< -- TERUG 1. Films Hallo lieve mensen, Daar ben ik weer na twee weken tijd! Ik moet eerlijk bekennen dat het me wel bevallen is, zo veertien dagen om met een nieuwe update te komen. Zo kon ik gelijk wat selectiever omspringen met mijn materiaal, dat af en toe eerlijk gezegd de pan uit rees. Ik heb getracht alles dat zich opeengehoopt heeft door een kritische zeef te halen en de lijvige brokken er hier en daar uit te ziften. Toch heb ik evengoed weer een degelijk gevulde update voor u ter lezing. En daarbij heb ik nu de tijd om dit weekend lekker veel films te zien en mij te verheugen op een familie-etentje, dat bekend staat als het "Treinenfeest" doordat het eten wordt opgediend op elektrische over de tafel rondrijdende speelgoedtreinen. En daarbij is het altijd smullen geblazen. En dat mag, daar ik in de weekends verlof heb van mijn dieet! Ik baande mij deze week een weg door de renaissance
en de nieuwe technieken en uitvindingen die in deze periode werden uitgevonden.
Zoals ik in de vorige updatebrief al zei, is de renaissance een combinatie
van de klassieken, de heidenen en het christendom. Een van de technieken
is het sfumato (http://en.wikipedia.org/wiki/Sfumato),
ofwel atmosferisch perspectief, waarbij door het schilderen van vervagende,
vervloeiende omtrekken oneindige verte wordt gesuggereerd. De humanisten zijn geleerden uit de renaissance die zich vooral kenmerken door vernieuwde studie van de Griekse en Romeinse wijsbegeerte, letteren en kunst. Daarbij stond de mens centraal. Volgens hen moest de kunstenaar een geleerde zijn met universele kennis van de wetenschap, nodig om waarheidsgetrouw te werk te kunnen gaan en kunst met een "grote K" te produceren. Hiermee zetten zij zich af tegen de Gotiek, een term die trouwens van Vasari afkomstig is. Het is eigenlijk een scheldnaam, afkomstig van het woord "Goten", barbaren afkomstig van boven de Alpen. Vasari noemde de gotische kathedralen afzichtelijk spits, hoog en voorzien van wanstaltige bogen. De grootste humanist was misschien wel Leonardo da Vinci (http://www.mos.org/leonardo/), een homo universalis met naast kunst, kennis van o.a. de anatomie, biologie en aërodynamica. In zijn kunst probeert Leonardo da Vinci door gebaren en houdingen de intentie van de menselijke ziel bloot te leggen. Ook staat hij bekend om zijn driehoekscomposities, drie figuren die tezamen een driehoek vormen, zoals in Sint Anna te drieën (http://www.euro-art-gallery.net/davinci/pages/ldv02.htm). Het beroemdste werk van Leonardo da Vinci en misschien wel van de kunstgeschiedenis is de Mona Lisa (http://www.ibiblio.org/wm/paint/auth/vinci/joconde/). Waarom heeft zij nu deze status gekregen? Is het door haar geheimzinnige glimlach? Volgens sommige kunsthistorici komt het doordat ze te individuele trekken heeft om een geïdealiseerd type te zijn, terwijl de idealisering tegelijkertijd zo sterk is dat het karakter erdoor verhuld wordt. Nogal cryptisch en paradoxaal, niet waar? Er zijn dan ook meerdere moderne kunstenaars die zich afzetten tegen het feit dat de Mona Lisa per definitie kunst met een grote K zou zijn. Brunelleschi (http://www.mega.it/eng/egui/pers/fibru.htm) geldt als uitvinder van het perspectivisch tekenen en schilderen. Hij is bovendien beroemd om de gedurfde en originele ideeën achter zijn projecten (zoals de koepel van de Domkerk in Florence) en om de manier waarop hij op harmonische wijze de vormen van klassieke architectuur opnieuw vormgaf volgens een nieuwe tijdgeest. Brunelleschi werd opgeleid tot