tragische gebeurtenis nog steeds actueel is blijkt uit een onderzoek ernaar, waaraan de Britse regering al 115 miljoen pond heeft gespendeerd (http://www.bloody-sunday-inquiry.org.uk/).

Dan is er nog het uitzonderlijke "Zatoichi" (http://office-kitano.co.jp/zatoichi/) van Takeshi Kitano. Zatoichi, gespeeld door Takeshi, is een blinde die zijn brood verdient met gokken en het geven van massages. Achter zijn nederig voorkomen schuilt echter een meesterlijk zwaardvechter, begiftigd met flitsende uithalen van adembenemende precisie. Zatoichi komt een stad binnengelopen die gedreven wordt door een criminele bende. Als hij het tegen de leden ervan moet opnemen maakt hij een voor een korte metten met ze door zijn razendsnelle zwaard. Ondanks dat hij blind is en langzaam loopt is hij in staat alles om zich heen tot in perfectie aan te voelen.
De figuur Zatoichi is een van de populairste personages uit de Japanse historische filmgeschiedenis. Talloze televisieseries en speelfilms gingen de versie van Kitano voor, maar de veelzijdige regisseur/acteur geeft veertien jaar nadat de laatste speelfilm verscheen zijn eigen draai aan deze 'jidaigeki' (periode-film). Met zijn herkenbare montage, ritmische tussendoortjes en flashbacks, slapstick-achtige humor en explosieve uitbarstingen van geweld drukt Kitano zijn stempel op Zatoichi.
Ik vond de film heel sterk door de compositie ervan, de presentatie van de personages en natuurlijk de weergaloze zwaardgevechten. De Nintendo-achtige computermuziek op de achtergrond past er goed bij. Een climax volgt na een opzwepende ritmische dans van de inwoners van de stad, door bloederig optreden van Zatoichi bevrijd van de criminele samoerai die aan het hoofd ervan hadden gestaan.

Als laatste de film "In the Cut" (http://www.sonypictures.com/movies/inthecut/) van Jane Campion gebaseerd op de bestseller van Susanna Moore. Hierin is Meg Ryan te zien op een manier die we van haar gewend zijn: figurerend in romantische komedies. In deze film laat ze een serieuzere kant van zichzelf zien. Ze speelt de eenzame New Yorkse docent Frannie Thorstin, die op een onverwacht moment in haar leven wordt geconfronteerd met de donkere kanten van lust en geweld. Nadat er in haar buurt een vrouw op gruwelijke wijze wordt vermoord, begint ze een gepassioneerde relatie met rechercheur Malloy (Mark Ruffalo) die belast is met deze zaak. Hoewel Frannie hun - zeker voor Amerikaans publiek - heftige vrijpartijen als grote bevrijding ervaart, begint ze al snel aan Malloys motieven te twijfelen en de gevaren van hun relatie in te zien.
De film ontstijgt mijns inziens het niveau van een standaard Hollywood thriller, o.a. door de van de vaste norm afwijkende perspectieven. De film gaat niet zozeer over de jacht op een brute seriemoordenaar, als wel over het roerige instabiele zielenleven van een vrouw. Daarbij worden de personages van Frannie, een vereenzaamde vrouw, en Malloy, een jonge Al Pacino, overtuigend neergezet. Tot slot zorgen de flashbacks in zwart-wit naar een schaatsbaan, waarop Franny's vader haar moeder het hof maakt, voor een romantisch kader om de film dat tevens onderstreept dat het om de verfilming van een roman gaat.

De James Bond film van deze week is "The Living Daylights" (http://www.imdb.com/title/tt0093428/), met Timothy Dalton als 007. Gewapend met messcherpe instincten en een 'licence to kill' gaat Bond de strijd aan met wapenhandelaren in een bliksemsnel verlopend avontuur. Timothy Dalton brengt heel wat energie en koelbloedigheid in zijn optreden als geheim agent. Nadat Bond de Russische officier Georgi Koskov (Jeroen Krabbé) helpt bij het uitwijken naar het westen, wordt geschokt gereageerd door de geheime inlichtingendienst. Bond komt in actie, waarbij hij de mooie Kara (Maryam D' Abo) op het spoor komt, die Bond net zo kundig bespeelt als haar cello. Als ze een ingewikkeld wapenprogramma met wereldwijde implicaties ontrafelen, worden ze gedwongen tot huiveringwekkende achtervolgingen, een ijzingwekkende ontsnapping uit de gevangenis en een episch gevecht in de Afghaanse woestijn met tanks, vliegtuigen en een legioen van vrijheidsstrijders te paard. Met de laatste foefjes van Q en de van gadgets uitgeruste Ashton Martin (http://www.astonmartin.com/) wordt het tegen het einde van de film een groot knallend spektakel met veel stunts, onverwachte wendingen en een aantal zinnenprikkelende ontmoetingen.
Ik vind deze eerste Bond film met Dalton al met al een goede opvolger van de reeks episodes met Roger Moore. Hoogtepunten zijn een wilde afdaling van een besneeuwde berg in een cellokoffer en het duel tussen een van de criminele trawanten en Bond op een grote jute zak die hoog in de lucht uit een vrachtvliegtuig bungelt. Een punt van kritiek is dat Dalton Bond nogal humorloos vertolkt, in tegenstelling tot zijn voorgangers Connery en Moore. Wel kan gezegd worden dat Bond hiermee dichterbij het originele personage uit de boeken van Ian Fleming komt te staan. Ik geef deze film een 8.
In de volgende update stop ik voorlopig met James Bond en begin ik de bespreking van de klassiekers van Frederico Fellini.

