*** 16.05.04 *** http://www.carelschouten.com


< -- TERUG

1. Muziek
2 . Films
3 . Tentoonstellingen
4 . Recepten
5 . Woord
6 . Beeld

Hallo lieve mensen,

Hé, op welk een fijne tijd kan ik terugzien! Eindelijk eens een paar dagen waarop ik mij niet hoefde te onderwerpen aan mijn zich eindeloos aandienende dadendrang. Allereerst was er Koninginnedag, waarop ik te voet heel de Amsterdamse binnenstad heb afgestiefeld. Soms moest ik mij door dichte drommen een weg banen, maar op andere plaatsen kon ik vrijelijk de grachten bewandelen. Daarbij was het met een vaalblauwe hemel en aangename, doch gematigde temperaturen goed verpozen. Het was alleen jammer dat mijn vaste koninginnedagkameraadjes uit den lande waren en ik mij als vegetariër voor vele beperkingen zag: naast de eindeloze aaneenschakeling van patatkraampjes waren het voornamelijk broodjes beenham, hamburgers en gyros wat de klok sloeg. Gelukkig kwam ik tegen het einde van deze heugelijke dag enkele vrienden tegen met wie ik een stevig pintje heb gedronken: het was immers een feestdag en dus had ik vrij van mijn alcoholloze dieet.

Na de festiviteiten in eigen land ben ik voor enkele dagen naar Berlijn afgereisd. Nu was ik daar enkele jaren geleden ook al geweest, maar aangezien Berlijn tot een van de snelst ontwikkelende steden ter wereld behoort, was het toch of ik er voor het eerst heenging. Zo bleken de hijskranen, die Berlijn kort geleden nog karakteriseerden, grotendeels verdwenen te zijn. Als je over Unter den Linden wandelt, kun je je nauwelijks nog voorstellen dat dit ooit tot het Oostblok behoort heeft: de straten zijn schoon, de winkels rijkelijk gevuld, de paleizen en gebouwen zijn gerestaureerd en tussen de auto's is geen een trabant meer te bekennen. Ook de naad over de Kurfürstendamm langs de Brandenburger Tor (http://www.onzetaal.nl/advies/brandenburger.html), een restant van de inmiddels bijna vijftien jaar geleden gevallen muur, is zorgvuldig weggepoetst. Door het wegvallen van deze door de Berlijners zo gehate grens kunnen de verdelingen die na de Tweede Wereldoorlog gemaakt zijn ongedaan worden gemaakt. Zo worden kunstverzamelingen die waren overgebracht naar het West-Berlijnse Charlottenburg weer teruggebracht naar het Oost-Berlijnse Museeninsel, waar ze eigenlijk thuishoren. Maar van West en Oost is nu geen sprake meer; of je nu bent in de Gedächtniskirche (http://www.gedaechtniskirche.com/) of je bovenop de Fernsehturm (http://www.berlinerfernsehturm.de/) aan het Alexanderplatz staat, je bent gewoon in Berlijn. En het is mijn sterke indruk dat heel veel Berlijners er ook zo over voelen.
In de hieronder volgende rubrieken zal ik verslag doen van de culturele geneugten die ik bij onze oosterbuurtjes heb genoten. Binnenkort zal ik dit verslag aanvullen met opnames die ik met mijn digitale camera, overigens een buitengewoon onderhoudend fröbeldingetje, heb gemaakt.

