*** 17.10.04 *** http://www.carelschouten.com


< -- TERUG

1 . Films
2. Tentoonstellingen
3. Recepten
4. Woord
5. Beeld

Hallo lieve mensen,

U heeft enig geduld moeten betrachten, maar na weken van afwezigheid ben ik wedergekeerd om mijn website van een stoflaag te ontdoen en u daarvan te berichten. Het is voor mij een roerige tijd geweest met downs, maar zeker ook ups. Zo is mijn werkverblijf in het kinderinternaat te Uvarovka, een klein gehucht zo'n 140 kilometer buiten Moskou (http://tutu.ru/station.php?nnst=4901), me bijzonder goed bevallen. Alhoewel de nodige zaken anders uitpakten dan ik had voorzien, was het voor mij een verrijkende ervaring. Ik heb Rusland leren kennen zoals niet eerder: dit keer geen grote rokerige steden, maar een klein dorpje, gelegen in het heuvelachtige, bosrijke platteland. Door het mooie weer kon je er mooi wandelen en 's nachts van een glasheldere sterrenhemel genieten. Op een af en toe voorbij denderende goederentrein kon het er daarnaast ook heel stil zijn. Alleen een sporadische hondenblaf kon de nacht zo af en toe verstoren.
Ook de kinderen van het tehuis, om wie het allemaal te doen was, hebben een positieve indruk op mij achtergelaten. Ze speelden en dansten op het territorium van het tehuis en waren buitengewoon in ons, een toch wel bont Hollands gezelschap, geïnteresseerd. Ze wilden weten wat we precies voor ze gingen bouwen en maken, hoe lang we bleven en of we daarna nog eens terugkwamen. Ook hoopten ze natuurlijk op cadeautjes: snoep, computerspelletjes, make-up en cassettebandjes. Gapend keken ze naar de met ons meegereisde kasbouwers, gespierd en rijzig als ze waren, en vroegen: "hoe komt het dat jullie zo groot zijn?" Een van hen antwoordde daarop nuchter op z'n Hollands: "Omdat ik vroeger veel pak slaag heb gekregen!". Toen ik een jongetje eens een cd cadeau had gedaan, kwam binnen twee minuten een zwerm kinderen op me afgevlogen, gonzend over mijn onbegrensde weldoenerschap. Ook echter de kinderen met een zwaardere handicap, die vaak moeite hadden met lopen en praten, werkten voor mij motiverend. Wanneer de verpleegsters ons hun kamers en speelboxen lieten zien, keken ze ons nieuwsgierig en vreugdevol aan. Alsof ze direct begrepen waarvoor we waren gekomen. In die kinderogen schuilde tegelijk een ongecompliceerd pure blijdschap. Vele kilometers afgezonderd van onze "beschaafde" wereld en het geweld en verdriet dat daar elke dag in voorkomt.

Naast de noeste arbeid van de afgelopen periode heb ik ook de nodige tijd voor ontspanning gehad. Met de Nederlandse delegatie, waarvoor ik tolkte en vertaalde, hebben we een dag door Moskou rondgehobbeld. Het was prachtig weer en de kassenbouwers vergaapten zich aan de feestelijk geklede jongedames. Om te beginnen bezochten we het Lenin Mausoleum (http://www.aha.ru/~mausoleu/). Ondanks dat het communistische regime al dertien jaar verleden tijd is prijkt dit bouwwerk nog altijd fier op het Rode Plein. En de veiligheid eromheen lijkt overdreven vormen aan te nemen. Tijdens de uren dat de tombe open is, wordt het gehele Rode Plein afgehekt en zien agenten en soldaten er op toe dat bezoekers geen tassen bij zich hebben, geen foto's maken en zonder treuzeling doorlopen. Binnenin, wanneer je Lenin in zijn glazen kist ziet liggen, is het zelfs verboden de handen in de zak te doen of te kuchen. Na deze hele exercitie voor de zoveelste keer te hebben meegemaakt, dacht ik: "Ja, Jeltsin, je had gelijk. Ze moeten die Lenin gewoon begraven, hem daar zijn rust gunnen en dat hoekige, afzichtelijke bouwsel voor de kremlinmuren afbreken". Maar het oude sentiment dat voor het behoud ervan pleit is nog niet van het straatbeeld verdwenen. We zagen een kleine optocht met rode vlaggen langskomen, ware het uit mensen van boven de zestig bestaande. Maar toch, Stalin ligt tezamen met vele andere sovjetleiders nog steeds onderaan de kremlinmuren begraven, en zijn graf was als enige nog niet verwelkte bloemen opgesierd.
Wat staat dat alles in schril contrast tot de buitensporige kapitalistische rijkdom die in het centrum van Moskou tegenwoordig alom aanwezig is. We bezochten het GUM (http://www.gum.ru/), een warenhuis dat tijdens het communisme in zwaar verval was geraakt en heel wat lege schappen telde, maar inmiddels een blinkend paradijs is van haute couture, beautysalons en juweliers. Op de bruggetjes die de galerijen van het vier etages hoge complex met elkaar verbinden zijn dure restaurants en brasseries verschenen.
Na al deze tsaristisch aandoende pracht en praal wilde mijn gezelschap ook de Arbat (http://www.moscow-guide.ru/culture/walk/arbat/arbat.htm), Moskous oudste straat, wel eens bewandelen. Nu kwam deze nog erg vertrouwd over. Tijdens mijn eerste bezoek aan Moskou, alweer ruim tien jaar geleden, kocht ik hier reeds een legertas die geheel onverwacht een gasmasker bleek te bevatten. Het enige verschil is misschien dat de toeristische uitdragerijen hoger geconcentreerd op elkaar staan, de souvenirs glanzender zijn en de prijzen de lucht in zijn geschoten. De Hollanders onder mijn hoede kochten er in groten getale bontmutsen en houten matroesjka's, onderhandelden met karikatuurschetsers en maakten het heimelijk fotograferen van passerende opgedofte schoonheden tot een sport. Tsja, ik kan dat prille enthousiasme wel begrijpen, al kom ik hier inmiddels voor de tiende keer!