TENTOONSTELLINGEN

Zoals in de vorige update beloofd zal ik nu verslag doen van mijn bezoek aan de tentoonstelling "Het Russische Landschap" in het Groninger Museum (http://www.groninger-museum.nl/). Na het grote succes van de Repin- tentoonstelling in 2002 zet het Groninger Museum zijn ontdekkingstocht voort naar Russische kunst uit de 19e eeuw. Het resultaat hiervan is t/m 18 april a.s. te zien in de huidige overzichtstentoonstelling. Als het u niet lukt de tentoonstelling voor die tijd te zien, kunt u daarna terecht in de National Gallery te Londen, waar de expositie ook zal plaatshebben.
In de 19de eeuw ging de grote culturele bloei van Rusland gepaard met een hartstochtelijke zoektocht naar de eigen identiteit. Landschapsschilders speelden daarin een grote rol. Zij schilderden landschappen zoals die nergens anders in Europa zijn uitgebeeld. De eindeloze horizon, de ondoordringbare bossen, barre sneeuwwoestijnen, dreigende wolkenluchten en bovenal het bijzondere gebruik van licht, maken deze Russische landschappen onvergelijkelijk en indrukwekkend. De tentoonstelling concentreert zich op de drie grootste Russische landschapsschilders, Ivan Sjisjkin, Isaak Levitan en Archip Koeïndzji. Daarnaast is er ook ruime aandacht voor schilders die het werk van bovengenoemde schilders in een historische context plaatsen.
Wat mij met name aansprak, is de manier waarop een aantal Russische schilders het landschap op kundige wijze wisten te reduceren tot de essentie: weidse rivieroevers met slechts schaarse vegetatie of oneindig uitgestrekte bossen waarin de zich eindeloos herhalende berken slechts suggestief worden geschilderd. Ook wordt het boven besproken atmosferisch perspectief om dit doel te dienen gehanteerd. Er is ook een audiotour bij de tentoonstelling. Ik moet daar wel bij vertellen dat ik het niet altijd met de vertellingen eens was. Dit komt met name door het poëtische, af en toe wat opdringerige karakter ervan. De documentaire die in een videozaal vertoond wordt vond ik niet goed. Het was te fragmentarisch, het bij het landschap horende Russische volk werd slechts zeer kortstondig in beeld gebracht en sommige Nederlanders die deel uitmaken van de documentaire hadden ze misschien beter thuis kunnen laten.

Op aanraden van mijn cursusleidster kunstgeschiedenis bezocht ik de tentoonstelling "Della Robbia, beelden uit de Italiaanse Renaissance" in het Bijbels Museum (http://www.bijbelsmuseum.nl/) te Amsterdam. Men krijgt hier een overzicht van het werk van de Della Robbia's, een dynastie van beeldhouwers. Zij waren werkzaam in Florence in de tweede helft van de 15de en het begin van de 16de eeuw, de tijd van de legendarische hierboven besproken Medici waarin de beeldhouwkunst een grote bloei doormaakte.
De tentoonstelling wordt georganiseerd in samenwerking met het Louvre in Parijs, dat speciaal hiervoor het grootste deel van zijn Della Robbia collectie ter beschikking stelt. Getoond worden onder andere monumentale sculptuur, kleine beeldjes, architectuur elementen, medaillons, liturgische objecten en delen van altaarstukken. De Della Robbia's dankten hun faam aan het procédé van glazuren van terracotta, dat ze angstvallig geheim trachtten te houden. Uiteindelijk lekte het natuurlijk toch uit en verloren ze hun monopoliepositie.
Het topstuk vond ik een beeld, getiteld "Welvaart/Rijkdom", van een vrouw met op haar hoofd en in haar handen een overvloedige hoeveelheid kleurig fruit. Het is wellicht geïnspireerd op de Dovizia, een monumentaal beeld van Donatello dat op de oude markt in Florence werd geplaatst