beeldhouwer en goudsmid in een van de Florentijnse werkplaatsen. Daarna heeft hij een aantal jaar in Rome doorgebracht waar hij zich met zijn vriend Donatello bekwaamde in de beeldhouwkunst en architectuur. Hij werd opgenomen in het gilde van goudsmeden, maar zijn interesse voor de wiskunde en de studie van oude gebouwen bracht hem uiteindelijk meer in de richting van de architectuur. Dit paste helemaal in de geest van de Renaissance, waarin je van alle markten thuis moest zijn om jezelf kunstenaar te noemen. Michelangelo Buonarotti (http://www.michelangelo.com/buonarroti.html)
kan gezien worden als een van de belangrijkste kunstenaars van de Italiaanse
renaissance. Hij beschouwde zichzelf dan ook als een groot genie en erkende
geen hogere autoriteit dan zichzelf. Het is dan ook niet verwonderlijk
dat hij zijn hele leven in conflict was met zijn opdrachtgevers, hoofdzakelijk
pauzen en kardinalen. Hij maakte wat hijzelf mooi vond en interesseerde
zich niet voor de mening van anderen. Op de bovengenoemde site vindt u
o.a. het sculptuur Bacchus, de uit de klassieken afkomstige god van de
wijn. Ook vindt u er de Pietà, een beeld van Maria met de dode
Jezus op schoot. Opmerkelijk is de prachtige manier waarop de draperieën
zijn uitgewerkt en de typerende driehoekscompositie. Nog bijzonderder
is dat Michelangelo dit meesterwerk al op 24-jarige leeftijd voltooide.
Wat aan een Pietà altijd opvalt is dat Maria altijd als een jonge
vrouw wordt afgebeeld en niet als een dame van vijftig tot zestig, die
ze in werkelijkheid geweest had moeten zijn bij de dood van Jezus. Het
beroemdste sculptuur van Michelangelo is David (http://www.artchive.com/artchive/M/michelangelo/david.jpg.html).
Wat opvalt aan het beeld is het grote hoofd. Dit is bewust gedaan, rekening
houdend met de geplande standplaats voor de Domkerk: van beneden bezien
moest het hoofd duidelijk zichtbaar zijn. Uiteindelijk is het beeld er
niet geplaatst en geëindigd in de Academia. Dan is er nog Rafaël van Urbino (http://www.kfki.hu/~arthp/html/r/raphael/),
meesterlijk schilder en architect van de Italiaanse Hoog-Renaissance.
Rafaël staat het beste bekend om zijn Madonna's en grote menselijke
composities in het Vaticaan. Zijn werk wordt bewonderd om zijn helderheid
van vorm en eenvoud van compositie, maar ook om het visueel bereiken van
het Neoplatonistische ideaal (http://www.kheper.net/topics/Neoplatonism/)
van menselijke grootsheid. Rafaël was een tegenhanger van Michelangelo
in de zin dat hij een man van de wereld was, hij had direct contact met
het volk om zich heen en verkeerde niet alleen in hoge pauselijke kringen.
Karakteristiek voor Rafaël zijn de bolle, mollige kopjes - bijvoorbeeld
in een van zijn werelds ogende Madonna's (http://www.kfki.hu/~arthp/art/r/raphael/1early/06madonn.jpg)
- en de driehoekscompositie die Michelangelo ook hanteerde. Het uitgaansleven waaraan ik vorige week deelnam was voor mijn doen bijzonder
turbulent. Toch heb ik me strikt aan mijn dieet trachten te houden. Om
te beginnen was er een optreden van de band Meringue
(http://www.meringue.nl/)
in het kader van een in Amsterdam gehouden popprijs. Het was voor mij
toch wel een nostalgische aangelegenheid, daar ik ruim zes jaar geleden
met de jongens van deze band heb opgetreden in een of ander vaag jeugdhonk.
Ook de klanken van de af en toe ruige, maar bovenal zeer strakke muzieklijnen
en het rauwe gebrul van de zanger deden me aan vroeger tijd denken. Ik
hoop dan ook dat deze band die prijs in de wacht zullen slepen.