Behalve moedertje Rusland heb ik ook andere noordelijke contreien van Europa aangedaan. Allereerst was dat Helsinki, sinds een jaar mijn geliefde startpunt voor reizen naar St. Petersburg. Ik heb daar een avond lang door de straten geslenterd in mijn overhemd met korte mouwen. De oudewijvenzomer was er op zijn hoogtepunt. Na aan enkele gesloten deuren te hebben gerammeld hoorde ik in de verte een geweldig kabaal op me afkomen. Er bleek een groot openluchtrockfestival gaande te zijn, en begerig naar vertier kocht ik zonder aarzeling een kaartje voor het terrein. Ik belandde midden in een optreden van de Leningrad Cowboys (http://www.leningradcowboys.fi/). Een Finse band, waarvan de talrijke langgekuifde leden zich als Russen voordoen. Het is een vrolijke mengelmoes van rock, punk, veel herkenbare geluiden uit andermans muziek en een show met veel schijnwerpers en vuurwerk. Ik taxeerde dat zo'n veertig procent van de op het veld aanwezige Finnen in een hogere mate van beschonkenheid verkeerde. Dat was ook niet zo moeilijk met de halve liters Lapin Kulta die overal rijkelijk getapt werden. Voor de rij naar het toilet konden de heren nauwelijks op de benen blijven staan en bralden daarbij onverstaanbaar.
Na Helsinki heb ik Estland aangedaan, een land dat qua taal en cultuur zeer in de richting van Finland komt. Als je in Tallinn (http://www.tallinn.ee/) door een groot winkelcentrum loopt, kun je geen verschil met Finland bemerken en lijkt het of vijfenveertig jaar communisme met wortel en tak verdwenen is. Alleen bij een bezoek aan het historisch museum komen de sporen van het communisme aan bod. Een suppoost laat ons op een verschuifbaar paneel foto's uit de communistische tijd zien, maar zodra we daar geconcentreerder naar willen kijken, schuift ze het vluchtig voor onze ogen weg. Op videobeelden die in het museum geprojecteerd worden zie je vooral veel mensen bij het zingen van het Estse volkslied en het wapperen van de Estse vlag een traan wegpinken, en redevoerders die declameren dat de zware decennia die het land heeft moeten doorstaan nooit meer zullen weerkeren. Als ik dat zou aanschouw, moet ik onwillekeurig denken aan al die Russen die toch nog steeds in Estland wonen, maar liefst 26% van de gehele bevolking van het land. Hoe hebben zij dat Estse nationalisme van de afgelopen vijftien jaar meegemaakt? Misschien een vraag om nog eens aan Michail Weller te stellen. Op een chronologisch overzicht van Tallinn valt te lezen: "1941-1945 bezetting van Estland door de nazi's, 1945-1991 bezetting van Estland door de sovjets". De laatste regel vermeldt: "Er is nog veel werk te doen. Tallinn zal nooit af en voltooid zijn." Daarop dachten wij: "Nou, als de zon over vijf miljard jaar - na een rode reus geweest te zijn - in een kleine dwergster verandert, dan zal het toch echt wel eens afgelopen zijn met Tallinn!". Verder overigens geen negatief woord over de stad: de straatjes en pleinen zijn lieflijk en ogen authentiek middeleeuws. Vanaf meerdere hooggelegen punten heb je een mooi panorama van de kerk- en kasteeltorens die het oude centrum sieren.
De laatste bestemming van onze noordelijke reis was Stockholm (http://www.stockholmtown.com/), een stad die we per veerpont (http://www.tallink.fi/) benaderden. Wanneer je deze stad binnenvaart vanuit een Oost-Europees land, dan kan de cultuurovergang groot zijn. De stad is zo schoon, aangeharkt, beregeld en verstoken van enige zwervers of tandeloze bedelende oude vrouwtjes, dat je even met de ogen moet knipperen. Het is daarbij ook een bijzonder mooie stad, gebouwd op meerdere eilanden en vol paleizen, kerken en statige gebouwen. Dat daar ook een prijskaartje aan hangt is misschien niet meer dan begrijpelijk. Zo betaal je voor een metrokaartje (T-bana) al zo'n slordige vijf euro, een ciabatta met mozzarella en pesto kost vaak meer, om over een halve liter bier in een deftig café-restaurant maar even te zwijgen. Ik vond het wel erg leuk om in Stockholm een kennis van mijn verblijf in Petersburg te ontmoeten, die ons de nachtelijke stad kon laten zien. Ook een bezoek aan een cultuur- en natuurpark met aanhankelijk gedierte (http://www.carelschouten.com/CarelStockholm2004.JPG) uit de omgeving heeft me een lach op het gezicht bezorgd.