In december vorig jaar is een grootscheepse vernieuwingsoperatie gestart die in 2008 zal leiden tot het Nieuwe Rijksmuseum. De Philipsvleugel blijft echter geopend met de expositie "De Meesterwerken" (http://rijksmuseum.nl/), een collectie Nederlandse 17de-eeuwse topstukken van het museum voor het publiek te zien. Deze expositie, "De Meesterwerken", is ingericht door het bureau Merkx & Girod, dat enkele jaren geleden ook de tentoonstelling De Glorie van de Gouden Eeuw heeft ontworpen. Hier treedt het Plaatje van de Update op (http://www.carelschouten.com/updates/update220204.htm).
Een vaste route leidt via alle zalen naar de Nachtwachtzaal op de bovenverdieping. Haastige bezoekers kunnen hier echter via het centrale trappenhuis ook rechtstreeks heen. Volgens Gijsbert Van Hoogevest, verantwoordelijk voor de expositie, kwam er toch nog heel wat bij de verbouwing kijken. "In de eerste plaats is de verbouwing onder hoge tijdsdruk tot stand gekomen, en bleek het zowel bouwkundig als installatietechnisch een hele klus. De klimaatbeheersing was weliswaar nog in orde door de vorige verbouwing, maar de vleugel moest nu aan hele strenge veiligheidseisen voldoen, waardoor allerlei maatregelen moesten worden getroffen. Bovendien is met een diepe liftschacht een verbinding met het Tunnelgebouw gemaakt, zijn de toiletgroepen allemaal aangepast, en is de kelder verbouwd, zodat de ondersteunende facilitaire diensten daar terecht kunnen." De meeste van deze veranderingen zijn echter tijdelijk. Als in 2008 het hoofdgebouw weer open gaat wordt de Philipsvleugel opnieuw aangepast volgens de dan geldende ideeën over gebruik en restauratie.
Ik vond de tentoonstelling een compact, maar degelijk overzicht geven van de kunst uit de Nederlandse Gouden Eeuw, een schrale troost wellicht voor kunstminnende toeristen. De audiotour met ruim veertig nummers zorgde bij mij echter voor oververzadiging. Tot slot hangt de Nachtwacht er wat minder statig bij dan in de paradezaal waar hij eigenlijk hoort te prijken. Kunstliefhebbers kan ik trouwens aanraden elke maandag om 20:00 op BBC 2 (http://www.bbc.co.uk/bbctwo/) te kijken voor een wekelijks terugkerende kunstdocumentaire.

RECEPTEN

Zoals sommigen van u wellicht gehoord hebben is de Amerikaanse dieetgoeroe Robert Atkins vorig jaar overleden door een val op een met ijs bedekte straat. The Wall Street Journal heeft daarbij vermeld dat Atkins voor zijn dood een hartaanval, hartfalen en te hoge bloeddruk heeft gehad. Dit is naar voren gekomen door het verslag van een medisch behandelaar. Volgens sommigen zou hij tegen zijn dood ruim 117 kilo gewogen hebben, volgens anderen echter minder dan 100 kilo. Stuart Trager, voorzitter van het Atkins Physicians Counsil in New York, zegt dat het hartfalen van Atkins is veroorzaakt door een virale infectie, terwijl anderen denken dat het wellicht met Atkins eetgewoonten en diens dieet te maken heeft gehad. In elk geval is het naar boven komen van deze informatie geen goede reclame voor het Atkins Dieet, een dieet waarbij je (bijna) onbeperkt eiwitten en vetten mag eten, maar het eten van koolhydraten zoveel mogelijk moet vermijden.

Er is goed nieuws voor de vegetarische lijnende internauten! Deze week vond ik namelijk het Low Fat Vegetarian Recipe Archive (http://www.fatfree.com/). Dit archief bevat bijna 5000 vetvrije vegetarische recepten en tevens informatie over diëten met een laag vetgehalte. De website claimt dat je geen vegetariër hoeft te zijn of aan een vetvrij dieet hoeft te zitten om van de gegeven recepten te kunnen genieten. Het is een mooie verzameling recepten, het is alleen jammer dat er (nog) geen database aan gekoppeld is waarin je zoektermen kunt ingeven, zoals bij SmulWeb (http://www.smulweb.nl). Je moet de recepten dus handmatig doorspitten. Leuk is wel dat je je eigen recepten kunt toevoegen.
Sinds kort heb ik aan mijn website een speciale afslankpagina (http://www.carelschouten.com/afslanken/) toegevoegd waarin ik de verhalen die u in de updates leest over mijn pogingen tot afslanken bij elkaar plaats. Uiteraard is deze interactief gemaakt door de nodige weblinks. Dus iedereen die aan de lijn is of dat wil gaan doen: komt dat zien!