Afgelopen week zag ik "Bloody Sunday" (http://www.paramountclassics.com/bloodysunday/)
van Paul Greengrass. Het betreft een film die ons doet herinneren aan
een tragedie die heeft plaatsgevonden op zondag 30 januari 1972 in het
Noord-Ierse plaatsje Derry. Op deze dag zijn tijdens een geweldloze demonstratie
door het Britse leger dertien betogers doodgeschoten en nog eens veertien
gewond. In de film staat Ivan Cooper centraal, organisator van de vredelievende
mars voor gelijke burgerrechten tussen katholieken en protestanten. De
bedoeling is alle geweld tussen de verschillende partijen weg te bannen.
Ondanks zijn overleg echter met de Unionistische autoriteiten en zijn
pogingen om te onderhandelen met de Britse ordestrijdkrachten loopt de
betoging uit op een bloedbad, dat sindsdien bekend staat als "Bloody
Sunday". Dan is er nog het uitzonderlijke "Zatoichi"
(http://office-kitano.co.jp/zatoichi/)
van Takeshi Kitano. Zatoichi, gespeeld door Takeshi, is een blinde die
zijn brood verdient met gokken en het geven van massages. Achter zijn
nederig voorkomen schuilt echter een meesterlijk zwaardvechter, begiftigd
met flitsende uithalen van adembenemende precisie. Zatoichi komt een stad
binnengelopen die gedreven wordt door een criminele bende. Als hij het
tegen de leden ervan moet opnemen maakt hij een voor een korte metten
met ze door zijn razendsnelle zwaard. Ondanks dat hij blind is en langzaam
loopt is hij in staat alles om zich heen tot in perfectie aan te voelen. Als laatste de film "In the Cut" (http://www.sonypictures.com/movies/inthecut/)
van Jane Campion gebaseerd op de bestseller van Susanna Moore. Hierin
is Meg Ryan te zien op een manier die we van haar gewend zijn: figurerend
in romantische komedies. In deze film laat ze een serieuzere kant van
zichzelf zien. Ze speelt de eenzame New Yorkse docent Frannie Thorstin,
die op een onverwacht moment in haar leven wordt geconfronteerd met de
donkere kanten van lust en geweld. Nadat er in haar buurt een vrouw op
gruwelijke wijze wordt vermoord, begint ze een gepassioneerde relatie
met rechercheur Malloy (Mark Ruffalo) die belast is met deze zaak. Hoewel
Frannie hun - zeker voor Amerikaans publiek - heftige vrijpartijen als
grote bevrijding ervaart, begint ze al snel aan Malloys motieven te twijfelen
en de gevaren van hun relatie in te zien. De James Bond film van deze week is "The Living Daylights"
(http://www.imdb.com/title/tt0093428/),
met Timothy Dalton als 007. Gewapend met messcherpe instincten en een
'licence to kill' gaat Bond de strijd aan met wapenhandelaren in een bliksemsnel
verlopend avontuur. Timothy Dalton brengt heel wat energie en koelbloedigheid
in zijn optreden als geheim agent. Nadat Bond de Russische officier Georgi
Koskov (Jeroen Krabbé) helpt bij het uitwijken naar het westen,
wordt geschokt gereageerd door de geheime inlichtingendienst. Bond komt
in actie, waarbij hij de mooie Kara (Maryam D' Abo) op het spoor komt,
die Bond net zo kundig bespeelt als haar cello. Als ze een ingewikkeld
wapenprogramma met wereldwijde implicaties ontrafelen, worden ze gedwongen
tot huiveringwekkende achtervolgingen, een ijzingwekkende ontsnapping
uit de gevangenis en een episch gevecht in de Afghaanse woestijn met tanks,
vliegtuigen en een legioen van vrijheidsstrijders te paard. Met de laatste
foefjes van Q en de van gadgets uitgeruste Ashton Martin (http://www.astonmartin.com/)
wordt het tegen het einde van de film een groot knallend spektakel met
veel stunts, onverwachte wendingen en een aantal zinnenprikkelende ontmoetingen.