Vandaag was ik in Rotterdam voor een lezing van de Amerikaanse hypnotherapeute Dolores Cannon (http://www.justwebit.com/members/35564/cannon.shtml). Na een aantal boeken van haar te hebben gelezen, was ik nu in de gelegenheid haar in levenden lijve te zien! Dolores Cannon is gespecialiseerd in regressietherapie. Ze brengt mensen onder hypnose en voert ze terug naar vorige levens, om daar vervolgens informatie uit naar boven te halen. Dit is mogelijk door ze in een diepe "somnambulante" trance te brengen, waarin het eigen bewustzijn geheel wordt uitgeschakeld en eerdere verschijningen op aarde naar voren komen. Het verschilt per persoon hoe gemakkelijk deze staat bereikt kan worden. In elk geval zou het naar boven halen van "verloren" informatie uit vorige levens kunnen bijdragen tot de genezing of verzachting van kwalen in het huidige leven.
Nu kan men bij dergelijke praktijken wel vraagtekens hebben, en dat is ook niet meer dan terecht. Dolores Cannon is al vanaf de jaren zestig met hypnose bezig op haar geheel eigen manier en heeft methodes ontwikkeld om die vraagtekens weg te nemen. Zo heeft ze zich als gewoonte aangewend de informatie die uit hypnosesessies naar boven komt te verifiëren door diepgaand wetenschappelijk geschiedkundig onderzoek. En daarbij kwam ze soms tot verrassende ontdekkingen. Zo had ze eens een jonge vrouw onder hypnose gebracht die reeds op haar zestiende van school was gestuurd, en in trance allerlei gegevens over een bestaan in Palestina rond het jaar nul aandroeg waar ze in haar huidige leven onmogelijk weet van kon hebben.
Ik zal u echter niet proberen te overtuigen van het wetenschappelijke gehalte van de manier waarop Dolores Cannon te werk gaat. Ik wil u alleen zeggen dat ik erg blij ben haar nu eens in het echt gezien te hebben en haar boeken gesigneerd te hebben gekregen. Voor mij is het troostend te weten dat de verschijning die wij nu op dit moment op aarde hebben niet de eerste of laatste is.

MUZIEK

Ik heb naar mijn beste weten tijdens een concert nog nooit zo gelachen als bij "Bite the Gnatze" (http://home01.wxs.nl/~pallesen.p/home.html) in de Badcuyp te Amsterdam. De jongens van dit gezelschap laten horen dat ze heel veel genres machtig zijn, om de regels daarvan vervolgens met een knipoog aan hun laars te lappen. Het resultaat is een lekker klinkende kakofonie van klanken, waarvan de humor versterkt wordt door grappige teksten en de daarbij behorende titels der stukken. Zo heette een stuk "Val aan die oceaan", dat handelt over een paar kameraden die uit zeilen gingen, om daarop onherroepelijk schipbreuk te lijden. Ook een gedicht van de experimentele dichter Jan Hanlo, bekend om zijn "Oote oote boe", dient als uitgangspunt voor een muzikale uitvlucht. De opzwepende, tot een waterval ontaardende "Lentedans" doet verlangen naar het frivole van het voorjaar. Wellicht kan gezegd worden dat volksmuziek, en met name die uit Noord-Europa en Amerika, het overkoepelend thema in de muziek van dit gezelschap vormt. Diegenen die zich hiertoe aangetrokken voelen, maar ook eens een avondje willen lachen, kan ik aanraden het combo "Bite the Gnatze" in de gaten te houden.

En toen was er het opera-ballet "Les Indes Galantes" van Jean Philippe Rameau (1683-1764), uitgevoerd door het Orkest van de Achttiende Eeuw (http://www.orchestra18c.com/) o.l.v. Frans Brüggen. Het verhaal begint met een groot liefdesfeest voor alle jongelingen van Europa, georganiseerd door de Godin van de Jeugd. Het feest wordt verstoord door de komst van de God van de Oorlog. Gelukkig daalt echter de God van de liefde neer, die iedereen oproept om in verre oorden op zoek te gaan naar de ware liefde. De opera voert ons langs de Turkse kust, via het land van de Inca's naar het bloemrijke Perzië en eindigt uiteindelijk in Amerika. De liefde overwint uiteraard op alle continenten.
Deze barokopera, die als het meesterwerk van Rameau wordt beschouwd, wordt voor het eerst in Nederland geënsceneerd. De voorstelling paart muzikale authenticiteit aan een eigentijdse regie en choreografie. De leden van het beroemde Orkest van de Achttiende Eeuw spelen op authentieke instrumenten of kopieën daarvan, om het klassieke werk te laten klinken zoals de componist het zich destijds moet hebben voorgesteld. Andrea Leine en Harijono Roebana maken een choreografie die prikkelt door eigenzinnigheid en grillige bewegingstaal. Het moderne decor- en lichtontwerp en de uitbundige kostuums van Aziz staan garant voor een spannende kijk op dit opera-ballet. Voor mij was het in elk geval een goede aanloop tot de hieronder besproken tentoonstelling "Meisterwerke der französischen Genremalerei" die ik in Berlijn bezocht.