Nu wilde ik een ieder die van bourgondische salades houdt met een relatief laag vetgehalte wijzen op de lauwwarme linzensalade (http://www.carelschouten.com/vegetarian/lauwwarme_linzensalade.htm) die enkele weken terug in de Trouw heeft gestaan. Het is wel een beetje een elitair gerecht door moeilijk verkrijgbare ingrediënten als Le Puy-linzen en Toscaanse olijfolie. U kunt natuurlijk ook gewone linzen en olijfolie nemen. Ook de wijntip van Hubrecht Duijker mag u wat mij betreft aan uw laars lappen.
Het slanke diner van deze week zit weer vol verrassingen. De cajun bonensoep is heerlijk pittig, de salade lekker fris, de bolognaisesaus veel lekkerder en vetarmer dan uit een potje en een toetje om eens goed voor te gaan zitten.

* Slank Vegetarisch Diner
- http://www.carelschouten.com/vegetarian/slank_diner_150204.htm

WOORD

Het is jammer dat veel boeken die worden aangeprezen op mijn cursus kunstgeschiedenis of al jaren in herdruk zijn, of reeds lang zijn uitverkocht. Een voorbeeld hiervan is "Christelijke Symboliek en Iconografie" (http://cf.hum.uva.nl/nhl/bizon/images/timmers.gif) van prof J.J.M. Timmers. Hierin wordt verdeeld over tien hoofdstukken een overzicht gegeven van de christelijke symboliek. Aan de orde komen onderwerpen als: symboliek rond Christus, de Openbaring, de kerk en haar genademiddelen, Mariadevotie, de deugden en de zonden, de zichtbare wereld (dierensymbolen, getallen, kleuren enz.) en de heiligen en hun attributen. Het werk heeft een index van zaken, persoons- en plaatsnamen, een lijst van veelvuldig aangehaalde werken en tot slot een verantwoording van de afbeeldingen.
Ik heb al even in de Slegte gekeken, maar helaas zonder resultaat. Indien een van u, mijn lezertjes, het boek heeft en het wel zou willen uitlenen, dan zou ik daar zeer verrukt over zijn!

Het karakter van de wekelijkse verhaaltjes die onder de rubriek "woord" en vroeger "literatuur" worden geplaatst heeft een verandering ondergaan. Het begon met korte beschrijvingen van dromen die ik had gehad. Nu echter zijn het veelal columnachtige herinneringen uit vroeger tijden met een nogal lyrisch karakter. De verhalen van het laatste soort kunt u nu bijeengeplaatst vinden op: http://www.carelschouten.com/literatuur/columns.htm. Zo ook de onderstaande twee stuks...

De knikker (http://www.allesoverballen.com/KNIKKERS.html) is een balletje van gebakken aarde, steen, marmer, hout of glas dat reeds bij de Egyptenaren en Romeinen tot kinderspel dient. Knikkers van klei worden sinds 1870 gefabriceerd. Vanaf 1890 werden de eerste glazen knikkermachines ontworpen. Vandaag de dag bestaan knikkers uit allerlei materialen, maar de glazen knikker blijft de populairste. Hierbij wordt gesmolten glas uit de oven geperst en met een schaar in gelijke cilindertjes geknipt. Die vallen dan in een molen, die het warme glas tot balletjes rolt. In de column van deze week verhaal ik van mijn wederwaardigheden met deze balletjes...

"Toen ik nog een ondeugende dreumes was en aan het begin van mijn schooljaren stond, was knikkeren een van mijn lievelingsbezigheden. Gedurende het speelkwartier streed ik met mijn schoolkameraadjes om de mooiste glazen knikkers. Er waren globaal gesproken twee manieren om van je tegenspelers de interessantere exemplaren afhandig te maken: opleggen en een 'potje'. Bij het opleggen, wordt een felbegeerde knikker, vaak een grote en schitterend fonkelende, in een kuiltje gelegd en probeert een belangstellende vervolgens vanaf een tevoren af te spreken aantal tegels het exemplaar te raken met gewone, kleine knikkers. Zolang hij of zij misgooit zijn alle kleine knikkers voor de 'oplegger'. Als het raak is, dan moet de opgelegde knikker worden afgestaan aan de werper. Bij een potje gaat het er anders aan toe. Er wordt een kuiltje gegraven en er zijn twee of meer spelers, die allen een afgesproken aantal, van elkaar te onderscheiden knikkers in de strijd werpen. De speler die als eerste al zijn knikkers in het kuiltje heeft weten te gooien, kan alle knikkers van de tegenspelers innen.
Wel, ik zou mezelf niet zijn als ik bij dat knikkergebeuren niet aan het sjoemelen zou slaan. Zo verfde ik eens een doodgewone overgrootbonk (het grootste formaat knikker) wit met tipp-ex om hem door te laten gaan als overgrootchinees, die veel meer waard was en waar ik veel meer knikkers voor kon incasseren. Naast deze succesjes was ik soms wel nogal verbolgen over buitensporige knikkerwinst van mijn klasgenootjes ten koste van mij. Zo stond ik eens te foeteren en te stampvoeten toen een van hen, Addy heette hij geloof ik, met slechts tien miezerige knikkers een overgrootoliebonk van me won en om dat feit door zijn vriendjes hoog in de lucht gejonast werd.
Jaren later, toen het knikkeren mij allang was gaan vervelen, moest ik toch nog wel eens terugdenken aan deze kinderlijke vorm van vermaak en het verdriet als het fout ging. Op een schoolreisje naar Rome had een klasgenootje van mij op een straathoek een soort stukje plastic gekocht, waarmee je door het tussen je tong en verhemelte te plaatsen vogelenzang kon nabootsen. Onze vriendelijke vriend was hier zo verrukt over dat hij er de hele dag mee zat te kwinkeleren, totdat het de rest van de groep de keel uit ging hangen. Een van ons maakte hem het stukje pvc afhandig en gooide het in de Tiber. Door deze daad moest de betreffende jongen schreien als een klein kind.
"