Zoals in de vorige update beloofd zal ik nu verslag doen van mijn bezoek
aan de tentoonstelling "Het Russische Landschap"
in het Groninger Museum (http://www.groninger-museum.nl/).
Na het grote succes van de Repin- tentoonstelling in 2002 zet het Groninger
Museum zijn ontdekkingstocht voort naar Russische kunst uit de 19e eeuw.
Het resultaat hiervan is t/m 18 april a.s. te zien in de huidige overzichtstentoonstelling.
Als het u niet lukt de tentoonstelling voor die tijd te zien, kunt u daarna
terecht in de National Gallery te Londen, waar de expositie ook zal plaatshebben. Op aanraden van mijn cursusleidster kunstgeschiedenis bezocht ik de tentoonstelling
"Della Robbia, beelden uit de Italiaanse Renaissance"
in het Bijbels Museum (http://www.bijbelsmuseum.nl/)
te Amsterdam. Men krijgt hier een overzicht van het werk van de Della
Robbia's, een dynastie van beeldhouwers. Zij waren werkzaam in Florence
in de tweede helft van de 15de en het begin van de 16de eeuw, de tijd
van de legendarische hierboven besproken Medici waarin de beeldhouwkunst
een grote bloei doormaakte. In december vorig jaar is een grootscheepse vernieuwingsoperatie gestart
die in 2008 zal leiden tot het Nieuwe Rijksmuseum. De Philipsvleugel blijft
echter geopend met de expositie "De Meesterwerken"
(http://rijksmuseum.nl/),
een collectie Nederlandse 17de-eeuwse topstukken van het museum voor het
publiek te zien. Deze expositie, "De Meesterwerken", is ingericht
door het bureau Merkx & Girod, dat enkele jaren geleden ook de tentoonstelling
De Glorie van de Gouden Eeuw heeft ontworpen. Hier treedt het Plaatje
van de Update op (http://www.carelschouten.com/updates/update220204.htm).
Zoals sommigen van u wellicht gehoord hebben is de Amerikaanse dieetgoeroe Robert Atkins vorig jaar overleden door een val op een met ijs bedekte straat. The Wall Street Journal heeft daarbij vermeld dat Atkins voor zijn dood een hartaanval, hartfalen en te hoge bloeddruk heeft gehad. Dit is naar voren gekomen door het verslag van een medisch behandelaar. Volgens sommigen zou hij tegen zijn dood ruim 117 kilo gewogen hebben, volgens anderen echter minder dan 100 kilo. Stuart Trager, voorzitter van het Atkins Physicians Counsil in New York, zegt dat het hartfalen van Atkins is veroorzaakt door een virale infectie, terwijl anderen denken dat het wellicht met Atkins eetgewoonten en diens dieet te maken heeft gehad. In elk geval is het naar boven komen van deze informatie geen goede reclame voor het Atkins Dieet, een dieet waarbij je (bijna) onbeperkt eiwitten en vetten mag eten, maar het eten van koolhydraten zoveel mogelijk moet vermijden. Er is goed nieuws voor de vegetarische lijnende internauten! Deze week
vond ik namelijk het Low Fat Vegetarian Recipe Archive
(http://www.fatfree.com/).
Dit archief bevat bijna 5000 vetvrije vegetarische recepten en tevens
informatie over diëten met een laag vetgehalte. De website claimt
dat je geen vegetariër hoeft te zijn of aan een vetvrij dieet hoeft
te zitten om van de gegeven recepten te kunnen genieten. Het is een mooie
verzameling recepten, het is alleen jammer dat er (nog) geen database
aan gekoppeld is waarin je zoektermen kunt ingeven, zoals bij SmulWeb
(http://www.smulweb.nl).