In het Berlijnse Konzerthaus (http://www.konzerthaus.de/) woonde ik een concert bij dat geheel in het teken stond van de Finse componist Jean Sibelius: het Berliner Sinfonie-Orchester o.l.v. Eliahu Inbal voerde zijn Eerste en Derde Symfonie op, alsmede het stuk "Finlandia", waarom Sibelius het meest bekend is. Het Konzerthaus, gelegen aan het Gendermeplatz, heeft een statige ambiance met een goede akoestiek. Het symfonische gedicht "Finlandia" vond ik het spannendst; in gedachten kon je de duizenden Finse meertjes zien rimpelen en de uitgestrekte naaldwouden horen wuiven.
Sibelius' (1865-1957) (http://www.helsinki.fi/kasv/nokol/sibelius.html) leven is echter niet bepaald voer voor biografen: tweeënnegentig jaar lang verliep zijn leven rimpelloos en zonder sensatie, op het platteland en met tussendoor internationale concertreizen als gastdirigent. Hij was rustig en gelukkig getrouwd, had geen vetes met collega's uit te vechten of slagen van het noodlot te overwinnen. Aanvankelijk studeerde Sibelius rechten, om later over te schakelen op muziek. Hij studeerde in Helsinki, Berlijn en Wenen; in 1897 werd hem een staatssalaris toegekend dat hem toestond zich op zijn landgoed terug te trekken om al zijn tijd aan het componeren te wijden. Tussen zijn studies en het staatsambt in gaf hij les in muziektheorie en viool. Tot het einde van zijn leven bleef hij muzikaal actief, maar de laatste achtentwintig jaar componeerde hij niets meer als gevolg van overgevoeligheid en een overdreven neiging tot zelfkritiek.
Vooral in de Scandinavische en Angelsaksische landen wordt Sibelius als componist erg gewaardeerd. De meeste van zijn werken zijn Fins-nationaal geïnspireerd, wat tot uiting komt in heel wat titels: zeven symfonieën, een vioolconcert, de symfonische gedichten "Kuolema" (de dood), "Karelia" en het bovengenoemde "Finlandia". Zijn beroemde "Valse Triste" is een deel van "Kuolema", naar een drama van Arvid Järnefelt, zwager van Sibelius. Beroemd is ook de tekening (http://www.ainola.fi/valokuvat/sivu-127.jpg) die Finlands beroemdste volksschilder Albert Edelfelt van Sibelius maakte.