FILMS

Om te beginnen zag ik "Bourne Supremacy" (http://www.thebournesupremacy.com/) van Paul Greengrass, het vervolg op het in 2002 verschenen "Bourne Identity". In die eerste film, naar de roman van Robert Ludlum, maken we kennis met Jason Bourne (Matt Damon). Door een aanslag is deze jongeman zijn geheugen compleet kwijtgeraakt. Hij wordt door een Italiaanse vissersboot uit het water gehaald en in Marseille aan land gezet. Ondanks dat zijn verleden geheel blanco voor hem is en hij niemand meer kan herinneren, blijkt hij veel talen te spreken en een aardig robbertje te kunnen vechten. Als hij door een op zijn heup getatoeëerd rekeningennummer op een Zwitserse bank zijn bagagekluis komt claimen, blijkt hij de bezitter te zijn van een grote bundel dollars, een arsenaal aan paspoorten en wapentuig. Hij realiseert zich wie hij is, en welk gevaar hij loopt gepakt te worden door mensen, die hij zich door zijn geheugenverlies niet voor de geest kan halen. Waar Bourne in het eerste deel vooral strijdt voor het terugkrijgen van zijn identiteit, met een stoere en bekoorlijke Marie (Franka Potente), is het hem in de tweede film te doen om afrekening met degenen die hem van zijn identiteit hadden verstoken. Helaas is deze film veel zwakker dan de eerste episode, wellicht niet in de laatste plaats door de wisseling van regisseur. Zo wordt Marie in het begin van de film jammer genoeg al koudgemaakt, waardoor we het met een alleenstaande antiheld moeten stellen. De vele achtervolgingen met wapengekletter en de vluchtige, voor mij niet te volgen beelden van de tegenpartij zijn misschien flitsend, maar maskeren tegelijk een wel heel mager script.

In Rusland zag ik "Life is a Miracle" (http://www.lifeisamiracle-themovie.com/) van Emir Kusturica, de Bosnische regisseur van het controversiële "Underground" uit 1995, een film over de oorlogen in voormalig Joegoslavië. De setting voor deze film is het Bosnische platteland, vlak voor het uitbreken van de oorlog in 1992. Als de film nog maar net begonnen is, wordt de kijker al overdonderd door een scala aan excentriekelingen, dronkelappen en malloten. De leidraad van de film is min of meer een integer, maar naïef ingenieur die een spoorlijn wil aanleggen om het gebied waarin hij leeft voor toeristen te ontsluiten. Daarbij sluit hij echter geheel zijn ogen voor de naderende oorlogsdreiging en daarbij misstanden binnen zijn familie. Zo gaat zijn vrouw, een operazangeres, vreemd met een passerende muzikant en wordt zijn in het leger dienende zoon krijgsgevangen genomen. Ondertussen wordt hij door Servische militairen gedwongen een moslimgijzelaarster te bewaken. Uiteraard komt hij al gauw in vuur en vlam te staan voor deze jonge deerne. Als de Serviërs dit in de smiezen krijgen, zal hij zijn zoon alleen terugzien door haar in te ruilen.
De algehele indruk is dat Kusturica in deze film een beeld van chaos en vertier creëert boven de ellende waarin de Balkan in die jaren verkeerde en de oorlog afdoet als een grote zotternij, hoe hard en banaal die in werkelijkheid ook geweest is. Daarbij roepen de personages ook geen vertedering op, hetgeen gezien de feiten van het verhaal zeker het geval had kunnen zijn, en is de film door zijn platvloersheid ook nauwelijks als een komedie te beschouwen. Een teleurstelling na "Underground" gezien te hebben, een film waarin de regisseur met betrekking tot de oorlog mijns inziens over het geheel wel de juiste akkoorden aanslaat.