Je moet de recepten dus handmatig doorspitten. Leuk is wel dat je je eigen
recepten kunt toevoegen. Nu wilde ik een ieder die van bourgondische salades houdt met een relatief
laag vetgehalte wijzen op de lauwwarme linzensalade (http://www.carelschouten.com/vegetarian/lauwwarme_linzensalade.htm)
die enkele weken terug in de Trouw heeft gestaan. Het is wel een beetje
een elitair gerecht door moeilijk verkrijgbare ingrediënten als Le
Puy-linzen en Toscaanse olijfolie. U kunt natuurlijk ook gewone linzen
en olijfolie nemen. Ook de wijntip van Hubrecht Duijker mag u wat mij
betreft aan uw laars lappen. * Slank Vegetarisch Diner
Het is jammer dat veel boeken die worden aangeprezen op mijn cursus kunstgeschiedenis
of al jaren in herdruk zijn, of reeds lang zijn uitverkocht. Een voorbeeld
hiervan is "Christelijke Symboliek en Iconografie"
(http://cf.hum.uva.nl/nhl/bizon/images/timmers.gif)
van prof J.J.M. Timmers. Hierin wordt verdeeld over tien hoofdstukken
een overzicht gegeven van de christelijke symboliek. Aan de orde komen
onderwerpen als: symboliek rond Christus, de Openbaring, de kerk en haar
genademiddelen, Mariadevotie, de deugden en de zonden, de zichtbare wereld
(dierensymbolen, getallen, kleuren enz.) en de heiligen en hun attributen.
Het werk heeft een index van zaken, persoons- en plaatsnamen, een lijst
van veelvuldig aangehaalde werken en tot slot een verantwoording van de
afbeeldingen. Het karakter van de wekelijkse verhaaltjes die onder de rubriek "woord" en vroeger "literatuur" worden geplaatst heeft een verandering ondergaan. Het begon met korte beschrijvingen van dromen die ik had gehad. Nu echter zijn het veelal columnachtige herinneringen uit vroeger tijden met een nogal lyrisch karakter. De verhalen van het laatste soort kunt u nu bijeengeplaatst vinden op: http://www.carelschouten.com/literatuur/columns.htm. Zo ook de onderstaande twee stuks... De knikker (http://www.allesoverballen.com/KNIKKERS.html) is een balletje van gebakken aarde, steen, marmer, hout of glas dat reeds bij de Egyptenaren en Romeinen tot kinderspel dient. Knikkers van klei worden sinds 1870 gefabriceerd. Vanaf 1890 werden de eerste glazen knikkermachines ontworpen. Vandaag de dag bestaan knikkers uit allerlei materialen, maar de glazen knikker blijft de populairste. Hierbij wordt gesmolten glas uit de oven geperst en met een schaar in gelijke cilindertjes geknipt. Die vallen dan in een molen, die het warme glas tot balletjes rolt. In de column van deze week verhaal ik van mijn wederwaardigheden met deze balletjes... "Toen ik nog een ondeugende dreumes was en aan het begin van
mijn schooljaren stond, was knikkeren een van mijn lievelingsbezigheden.
Gedurende het speelkwartier streed ik met mijn schoolkameraadjes om de
mooiste glazen knikkers. Er waren globaal gesproken twee manieren om van
je tegenspelers de interessantere exemplaren afhandig te maken: opleggen
en een 'potje'. Bij het opleggen, wordt een felbegeerde knikker, vaak
een grote en schitterend fonkelende, in een kuiltje gelegd en probeert
een belangstellende vervolgens vanaf een tevoren af te spreken aantal
tegels het exemplaar te raken met gewone, kleine knikkers. Zolang hij
of zij misgooit zijn alle kleine knikkers voor de 'oplegger'. Als het
raak is, dan moet de opgelegde knikker worden afgestaan aan de werper.