* De knikkerbeurs
- http://www.carelschouten.com/houtskool/Dromen/de_knikkerbeurs.htm

De tweede column van deze update gaat over een euvel dat we gedurende onze welverdiende vakantie liever niet hebben: onwel worden. Als opmaat op het nu volgend relaas kan ik me nog goed herinneren dat ik op de eerste dag van de vakantie ging kanoen en daarbij mijn contactlens verloor. Ik zie hem nog uit mijn oog vallen, even op het wateroppervlak drijven en dan de diepte ingaan. Twee weken lang heb ik derhalve halfblind - want ik heb me een paar belabberde ogen - mijn vakantie moeten doorbrengen. Het is niet gelukt een noodlens naar het postrestant in de buurt van onze vakantiebestemming te laten sturen. Alles went echter: toen ik thuis gearriveerd een nieuwe lens kreeg, viel ik stijl achterover van het scherpe zicht. Lees dus nu ook de volgende vakantieperikelen...

"Een van de vervelendste dingen die je tijdens je vakantie kan overkomen is ziek worden. Om het succesvol afsluiten van de middelbare school te vieren vertrok ik met een schoolkameraadje per budgetreis naar Praag. Het begon allemaal heel jofel en studentikoos. We kochten elke dag een paar stevige halveliterflessen Pilsner Urquell, het lokale Tsjechische bier, en vermaakten ons in toen nog spotgoedkope restaurantjes. Ik kan me herinneren dat we de finalewedstrijd van het EK bijwoonden in een vaag studentenhonk waar gewone Tsjechen zich in twee kampen verdeeld: een Italiaans en een Braziliaans. Daarnaast weet ik nog dat we aan gene zijde van de Moldau door beboste hellingen struinden, op zoek naar de afgelegen studentenflat waar mijn toenmalige wederhelft met een paar vriendinnen zou resideren. Na heel wat distels en brandnetels te hebben getrotseerd, kwamen we uit op een desolaat ogend complex van afbladderende flats met geen enkele aanwijzing die ons naar de meisjes kon leiden. En aangezien het mobiele tijdperk zich toen nog niet had aangediend, voelden wij ons genoopt de zoekpogingen te staken.
So far so good, zou u zeggen. Nou, de volgende ochtend begon echter de ellende. Ik werd wakker met een opgezwollen keel die me verhinderde te slikken, laat staan dat ik voedsel of het goddelijke Pilsner Urquell tot me kon nemen. We liepen die ochtend maar wat rond in de hoop dat mijn zwellingen wel wat zouden afzakken. Dat gebeurde niet, dus moesten we op zoek gaan naar een arts om me van mijn ongerief af te helpen. In gebroken Tsjechisch legde ik uit wat er aan de hand was, en werd al gauw naar een ziekenhuis doorverwezen. Nou dat ziekenhuis was op z’n zachtst gezegd desolaat en in hoge mate verontrustend. De artsen en verpleegsters die er rondliepen hadden hoge koksmutsen op. Toen ik aan de beurt was, werd me verteld dat mijn amandelen eruit moesten. Daar ik niet zoveel zin had om in dit ziekenhuis onder het mes te gaan, heb ik me er met kloppende keel uit weten te praten met het voorstel direct te repatrouilleren om thuis behandeld te kunnen worden.
Wel, ik heb nog een paar dagen met zware keelpijn door Praag rondgelopen en me na thuiskomst bij de kno-arts van de VU gemeld. Die zei dat het om een angina ging en het na een antibioticumkuurtje van een week wel weer over was. Hij zei daar tussen neus en lippen door bij dat mijn kwaal niets met mijn amandelen te maken had en die gerust achter in mijn keel mochten blijven bungelen.
"

* Mijn amandelen geplukt
- http://www.carelschouten.com/houtskool/Dromen/mijn_amandelen_geplukt.htm