Tot slot ter bespreking "Collateral" (http://www.collateral-themovie.com/) van Michael Mann, bekend van de tv-serie Miami Vice. Hierin zijn we getuige van een extreme nacht voor taxichauffeur Max (Jamie Foxx) en een routineklus voor Vincent (Tom Cruise). Deze laatste is huurmoordenaar en moet in een nacht in Los Angeles vijf kroongetuigen in een drugszaak uit de weg ruimen, en daartoe heeft hij de dan nog onwetende Max met een aardig honorarium bereid gevonden. Als de eerste kop rolt, wil Max afzien van het geld van zijn klant en de gestelde opdracht, maar die moet daar niets van weten. Langzaam aan neemt Vincent figuurlijk het stuur van de taxi over en gaat met Max de locaties af die op zijn lijst staan. Ongewild wordt Max bij het gebeuren betrokken, zodat op gegeven moment niet Vincent, maar hij door de maffiabazen en politie voor de huurmoordenaar wordt aangezien. Bij dit alles krijg je als kijker over het algemeen veel dialoog en weinig wapengekletter. Op doelgerichte pistoolschoten na is deze film meer een psychologische thriller dan een actiefilm, wat je gezien het verhaal zou verwachten. Je krijgt een diepgaande uitwerking van de betrokken personages: de dromen en wereldsheid van Max enerzijds en het koude, nihilistische realisme van Vincent anderzijds. Ik vind dat zowel Foxx en Cruise, die we in veel films als held van het goede kennen, dit bijzonder wel uitbeelden. De dialoog tussen Max en strafpleiter Annie (Jada Pinkett Smith), zoals later blijkt een van de personen op Vincents lijst, in het begin van de film zet reeds de toon voor het diepgaande psychologische drama dat in het verschiet ligt. De blikken die Max via de achteruitkijkspiegel met haar uitwisselt en het gesprek dat zij in een korte taxirit voeren zou ik op dvd nog wel eens terug willen zien...

TENTOONSTELLINGEN

Het Ateneum (http://www.ateneum.fi/) in Helsinki herbergt de grootste kunstcollectie van Finland, met inbegrip van de meest geliefde Finse meesterwerken. De collectie Finse kunst van het museum dateert uit de periode van 1750 tot 1970. De internationale kunst komt uit de tweede helft van de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw. Daarnaast bevat het museum ook een apart prentenkabinet. De uitgebreidheid en aandacht van het getoonde werk uit de vaste collectie varieert, mede afhankelijk van de tijdelijke tentoonstellingen.
Zo bezocht ik een tentoonstelling, gewijd aan de Finse schilder Albert Edelfelt (1854-1905), georganiseerd ter ere van diens 150ste geboortedag. Ik ben vorig jaar reeds bekend geraakt met zijn werk, en kon constateren dat alle hoogtepunten uit zijn oeuvre op de tentoonstelling aanwezig waren. Voor de Finnen is Edelfelt heel belangrijk door zijn liefdevolle houding ten opzichte van het Finse volk en landschap in zijn werk, en de manier waarop hij daarmee de internationale kunst heeft betreden en beïnvloed. Zo mocht hij op de Wereldtentoonstelling in Parijs van 1900 het Finse paviljoen verzorgen. Hij werd door zijn werk met veel enthousiasme ontvangen in de Parijse salons. Door zijn portret van Louis Pasteur (http://www.artyst.net/E/Edelfelt19/EdelfeltPasteur.htm) verkreeg hij wereldwijde faam. Daarbij was hij echter zeker niet hervormend of rebels. Men kan hem dan ook niet in het impressionisme of een ander "isme" plaatsen dat zich in die jaren afzette tegen de conservatieve houding van de Parijse Academie. Ondanks dat was Edelfelt toch een bijzonder kundig vakman die Finland zoals geen ander met verftoetsen heeft vastgelegd. Een in het westen inmiddels vergeten kunstenaar, maar daardoor niet oninteressant of gedateerd aandoend. Zeker indien u zich een beeld van Finland wilt vormen en u zich voor 30 januari 2005 in Helsinki ophoudt.

Het nieuwe Moderna Museet (http://www.modernamuseet.se/) te Stockholm is in februari 2004 door Koning Gustav geopend op het eiland Skeppsholmen. De nieuwe behuizing van het museum is ontworpen door de befaamde Spaanse architect Rafael Moneo, verantwoordelijk voor musea in Spanje en de VS en winnaar van de Pritzker Architectuur Prijs. Het museum is sinds 1997 het grootste culturele project van Zweden en kan zich beroemen op 1000 vierkante meter expositieruimte en werk van Gericault, Munch, Jake en Dinos Chapman, Bacon, Warhol, Beuys en Kienholz onder de pannen.
Op het moment is er de tentoonstelling "In the Power of Painting" gaande. Hierin komt een aantal centrale aspecten van de schilderkunst tussen 1950 en 1990 aan bod door zes van de meest vooraanstaande kunstenaars uit die periode: Andy Warhol, Sigmar Polke, Gerhard Richter, Cy Twombly, Brice Marden en Ross Bleckner. Het gemeenschappelijke aan Warhol (http://www.warhol.org/), Polke en Richter is de keuze van zowel het ding als object als beelden uit de media. Twombly en Marden nemen een abstracter uitgangspunt in, dat zich langzaam tot een eigen tekentaal ontwikkelt. Bleckner (http://www.rbleckner.com/) lijkt zich in zijn werk te onttrekken aan zijn seksuele identiteit, een realiteit, getekend door ziekte, aids en dood. Vanaf de jaren tachtig komt Bleckner steeds verder tot abstractie, hetgeen culmineert in een werk uit 1998, waarin de natuur het heft lijkt over te nemen als een oncontroleerbare kracht. De expositie als geheel geeft een aardige presentatie van de schilderkunst van de pinakels van het modernisme tot aan het hoogtepunt van het postmodernisme.