Bij een potje gaat het er anders aan toe. Er wordt een kuiltje gegraven
en er zijn twee of meer spelers, die allen een afgesproken aantal, van
elkaar te onderscheiden knikkers in de strijd werpen. De speler die als
eerste al zijn knikkers in het kuiltje heeft weten te gooien, kan alle
knikkers van de tegenspelers innen. * De knikkerbeurs De tweede column van deze update gaat over een euvel dat we gedurende onze welverdiende vakantie liever niet hebben: onwel worden. Als opmaat op het nu volgend relaas kan ik me nog goed herinneren dat ik op de eerste dag van de vakantie ging kanoen en daarbij mijn contactlens verloor. Ik zie hem nog uit mijn oog vallen, even op het wateroppervlak drijven en dan de diepte ingaan. Twee weken lang heb ik derhalve halfblind - want ik heb me een paar belabberde ogen - mijn vakantie moeten doorbrengen. Het is niet gelukt een noodlens naar het postrestant in de buurt van onze vakantiebestemming te laten sturen. Alles went echter: toen ik thuis gearriveerd een nieuwe lens kreeg, viel ik stijl achterover van het scherpe zicht. Lees dus nu ook de volgende vakantieperikelen... "Een van de vervelendste dingen die je tijdens je vakantie kan
overkomen is ziek worden. Om het succesvol afsluiten van de middelbare
school te vieren vertrok ik met een schoolkameraadje per budgetreis naar
Praag. Het begon allemaal heel jofel en studentikoos. We kochten elke
dag een paar stevige halveliterflessen Pilsner Urquell, het lokale Tsjechische
bier, en vermaakten ons in toen nog spotgoedkope restaurantjes. Ik kan
me herinneren dat we de finalewedstrijd van het EK bijwoonden in een vaag
studentenhonk waar gewone Tsjechen zich in twee kampen verdeeld: een Italiaans
en een Braziliaans. Daarnaast weet ik nog dat we aan gene zijde van de
Moldau door beboste hellingen struinden, op zoek naar de afgelegen studentenflat
waar mijn toenmalige wederhelft met een paar vriendinnen zou resideren.
Na heel wat distels en brandnetels te hebben getrotseerd, kwamen we uit
op een desolaat ogend complex van afbladderende flats met geen enkele
aanwijzing die ons naar de meisjes kon leiden. En aangezien het mobiele
tijdperk zich toen nog niet had aangediend, voelden wij ons genoopt de
zoekpogingen te staken. * Mijn amandelen geplukt Toen ik vorige week de Russische landschappen op de bovengenoemde tentoonstelling
bekeek, moest ik onwillekeurig denken aan een wandeling die ik een aantal
jaar geleden maakte langs het Ladogameer, een waterplas ter grootte van
Nederland zo'n vijftig kilometer buiten St.Petersburg. Na drie kwartier
in een boemeltje te zitten kwam je aan op een volstrekt verlaten stationnetje
aan de oever van het meer. Er waren in de directe omgeving slechts een
paar bouwvallige optrekjes te bespeuren. Na een wandeling van ongeveer
twintig minuten over het kiezelrijke strand kwam ik tot de conclusie:
hiertoe ben ik dus Russisch gaan studeren, om me over te kunnen geven
aan een compleet desolate uitgestrektheid. Zo ver het oog reikt is langs
de oever bebossing te zien en water, een meer zonder overkant. Hier zou
men mij kunnen plaatsen, zomaar vanuit het niets. * Desolaat landschap Het verhaal achter het volgende gedicht dateert van jaren her. Een tijd
dat katten in groten getale rond de boerderij waar ik woonde darden. En
dat ik na de ochtendlijke brinta met vader verwoede pogingen deed mijn
ergens weggesmeten schoeisel te vinden om op tijd bij het hek te staan
voor het kleuterschoolbusje. Ook was het een tijd dat het algehele gerief
in het huishouden van mijn familie op een betrekkelijk laag pijl stond.