Toen ik vorige week de Russische landschappen op de bovengenoemde tentoonstelling bekeek, moest ik onwillekeurig denken aan een wandeling die ik een aantal jaar geleden maakte langs het Ladogameer, een waterplas ter grootte van Nederland zo'n vijftig kilometer buiten St.Petersburg. Na drie kwartier in een boemeltje te zitten kwam je aan op een volstrekt verlaten stationnetje aan de oever van het meer. Er waren in de directe omgeving slechts een paar bouwvallige optrekjes te bespeuren. Na een wandeling van ongeveer twintig minuten over het kiezelrijke strand kwam ik tot de conclusie: hiertoe ben ik dus Russisch gaan studeren, om me over te kunnen geven aan een compleet desolate uitgestrektheid. Zo ver het oog reikt is langs de oever bebossing te zien en water, een meer zonder overkant. Hier zou men mij kunnen plaatsen, zomaar vanuit het niets.
Als ik dan, inmiddels jaren later, een reportage zie van een groepje intellectueel onderlegde Hollanders in Rusland, die zich al beklagen bij het ontbreken van warm water in de badkamer en de eentonigheid van het berkenbos om zich heen, kan ik daar alleen maar om lachen.

* Desolaat landschap
- http://www.carelschouten.com/literatuur/gedichten3.html#desolaat_landschap

Het verhaal achter het volgende gedicht dateert van jaren her. Een tijd dat katten in groten getale rond de boerderij waar ik woonde darden. En dat ik na de ochtendlijke brinta met vader verwoede pogingen deed mijn ergens weggesmeten schoeisel te vinden om op tijd bij het hek te staan voor het kleuterschoolbusje. Ook was het een tijd dat het algehele gerief in het huishouden van mijn familie op een betrekkelijk laag pijl stond. Zo was het enige warme plekje in de boerderij in de hoek van de woonkamer achter de kachel te vinden, waar ik me avonden lang door mijn moeder liet voorlezen. Door de rest van het slechts ten dele met pek besmeerde huis woei de wind als een razende Roeland. Als we 's winters na een afwezigheid van een paar dagen terugkeerden in onze boerderij, dan konden we bijvoorbeeld een bos bloemen aantreffen die in hun vaas reeds de schaatsen had moeten aanbinden. Ons huishouden stond overigens in sterk contrast tot dat van onze buren. Daar was alles altijd piekfijn in orde. Hun tuin en achterliggende stuk dijk was altijd keurig Oxfordiaans gemaaid, en wel precies tot de erfscheiding met ons stuk dijk, waar de paardenbloemen hoog de lucht in schoten. Op een gegeven moment kwam zelfs de koningin bij bezoek aan ons dorp de dijk bij onze buren afgedaald. Kun je nagaan!
Er zijn enkele incidenten uit deze tijd die me nog helder voor de geest staan. Zo kwam op een mooie dag ineens onze auto achteruit de houten garage uitgereden. Mijn kleine broertje, die toen hooguit twee jaar oud was, had het voor elkaar gekregen in de auto te klimmen en deze van de handrem af te halen. Zo kwam ik op nog een incident, verwoord in de volgende regels.

* Rond het huis rennen in pyjama
- http://www.carelschouten.com/literatuur/gedichten3.html#in_pyjama

Toen ik een paar jaar de tentoonstelling "de glorie van de gouden eeuw" bezocht in het Rijksmuseum, had ik al het gevoel de hoeveelheid geëtaleerde kunst niet of nauwelijks allemaal te kunnen opnemen. Ik ben er dan ook twee keer heen gegaan, maar bij beide bezoekjes is het me niet gelukt, mede door de wijdlopige uitleg van de audiotour, het einde van de expositie te bereiken. Een vergelijkbaar gevoel had ik bij het bezoeken van "de meesterwerken" in de Philipsvleugel van hetzelfde museum, waar men door verbouwing in de rest van het pand de hoogtepunten van het cultuurbolwerk opeen heeft gepropt. Na zo'n vijf zalen had ik het idee al aardig verzadigd te zijn geraakt en uitzag naar de nachtwacht, klapper en afsluiter van het gedeelte van het museum waar we het de komende vier jaar mee zullen moeten doen.