Terug in Amsterdam is er de tentoonstelling "Nicolaas & Alexandra" in de Hermitage aan de Amstel (http://www.hermitage.nl/). Een tentoonstelling die overigens met een optreden van het Byzantijns Mannenkoor (http://www.nhbm.nl/) geopend is; de verantwoordelijke voor mijn bovengenoemde verblijf op het Russische platteland!
Het leven van het tsarenpaar Nicolaas en Alexandra is een indrukwekkend en ontroerend verhaal. Zelden is een persoonlijk verhaal zo verweven met de loop van de wereldgeschiedenis als dat van de laatste tsarenfamilie van Rusland. U ziet op 'Nicolaas & Alexandra' alles over het leven van Nicolaas II (1868-1918) en Alexandra (1872-1918) en van hun vijf kinderen Olga, Tatjana, Maria, Anastasia en de aan hemofilie lijdende troonopvolger Alexej. Deze expositie in de Amsterdamse Hermitage toont talloze persoonlijke bezittingen, brieven, schilderijen, foto's en kunstbezit van dit koninklijk gezin.
De expositie begint met de kroning in 1896 van Nicolaas tot de Tsaar aller Russen. Met allerlei persoonlijke objecten besteedt de expositie aandacht aan het gezin van de tsaar. Zo ziet u japonnen van de dochters, foto's van privé-appartementen en een collectie kleine objecten van het beroemde juweliershuis Fabergé. Ook kinderuniformpjes, stukken speelgoed en knuffels, waaronder een grote teddybeer, ontbreken niet. Zoals bekend was er door politieke onrust en een veranderende wereld geen plaats meer voor een tsaar in Rusland. De tsaar trad op 2 maart 1917 af. Een half jaar later werd het tsarengezin, symbool voor het oude Rusland, op bevel van Lenin door de Bolsjewieken in Jekaterinburg geliquideerd. Van de laatste jaren van een tsarendynastie getuigt de laatste zaal van de tentoonstelling.



RECEPTEN

Als ik in den vreemde ben probeer ik mij, indien de tijd dat toelaat, te conformeren aan de plaatselijke eet- en drinkgewoonten. Nu is dat met mijn vegetarisme niet altijd even eenvoudig. In Finland houdt men bijvoorbeeld bijzonder van rendiervlees en ander plaatselijk wild, terwijl men op feestdagen ook paaslam of grote plakken gekookte ham serveert. De visetende vegetariër heeft het in Finland echter heel gemakkelijk door de ruime keuze aan visgerechten, waarvan zalm (lohi), meerforel (siika), regenboogforel (kirjolohi) en Baltische haring (silaka) de bekendste zijn. In de zomer schijnt u ook beslist de rivierkreeft (rapu) te moeten proberen, heb ik me door een kok laten vertellen.
Toch blijkt ook de visloze vegetariër in Finland - tenminste in Helsinki - niet te hoeven verhongeren. Het aanbod aan verse groenten is opvallend groot, in acht nemend op welke breedtegraad Finland ligt. De nadruk ligt desalniettemin op stoofschotels met wortel, kool, koolraap en bieten. Een veel gebruikt kruid is verse dille, in dit laatste zien we een nauwe verwantschap met de Russische keuken. Verder kan men in de bakker vragen naar "kalakukko", brood dat met aardappels en paddestoelen-ragout gevuld is. Voor het onderstaande vegetarische diner heb ik me o.a. laten inspireren door recepten op de Finlandsite (http://www.finlandsite.nl/), het eerste portaal voor de Finlandganger, en een collectie vegetarische Finse recepten van het Amerikaanse Recipezaar (http://www.recipezaar.com/r/245/169).

* Fins diner
- http://www.carelschouten.com/vegetarian/menu161004.htm

Tijdens mijn laatste verpozen in Rusland ben ik door vrienden onthaald op een fantastisch diner. Het is in Rusland het gebruik alle gangen tegelijk op tafel te zetten, zonodig op rechauds. Een gebruik dat ik in het begin van mijn kookcarrière enthousiast heb overgenomen. De aanblik van zo'n gevulde tafel met zoveel verschillend gekleurde gerechtjes en schaaltjes kan mijns inziens hetzelfde esthetische genot oproepen als de aanblik van een schilderij. Het jammere is alleen dat ik op het moment met oppervlaktebeperking qua woning en tafel te maken heb. Toch zou ik nog eens graag een mooie gevulde Russische tafel willen organiseren (hint hint!). Een voorstel tot gerechten daartoe heb ik reeds gereed. Ik heb daarbij een zo breed mogelijke greep uit de Russische keuken proberen te nemen: bietensoep, pannenkoekjes, kool- en paddestoelpasteitjes en vruchtenlekkernijen. Geheel in stijl overigens met de Russische tak van de International Vegetarion Union (http://www.ivu.org/history/societies/russia.html). Mocht iemand zich geroepen voelen een dergelijke tafel in het kader van een feestelijke gelegenheid (mede) te organiseren, dan hoor ik dat graag! Uiteraard kan er dan gesproken worden over aanvullingen met vlees en vis.