Zo was het enige warme plekje in de boerderij in de hoek van de woonkamer
achter de kachel te vinden, waar ik me avonden lang door mijn moeder liet
voorlezen. Door de rest van het slechts ten dele met pek besmeerde huis
woei de wind als een razende Roeland. Als we 's winters na een afwezigheid
van een paar dagen terugkeerden in onze boerderij, dan konden we bijvoorbeeld
een bos bloemen aantreffen die in hun vaas reeds de schaatsen had moeten
aanbinden. Ons huishouden stond overigens in sterk contrast tot dat van
onze buren. Daar was alles altijd piekfijn in orde. Hun tuin en achterliggende
stuk dijk was altijd keurig Oxfordiaans gemaaid, en wel precies tot de
erfscheiding met ons stuk dijk, waar de paardenbloemen hoog de lucht in
schoten. Op een gegeven moment kwam zelfs de koningin bij bezoek aan ons
dorp de dijk bij onze buren afgedaald. Kun je nagaan! * Rond het huis rennen in pyjama Toen ik een paar jaar de tentoonstelling "de glorie van de gouden eeuw" bezocht in het Rijksmuseum, had ik al het gevoel de hoeveelheid geëtaleerde kunst niet of nauwelijks allemaal te kunnen opnemen. Ik ben er dan ook twee keer heen gegaan, maar bij beide bezoekjes is het me niet gelukt, mede door de wijdlopige uitleg van de audiotour, het einde van de expositie te bereiken. Een vergelijkbaar gevoel had ik bij het bezoeken van "de meesterwerken" in de Philipsvleugel van hetzelfde museum, waar men door verbouwing in de rest van het pand de hoogtepunten van het cultuurbolwerk opeen heeft gepropt. Na zo'n vijf zalen had ik het idee al aardig verzadigd te zijn geraakt en uitzag naar de nachtwacht, klapper en afsluiter van het gedeelte van het museum waar we het de komende vier jaar mee zullen moeten doen. * De meesterwerken Het album "The Beatles" uit 1968 van de gelijknamige band staat
met zijn overwegend blanco voorkant beter bekend als "The White Album",
ofwel de Witte Plaat. Hiermee wordt een symbolisch doel gediend. De band
kon namelijk geen eerlijke manier vinden om zichzelf visueel te representeren
als een samenhangend geheel. Elk van de drie belangrijkste songschrijvers
ging zijn eigen visie achterna. The Beatles waren uitgegroeid tot een
alliantie van weergaloos begiftigde, maar uiterst individuele talenten. * De witte plaat
Jan Wiegers (1893-1959) studeerde aan de kunstacademie
Minerva te Groningen. In 1918 richtte hij samen met o.a. Johan Dijkstra
de Groninger kunstenaarsvereniging De Ploeg op. Dit deed hij uit onvrede
met de behoudende opvattingen van het Groninger kunstleven en de heersende
burgermoraal. In 1920 reisde Wiegers naar Zwitserland waar hij wegens
tbc moest kuren. Het verblijf was van beslissende betekenis voor zijn
artistieke ontwikkeling. Hij leerde er de Duitse expressionist Kirchner
kennen, die zeer geïnteresseerd was in grote, afgebakende, krachtige
vlakken en weloverwogen kleurcombinaties en veelal onderwerpen koos uit
zijn directe omgeving. * Jan Wiegers, Slaapkamer van Kirchner * Vincent van Gogh, Slaapkamer in Arles Degenen die even snel wat kennis van het Swahili willen opdoen, bijvoorbeeld voor een trip naar Zanzibar of Tanzania, kan ik Useful Swahili Words (http://www.glcom.com/hassan/swahili.html) aanraden. Dit is een soort "wat en hoe gids" met dagelijks gebruikte woorden en uitdrukkingen. Bovendien is er een verwijzing naar een uitspraakgids en zijn alle woorden van audiobestanden, in mp3 en Real Audio, beschikbaar. Leuk vind ik het overzicht van alle dieren die je in Oost-Afrika op je pad kunt verwachten. In elk geval zet ik de traditie van Swahili sprookjes voort. Dit keer gaat het over een koning en een haas, ofwel een "sungura". Er was eens een land met een ernstig waterprobleem. Elke zomer kwamen de rivieren droog te staan en had men de