* De meesterwerken
- http://www.carelschouten.com/literatuur/gedichten3.html#de_meesterwerken

Het album "The Beatles" uit 1968 van de gelijknamige band staat met zijn overwegend blanco voorkant beter bekend als "The White Album", ofwel de Witte Plaat. Hiermee wordt een symbolisch doel gediend. De band kon namelijk geen eerlijke manier vinden om zichzelf visueel te representeren als een samenhangend geheel. Elk van de drie belangrijkste songschrijvers ging zijn eigen visie achterna. The Beatles waren uitgegroeid tot een alliantie van weergaloos begiftigde, maar uiterst individuele talenten.
In de schilderkunst keert ook de neiging terug eindeloze schoonheid, veelzijdigheid en grootsheid te reduceren tot iets eenvoudigs, iets basaals. Kijk om een idee te krijgen van wat ik bedoel bijvoorbeeld eens naar het "melkmeisje" en het "meisje met de pareloorbel" van Johannes Vermeer (http://www.about-vermeer-art.com/). En wat dacht u niet Kasimir Malevich, pionier van de geometrische abstracte kunst: kijkt u maar eens naar zijn wereldberoemde "zwarte vierkant" (http://www.ibiblio.org/wm/paint/auth/malevich/sup/malevich.black-square.jpg). Volgens het Boeddhisme leidt het streven naar eenvoud, juist doordat het universum zo complex is, uiteindelijk tot het Nirwana, het opgaan in de oneindigheid, het hoogste doel van 's mensen streven. En als dat bereikt is, mag daar mijns inziens best eens op geklonken worden...

* De witte plaat
- http://www.carelschouten.com/literatuur/gedichten3.html#de_witte_plaat

BEELD

Jan Wiegers (1893-1959) studeerde aan de kunstacademie Minerva te Groningen. In 1918 richtte hij samen met o.a. Johan Dijkstra de Groninger kunstenaarsvereniging De Ploeg op. Dit deed hij uit onvrede met de behoudende opvattingen van het Groninger kunstleven en de heersende burgermoraal. In 1920 reisde Wiegers naar Zwitserland waar hij wegens tbc moest kuren. Het verblijf was van beslissende betekenis voor zijn artistieke ontwikkeling. Hij leerde er de Duitse expressionist Kirchner kennen, die zeer geïnteresseerd was in grote, afgebakende, krachtige vlakken en weloverwogen kleurcombinaties en veelal onderwerpen koos uit zijn directe omgeving.
Wiegers introduceerde binnen De Ploeg de op Kirchner geïnspireerde expressionistische stijl. Hij schilderde portretten, naakten, stillevens en landschappen. Tevens maakte hij tekeningen, etsen, litho's en houtsneden. Wiegers wist zijn op Kirchner geïnspireerd expressionisme binnen de kring van vooruitstrevende Ploegers uit te dragen. In de eerste helft van de jaren twintig bezat Wiegers een tomeloze werklust. Anders dan Kirchner waren zijn werken wilder en soms primitivistisch. Vanaf 1927 beweegt Wiegers' stijl zich in de richting van een meer gematigd expressionisme met een geheel eigen koloriet. Buiten Groningen ondervindt Wiegers als eerste 'Ploeger' erkenning, hetgeen zich uit in exposities, publicaties en connecties. In 1934 vestigt hij zich in Amsterdam, waar hij uitgroeit tot gerespecteerd kunstenaar en wordt beschouwd als een van de fakkeldragers van het modernisme.
Zijn activiteiten binnen het kunstenaarsverzet en zijn in de jaren twintig en dertig opgebouwde faam als baanbrekend modernist verlenen hem na de oorlog grote reputatie. Als kroonpunt op zijn carrière werd Wiegers in de jaren vijftig benoemd tot professor aan de Rijksacademie te Amsterdam.
Wiegers geldt als de belangrijkste modernist van ons land en behoort met Leo Gestel en Jan Sluijters tot de voornaamste vertegenwoordigers van het expressionisme en de modernste kunstenaar van de Groninger kunstkring De Ploeg.
In deze updatebrief kom ik met een kopie van een schilderij dat Wiegers schilderde van Kirchners slaapkamer. Hiermee treedt hij duidelijk in het voetspoor van Vincent van Gogh, van wiens Slaapkamer in Arles ik volledigheidshalve ook een reproductie heb gemaakt. In de volgende update kunt u een pastel van mijn eigen slaapkamer verwachten!!

* Jan Wiegers, Slaapkamer van Kirchner
- http://www.carelschouten.com/pastels/Jan_Wiegers1_facet.jpg

* Vincent van Gogh, Slaapkamer in Arles
- http://www.carelschouten.com/pastels/slaapkamer_in_arles.jpg

Degenen die even snel wat kennis van het Swahili willen opdoen, bijvoorbeeld voor een trip naar Zanzibar of Tanzania, kan ik Useful Swahili Words (http://www.glcom.com/hassan/swahili.html) aanraden. Dit is een soort "wat en hoe gids" met dagelijks gebruikte woorden en uitdrukkingen. Bovendien is er een verwijzing naar een uitspraakgids en zijn alle woorden van audiobestanden, in mp3 en Real Audio, beschikbaar. Leuk vind ik het overzicht van alle dieren die je in Oost-Afrika op je pad kunt verwachten. In elk geval zet ik de traditie van Swahili sprookjes voort. Dit keer gaat het over een koning en een haas, ofwel een "sungura".