* Russische tafel
- http://www.carelschouten.com/vegetarian/Russische_tafel1.htm

WOORD

Inmiddels is Petersburg voor mij een vertrouwde thuishaven geworden, een tweede pied-à-terre zou ik zelfs zeggen. Al sinds 1996 kom ik hier met zich handhavende regelmaat. In de loop van de jaren heb ik in deze stad heel wat telefoonnummers en adresjes gesprokkeld. Zeker in de beginjaren was men soms verrast zomaar in het wild een buitenlander te treffen. Nederland, dat was het land van vrijheid, drugs en voetbal. Op het moment is de euforie een westerling te trekken, mede door het met rasse schreden naderende kapitalisme en consumentisme, in de grote Russische steden wat weggeëbd. Alhoewel mijn kennissen in Petersburg nog altijd blij zijn me te vergasten op een kop thee, een wodkaatje en een knabbeltje erbij, is de nieuwsgierigheid naar het zogezegde melk en honing van ons land minder sterk.
Bij mijn laatste verpozen in Petersburg lukte het niet bij kennissen te verblijven. Alle logeerbedden bleken reeds bevolkt. Om niet honderden euro's aan een hotel te spenderen had mijn reismakker op het station een oud vrouwtje met een kamer te huur gecharterd. Nou, dat was een schot in de roos. De sovjettoestanden die daarop volgden waren niet mis te verstaan. Toen we met koffers en al in een haperende trolleybus in haar residentie belandden, kregen we daar direct een mooi voorproefje van. Ze wilden van ons het naadje van de kous weten. Waren we geen drugsverslaafden? Hoe stonden we tegenover alcoholgebruik? En wat was precies de reden van onze reis? Het was voor haar duidelijk de eerste keer in haar sovjetleven dat ze met buitenlanders van doen had. Toen we haar naar haar naam vroegen, voelde ze zich direct aangevallen. Wat dachten we wel dat wij zulke intieme gegevens eisten! Ze hield het kort: "noem me maar tante Galja". Nou, en zo hebben we haar dan ook tot het eind van ons verblijf genoemd. De kameraad die dit verblijf voor ons versierd had en zelf elders verbleef, vroeg haar vervolgens ook nog eens naar haar telefoonnummer. Toen ze dat met tegenzin gaf, probeerde hij het nummer meteen vanaf zijn mobiele telefoon. En ja hoor, er begon in een aanpalende kamer een telefoon te rinkelen. En tante Galja reageerde daarop als door een wesp gestoken: "Oh lieve hemel! Wie zou mij op dit uur van de nacht nog willen bellen?!". Toen mijn reiskameraad met het schaamrood aan de kaken zei dat hij de beller was, verzuchtte tante Galja: "Mijn god, heb ik me daar vierendertig jaar voor het communisme afgesloofd, en dan nu dit!"
...Als u wilt weten hoe dit verhaal afloopt, klik dan onderstaande link aan...

* Essen!
- http://www.carelschouten.com/houtskool/Dromen/essen.htm

Bij de Nederlandse Politie (http://www.politie.nl/) vindt de opsporing van vermiste personen plaats op basis van de aanname dat vermisten, tenzij het tegendeel blijkt, onvrijwillig vermist zijn en derhalve opgespoord willen worden. Als iemand een serieus bericht achterlaat dat hij niet opgespoord wenst te worden, wordt deze persoon niet als vermist beschouwd. Dit kan het geval zijn als iemand elders een nieuw leven wenst op te bouwen. Van een vrijwillige vermissing wordt alleen uitgegaan wanneer kan worden aangenomen dat de vermiste voldoende inzicht in de eigen situatie heeft. Dat kan bijvoorbeeld twijfelachtig zijn bij een minderjarige of bij iemand met een psychische stoornis, die het vermogen tot een redelijke belangenafweging kan aantasten. Bovendien moeten er geen tekenen zijn die wijzen op een misdrijf.

* Van vermissing getuige
- http://www.carelschouten.com/literatuur/gedichten_43.htm#van_vermissing

Liefdadigheid was in het verleden bittere noodzaak. Het overgrote deel van de Nederlandse bevolking balanceerde permanent op de rand van armoede. Er hoefde maar iets te gebeuren (werkloosheid, ziekte) of een gezin stortte in de ellende. Maar voor bijna iedere arme sloeber was wel een of andere liefdadige instelling. Welgestelde leden van de samenleving tastten vaak in de buidel om de hulpbehoevende medemens bij te staan.
Bij die liefdadigheid mogen best wat vraagtekens worden gezet, zelfs als we met onze huidige, 20ste-eeuwse bril naar de voorvaderen kijken. Het blijft natuurlijk krom om het merendeel van de bevolking zo weinig loon te geven dat ze net niet van honger omkomen en dan in de vorm van liefdadigheid de mensen in leven te houden. Vooral de echtgenotes van de schrikbarend rijke bovenlaag van de maatschappij hadden wegens een overmaat aan vrije tijd bijna een dagtaak aan het ondersteunen van goede doelen. Er was geen gebrek of er was wel een liefdadige instelling voor. Dat ook liefdadigheid soms hard werken betekende, bewezen de dames van Dorcas (http://www.dordt.nl/eigenaardig/txt/dorcas.htm). In de sferen van deze weldoensters schreef ik de volgende regels.