grootste moeite om aan drinkwater te komen. De koning riep alle mensen en dieren op om een waterput te graven. Allen kwamen ze opdraven, behalve de haas. Die had geen zin om zich in die hitte moe te maken. De koning verordende dan ook dat de haas niet van het water uit de put mocht drinken. Om hier op toe te zien plaatste de koning een wachter bij de put. De haas was echter al snel ter plaatse en paaide en vleide de wachter net zolang tot hij van het water mocht drinken. De koning hoorde hiervan en plaatste een andere wachter. Maar ook die liet zich vleien door de haas en liet hem drinken. Toen de koning dat hoorde dacht hij: "mensen zijn maar niets, misschien moet ik een dier bij de put plaatsen". En hij koos hiervoor de leeuw. Al snel kwam de haas bij de leeuw en sprak: "jij bent een leeuw, de koning van het woud. Is het niet een beetje te min voor je om wachter bij een put te zijn?". De leeuw liet de woorden van de haas tot zich doordringen en bedacht zich dat er wel waarheid in deze woorden stak en liet de haas daarom drinken. Toen de koning hoorde dat ook de leeuw zijn werk niet goed had gedaan, koos hij voor een kreeft. Deze zou onder water de wacht houden, zodat de haas het niet zou zien. En inderdaad, de haas dacht dat er nu niemand meer de wacht hield bij de put en sprong uit vreugde direct in het water. Toen werd hij echter beetgepakt door de ijzeren scharen van de kreeft en naar het paleis van de koning gesleept. Die sprak vervolgens tot de haas: "Het is wel ernstig wat jij op je geweten hebt. Niet helpen met graven, mijn wachters verleiden en zonder schaamte uit de put drinken. Jij verdient eigenlijk een zware straf". Toen sprak de haas: "Ik weet een goede straf. Sluit me op in een gevlochten mand en hang die op aan een hoge palm tot de zon mij zal uitdrogen". Het voorstel van de haas werd uitgevoerd. Midden in de nacht beet de haas echter met zijn scherpe tanden de kooi stuk en sprong eruit. Hij liep naar de waterput, dronk daar al het water op dat nog was overgebleven en vertrok toen naar een andere stad. * De koning en de haas (Swahili sprookje) Er is iets vreemds aan de hand met het Iers. Hoewel de taal in alle 26 graafschappen van de republiek Ierland wordt onderwezen, moet je flink zoeken naar een Ier die zich nog echt bedient van het Gaelic. De meeste Ieren spreken Engels, de taal van de eeuwenlange overheerser. Toch is er sprake van een 'revival'. Steeds meer jongeren zijn bereid hun moedertaal te leren, ondanks hun Engelstalige omgeving. Ieren die hun moedertaal een warm hart toedragen, zijn behoorlijk in
de minderheid. Achthonderd jaar Engelse overheersing is funest geweest
voor het bloemrijke Iers: de Engelse taal gaf immers veel meer status.
De hongersnood van 1847 deed de zaak ook geen goed. Nog altijd wordt de
eigen taal geassocieerd met honger en armoede. Bovendien zijn veel Ieren
naar Amerika geëmigreerd, waar hun taal snel door het Engels is verdrongen.
De verplichte Ierse lessen op school in Ierland bereiken het tegenovergestelde
effect. Vanaf de basisschool tot het einde van de middelbare school krijgen
kinderen Ierse les, maar dat wordt over het algemeen zo erbarmelijk slecht
gegeven dat de meeste kinderen hun eigen taal na school zo snel mogelijk
de rug toe keren. Het is geen uitzondering dat ze na vijftien jaar onderwijs
nog steeds geen fatsoenlijke zin uit de strot krijgen. Als u een indruk
wilt krijgen van het uiterlijk van de Ierse taal, dan kan ik u verwijzen
naar Beo! (http://www.beo.ie/),
de website voor de Ierstalige gemeenschap wereldwijd. Zoals u zult zien
is er geen touw aan vast te knopen en is het handig dat er hier en daar
wat Engels tussendoor staat. * Ornamentele Keltische mandala
Groetjes,
|
© Carel Schouten, 2004