Er was eens een land met een ernstig waterprobleem. Elke zomer kwamen de rivieren droog te staan en had men de grootste moeite om aan drinkwater te komen. De koning riep alle mensen en dieren op om een waterput te graven. Allen kwamen ze opdraven, behalve de haas. Die had geen zin om zich in die hitte moe te maken. De koning verordende dan ook dat de haas niet van het water uit de put mocht drinken. Om hier op toe te zien plaatste de koning een wachter bij de put. De haas was echter al snel ter plaatse en paaide en vleide de wachter net zolang tot hij van het water mocht drinken. De koning hoorde hiervan en plaatste een andere wachter. Maar ook die liet zich vleien door de haas en liet hem drinken. Toen de koning dat hoorde dacht hij: "mensen zijn maar niets, misschien moet ik een dier bij de put plaatsen". En hij koos hiervoor de leeuw. Al snel kwam de haas bij de leeuw en sprak: "jij bent een leeuw, de koning van het woud. Is het niet een beetje te min voor je om wachter bij een put te zijn?". De leeuw liet de woorden van de haas tot zich doordringen en bedacht zich dat er wel waarheid in deze woorden stak en liet de haas daarom drinken. Toen de koning hoorde dat ook de leeuw zijn werk niet goed had gedaan, koos hij voor een kreeft. Deze zou onder water de wacht houden, zodat de haas het niet zou zien. En inderdaad, de haas dacht dat er nu niemand meer de wacht hield bij de put en sprong uit vreugde direct in het water. Toen werd hij echter beetgepakt door de ijzeren scharen van de kreeft en naar het paleis van de koning gesleept. Die sprak vervolgens tot de haas: "Het is wel ernstig wat jij op je geweten hebt. Niet helpen met graven, mijn wachters verleiden en zonder schaamte uit de put drinken. Jij verdient eigenlijk een zware straf". Toen sprak de haas: "Ik weet een goede straf. Sluit me op in een gevlochten mand en hang die op aan een hoge palm tot de zon mij zal uitdrogen". Het voorstel van de haas werd uitgevoerd. Midden in de nacht beet de haas echter met zijn scherpe tanden de kooi stuk en sprong eruit. Hij liep naar de waterput, dronk daar al het water op dat nog was overgebleven en vertrok toen naar een andere stad.

* De koning en de haas (Swahili sprookje)
- http://www.carelschouten.com/pastels/De_koning_en_de_haas.htm

Er is iets vreemds aan de hand met het Iers. Hoewel de taal in alle 26 graafschappen van de republiek Ierland wordt onderwezen, moet je flink zoeken naar een Ier die zich nog echt bedient van het Gaelic. De meeste Ieren spreken Engels, de taal van de eeuwenlange overheerser. Toch is er sprake van een 'revival'. Steeds meer jongeren zijn bereid hun moedertaal te leren, ondanks hun Engelstalige omgeving.

Ieren die hun moedertaal een warm hart toedragen, zijn behoorlijk in de minderheid. Achthonderd jaar Engelse overheersing is funest geweest voor het bloemrijke Iers: de Engelse taal gaf immers veel meer status. De hongersnood van 1847 deed de zaak ook geen goed. Nog altijd wordt de eigen taal geassocieerd met honger en armoede. Bovendien zijn veel Ieren naar Amerika geëmigreerd, waar hun taal snel door het Engels is verdrongen. De verplichte Ierse lessen op school in Ierland bereiken het tegenovergestelde effect. Vanaf de basisschool tot het einde van de middelbare school krijgen kinderen Ierse les, maar dat wordt over het algemeen zo erbarmelijk slecht gegeven dat de meeste kinderen hun eigen taal na school zo snel mogelijk de rug toe keren. Het is geen uitzondering dat ze na vijftien jaar onderwijs nog steeds geen fatsoenlijke zin uit de strot krijgen. Als u een indruk wilt krijgen van het uiterlijk van de Ierse taal, dan kan ik u verwijzen naar Beo! (http://www.beo.ie/), de website voor de Ierstalige gemeenschap wereldwijd. Zoals u zult zien is er geen touw aan vast te knopen en is het handig dat er hier en daar wat Engels tussendoor staat.
Onderstaande mandala is een fraai voorbeeld van de Ierse Keltische ornamentele versieringskunst. In het midden ziet u de spiraal als symbool voor de kosmische scheppende kracht.

* Ornamentele Keltische mandala
- http://www.carelschouten.com/pastels/mandalas/ornamentele_keltische_mandala.htm


Tot hier dit keer. Ik wens iedereen weer twee heel voorspoedige weken toe en hoop u in maart weer te begroeten. Dus pas allemaal goed op elkaar... en uzelf.

Groetjes,


Carel.


© Carel Schouten, 2004