* Dorcas
- http://www.carelschouten.com/literatuur/gedichten_43.htm#Dorcas

Bijna elk land in Latijns-Amerika (http://www.clat.nl/) heeft een eigen naam voor wat wij aanduiden als krottenwijken. In Venezuela heten het "rancheros", in Peru "pueblos jovenes" en in Brazilië staan ze bekend als "favelas". Zelfs de toerist die de stranden van Rio de Janeiro bezoekt, kunnen de armoedige bouwsels tot hoog tegen de bergen aangebouwd, niet ontgaan. En mocht dat het geval zijn, dan wordt hij door alles en iedereen gewaarschuwd daar niet heen te gaan, want dat is gevaarlijk. De vraag die dan bij de toerist opkomt is hoe een regering het zover heeft kunnen laten komen, dat al die duizenden mensen in zulke omstandigheden in de krottenwijken wonen. Een regering en een stadsbestuur hebben immers een verantwoordelijkheid voor huisvesting, voor infrastructuur en voorzieningen.
In Rio ontstonden de favelas doordat steeds meer arme mensen, voornamelijk immigranten uit het Noordoosten die de droogte wilden ontvluchten, naar de grote steden in het zuiden trokken. De stad was daar niet op berekend en er was geen of onvoldoende beleid om het ontstaan van krottenwijken tegen te gaan. Er was geen werk en velen kwamen in de informele economie terecht. Er waren geen betaalbare huizen, waardoor mensen zelf maar een huisje gingen bouwen op de plekken die niet benut werden. Zo ontstonden op de heuvels in en rondom de stad op een spontane manier favelas.. Momenteel wonen in Rio een miljoen mensen, op een totale bevolking van zes miljoen inwoners, in een favela. Het typische van een favela is dat ze van de ene op de andere dag kan ontstaan, maar ook weer verdwijnen. Dat laatste vaak door de sterke arm van de overheid die schoon schip wil maken of door een bouwondernemer die een groot winkelcentrum wil bouwen.

* Een bont carnaval in grauwheid
- http://www.carelschouten.com/literatuur/gedichten_43.htm#een_bont_carnaval

BEELD

Vol trots kan ik weer een nieuwe expositie van mijn werk aankondigen! De expositie bevindt zich op de polikliniek van het VU Medisch Centrum (De Boelelaan 1118, Amsterdam), afdeling Inwendige Geneeskunde. Het betreft een tiental van mijn meest recente werken (http://www.carelschouten.com/pastels/expositie_poli.htm), die alle te koop zullen worden aangeboden. In een volgende update of losse zending zal ik meer informatie hierover verschaffen. Ik ben ook weer van plan enkele rondleidingen langs de werken te geven. Indien u hierin geïnteresseerd bent, kunt u zich daartoe natuurlijk al wel bij mij aanmelden per e-mail (carel@mail.ru) of telefoon (06-20012101). Ik hoop u in groten getale te ontvangen!

Wanneer ik door Helsinki loop, met name over het domplein en langs de universiteitsgebouwen, dan gaan mijn gedachten onwillekeurig naar St. Petersburg. En dat is ook niet verwonderlijk, aangezien Finland tot 1917 een provincie was van het Russische rijk. Veel van de paleizen en kerken in Helsinki zijn in de negentiende eeuw door de tsaren gebouwd. Het grappige is alleen dat het volk dat langs al die voor mij zo herkenbare architectuur wandelt geheel anders is dan in Petersburg, slechts vijf uur sporen van Helsinki verwijderd. De mensen zijn kalm, vriendelijk en in harmonie. Als je op straat iemand de weg vraagt, dan kan het gebeuren dat diegene gelijk iets vertelt over dingen die hij of zij mooi aan de stad vindt. Nou, dat is toch volstrekt een andere wereld vergeleken met Rusland! En er is nog een verschil tussen de Finnen en de meeste Russen: de Finnen zijn heel positief over Lenin. In het centraal station van Helsinki zie je zelfs een maquette van de trein waarmee Lenin naar Rusland is gereden. Toen Lenin Finland namelijk vroeg of het een sovjetrepubliek wilde worden, heeft het land vriendelijk voor de eer bedankt. En sindsdien heeft Lenin Finland met rust gelaten en is het land voor het eerst sinds eeuwen een soevereine staat geworden.

* Herinneringen aan Helsinki
- http://www.carelschouten.com/pastels/herinneringen_aan_helsinki.jpg

Zoals ik al aangaf vond ik Stockholm een stad van bijzondere schoonheid. Ondanks dat de stad niet over een hoge skyline beschikt, heeft het centrum van de stad door de ruimgedachte architectuur, de brede kades en de vele bruggen toch de allure van een hoofdstad. Passend bij een monarchie vind ik ook dat de koninklijke familie in vorstelijke ambiance in de hoofdstad resideert. Daar zou Nederland een voorbeeld aan kunnen nemen! De oude stad (Gamla Stan) biedt een brede keuze aan restaurants en uitgaansgelegenheden, die meerdere nachten vereisen om goed te kunnen worden geëxploreerd. Ons kennisje van jaren terug heeft ons in het donker rotsen laten beklimmen vanwaar een prachtig nachtelijk panorama van de stad zich aan ons openbaarde. Ook heeft ze ons bij haar thuis uitgenodigd voor een glaasje ranja, en hebben we haar dakterras beklommen met een prachtig zicht over de torens van de Gamla Stan.