In de Staatsoper (http://www.staatsoper-berlin.org/) te Berlijn zag ik "De Neus" van Sjostakovitsj, o.l.v. Kent Nagano. Ooit had ik deze ietwat bizarre opera, gebaseerd op een novelle van Nikolaj Gogol, in de Schouwburg te Amsterdam gezien, maar dat was al jaren geleden. In het kort gaat het verhaal over een barbier die op een zekere dag een neus in zijn brood aantreft. Zijn vrouw wordt daar heel boos over en beveelt haar man zich van de neus te ontdoen. De barbier gaat met de neus de straat op en gooit hem in de rivier Neva, maar wordt om die daad aangehouden door een veldwachter.
Ondertussen wordt het vooraanstaande heerschap Kovaljov wakker en vraagt zijn dienaar om een spiegel. Daarbij ziet hij tot zijn schrik dat zijn neus verdwenen is. Hij haast zich naar de politiewachtmeester om aangifte te doen van het verlies. De beambte weigert echter een aangifte op te stellen. Vervolgens gaat Kovaljov naar de redactie van een krant om een advertentie te plaatsen over de vermissing van zijn neus. Ook echter bij de krant wordt Kovaljovs wanhoop niet in ernst genomen.
Ondertussen is de neus een heel eigen leven gaan leiden, en heeft zichzelf zelfs opgewerkt tot het beroep staatsraad en is niet van zins terug te keren tot zijn rechtmatige eigenaar. De neus gedraagt zich zelfs hooghartig en arrogant. Als de neus uiteindelijk toch teruggekeerd wordt naar Kovaljov, blijkt dat hij niet aan diens gezicht wil vasthechten. Kovaljov denkt dat dit komt door de vrouw van de stafgeneraal Podtotsjina, die wrok voor hem voelde doordat hij had geweigerd haar dochter te trouwen. Na een briefwisseling raakt hij ervan overtuigt dat Podtosjina geen deel heeft gehad aan zijn penarie. Hij gaat te bed en als hij wakker wordt en in de spiegel kijkt, merkt hij tot zijn grote vreugde dat de neus weer op zijn plaats prijkt. Fluitend loopt hij de Nevskij Prospekt op, komt Podtotsjina en haar dochter tegen en flirt in hun blikveld met een bloemenverkoopster.
Het surrealistische aan het hele verhaal is dat de vervreemding van Kovaljovs neus en het optreden van de neus als staatsraad door geen van de personages als bizar wordt gezien. In tegenstelling, velen reageren er geïrriteerd op en willen niet graag te hulp komen. Dit aspect wordt door solisten van de Staatsoper goed tot uitdrukking gebracht. Bijzonder vond ik ook dat het orkest in het spel geïncorporeerd wordt: alle musici hadden kostuums aan en de zangers bewogen zich dwars door de musici heen. Het enige punt van kritiek mijnerzijds is dat de uitspraak van het Russisch bij veel van de zangers zacht gezegd nogal matig was.



FILMS

Allereerst is er "Kill Bill vol.2" (http://killbill.movies.go.com/) van Quentin Tarantino. Het is het briljante, maar totaal verschillende vervolg op "Kill Bill vol.1". Waar we in het eerste deel geconfronteerd werden met veel zwaardgevechten, blijft het geweld in het tweede deel beperkt tot ongeveer een kwartier en krijgen we veel meer een beeld van de psyche der personages. Dit gebeurt d.m.v. bizarre, maar in de film als volstrekt normaal gepresenteerde conversaties, die zo kenmerkend zijn voor de films van Quentin Tarantino.
Centraal in het verhaal staat "The Bride" (Uma Thurman) die op haar bruiloft wordt neergeschoten en als gevolg daarvan vier jaar in coma ligt. Als ze ontwaakt, is ze vastberaden wraak te nemen op haar belagers. In het eerste deel zien we hoe ze met haar Japanse zwaard afrekent met alle betrokkenen. Als laatste bewaart ze Bill, haar voormalige baas en mastermind achter de moordaanslag op haar. Wat ze echter niet weet is dat haar dochtertje, van wie ze tijdens de moordaanslag zwanger was, in leven is en bij Bill woont. Welk effect dit heeft op de wraakgevoelens van The Bride heeft, valt te bezien. De vraag is in elk geval of ze succesvol haar uiteindelijke doel bereikt: Bill vermoorden.