* Herinneringen aan Stockholm
- http://www.carelschouten.com/pastels/herinneringen_aan_stockholm.jpg

Het volgende pastel is geinspireerd op de Duits expressionistische schilder Franz Marc (1880-1916), en in het bijzonder zijn dierportretten. Hierin probeerde de kunstenaar niet zozeer de uiterlijke verschijningsvorm, als wel de innerlijke essentie van het dier te vatten. Hierbij speelde de door hem ontwikkelde kleurensymboliek een grote rol. Zo stond blauw bijvoorbeeld voor "het mannelijke principe, stug en geestelijk" en geel voor "het vrouwelijke principe, zacht, vrolijk en zinnelijk". Onder invloed van het kubisme vereenvoudigde hij ook de vormen sterk. Hierdoor neigden zijn schilderijen steeds sterker naar het abstracte.
Franz Marc (http://www.franz-marc-museum.de/) wordt op 8 februari 1880 in Munchen geboren. Hij studeerde in die stad aan de kunstacademie en reisde meerdere malen naar Parijs waar hij het werk van Gauguin, Van Gogh en de impressionisten zag. Samen met Kandinsky stichtte hij in 1911 de almanak "Der Blaue Reiter" en organiseerde tentoonstellingen onder die naam. Hij werd de voorzitter van de Eerste Duitse Salon in 1913. In de Eerste Wereldoorlog trad hij als vrijwillig soldaat toe tot het Duitse leger en sneuvelde in de loopgraven bij Verdun op 4 maart 1916. Voor die tijd is het hem echter gelukt de basis te leggen voor de abstracte kunst van de twintigste eeuw door een program voor kunst, gebaseerd op exuberante kleur en op diep gevoelde emotionele en spirituele gesteldheden. In het bijzonder deed hij dit met zijn paradijselijk bonte, heroïsch ogende paarden als dramatis personae.

* Paarden in vrijheid
- http://www.carelschouten.com/pastels/paarden_in_vrijheid.jpg

Ook in deze update weer een door mij geïllustreerd verhaal van Michail Weller (http://www.weller.ru), dit keer betreft het een miniatuur over het actuele gegeven dat niemand ooit tijd heeft. Altijd hebben we het maar "druk druk", waardoor we van alles moeten laten schieten...

"We kunnen nooit. We doen van alles. We geven bloed en rekenschap; betalen contributies en autokeuringen; rapporten en scheepsladingen; examens en riolering; voor allerlei objecten en posities. Onze echtgenotes zeggen dat wij alleen maar weggeven. We schenken voor jubilea en nog wel meer dan het geplande, in gedeelten en alles ineens; op rode werkdagen en zwarte zaterdagen. We geven voor de garderobe en voor steun; voor een naamsvermelding en voor een begrafenis, ter verheerlijking; we schenken aan innamepunten; we geven voor een periode en voor een titel, met geld en doperwtjes; aan het vakbondscomité en het archief; we geven te vroeg aan de glazenzetter en voor theaterkaartjes, omdat we toch nooit naar het theater kunnen.
Wij hebben onze eigen tragedie. We kunnen nooit. We werken. Arbeid kleurt de mens. Van die kleur kom je tijdens een maand vakantie nauwelijks af.
We hebben te veel chefs en wittebloedlichaampjes, water in onze zure room en concurrenten op de woninglijst, we dragen muskusratmutsen, daarom zien we er zo slecht uit.
We moeten uitrusten. Tot onszelf komen. Even liggen. Even de stilte aanhoren. Aan een jong bloempje ruiken. Maar toch kunnen we nooit. We kunnen nooit boeken en notenschrift voorlezen aan onze kinderen; klachten en dissertaties schrijven; op visite gaan en op de ski's; het theater bezoeken en de tandarts; denken over het leven en kinderen krijgen.
En als die er niet komen, waar is heel die mallemolen in godsnaam dan voor nodig?
" (M.W.)

* Michail Weller, We kunnen nooit
- http://www.carelschouten.com/pastels/nooit1.htm


Tot hier ditmaal. Gezien de toegenomen drukte in het kader van mijn bedrijf zullen de updatebrieven, zoals nu reeds het geval is, minder vaak verstuurd worden. Ik zal trachten een frequentie van eens in de drie of vier weken te handhaven. De zondag blijft echter de dag waarop ik mijn zendingen uw kant op zal doen gaan. Ook de lengte van de updates zal ik vanaf heden reduceren, dus slaakt u maar een zucht van verlichting! In ieder geval wens ik u alle voorspoed in goede gezondheid.

Veel groetjes,

Carel.


© Carel Schouten, 2004