Dan is er nog "Van Helsing" (http://www.vanhelsing.net/) van Stephen Sommers. Het speelt in Transsylvanië, een mythisch land dat in het gebergte van Karpathië ligt, waar het kwaad alom is, waar het gevaar loert zodra de zon ondergaat, waar monsters wonen die de hoofdrol spelen in de ergste nachtmerries van de mens. In deze wereld is er slechts een persoon die met de kracht van het goede zich kan afzetten tegen de kracht van het kwaad: onze landgenoot Van Helsing.
Van Helsing (Hugh Jackman) is de legendarische vampierjager uit de klassieke roman Dracula van Bram Stoker. Hij is voor de duvel niet bang en heeft gezworen dat hij de wereld zal bevrijden van de onzalige wezens die al sinds het begin der tijden eerlijke burgers terroriseren en naar het leven staan. Om de onzalige graaf Dracula te langen leste onschadelijk te maken, reist de vampierjager naar Transsylvanië. Hij wordt bijgestaan door de vermetele Anna Valerious (Kate Beckinsale) die zichzelf en haar familie eindelijk wil ontdoen van de eeuwenoude vloek van de vampier.
Het klinkt allemaal erg groots en bombastisch, maar misschien is dat juist de reden dat de film nogal slaapverwekkend is. Het idee om enkele verschrikkingen uit de klassieke literatuur - Dracula, vampiers en het Monster van Frankenstein - te bundelen is wel aardig, maar al met al wat overdone. De donkere belichting zorgt ervoor dat de film er gelikt uitziet maar maakt het tegelijkertijd eenvoudiger de oogleden gesloten te houden.

Tot slot is er "101 Reykjavík" (http://www.musicomh.com/films/101.htm) van Baltasar Kormakur, die ik voor flink wat eurootjes via internet besteld heb. Maar door mijn fascinatie voor IJsland had ik dat er wel voor over. Het gaat over Hlynur, een dertigjarige jongeman die nog steeds bij zijn moeder woont en zijn dagen doorbrengt met drinken, porno kijken en internetten. Lola, de Spaanse flamencolerares van zijn moeder komt met Kerstmis bij hen thuis logeren. Op Oudejaarsavond, wanneer zijn moeder uithuizig is, komt Hlynur erachter dat Lola lesbisch is. Ondanks dat gegeven worden ze samen dronken en bedrijven ze de liefde. Als moeder terugkomt, blijkt dat ook zij lesbisch is en verliefd op Lola is. Lola wordt zwanger van Hlynur en ze besluit het kind samen met moeder op te voeden. Na een zelfmoordpoging wordt Hlynur langzaam volwassen, krijgt een baan, maar blijft edoch bij zijn moeder, dier geliefde en kindje wonen. Een buitengewoon educatieve film, volgens The Observer " IJslands antwoord op Almódovar".



TENTOONSTELLINGEN

In de Oude Kerk (http://www.oudekerk.nl/) te Amsterdam is t/m 20 juni a.s. de 47ste editie van World Press Photo (http://www.worldpressphoto.nl/) te zien. World Press Photo is een onafhankelijke Nederlandse non-profit organisatie die is opgericht in 1955. De stichting stelt zich ten doel het werk van persfotografen bij een breed publiek onder de aandacht te brengen. De afgelopen jaren heeft de organisatie zich ontwikkeld tot een breed onafhankelijk platform voor fotojournalistiek en de vrije vergaring en uitwisseling van informatie.
De tentoonstelling is opgedeeld in een aantal categorieën, zoals mensen in het nieuws, portretten, sport en natuur. Het betreft allemaal foto's die het afgelopen jaar zijn genomen. Voor de verschillende categorieën worden prijzen uitgereikt. Dit jaar behoren twee Nederlandse fotografen tot de prijswinnaars, waaronder Jan Banning met zijn "Indiase bureaucratie", hetgeen een vrouw in een kantoor toont met huizenhoge stapels paperassen. De algehele winnaar van de tentoonstelling is Jean-Marc Bouju met een foto waarop een man te zien is die achter prikkeldraad zijn zoontje troost in een Iraaks kamp voor krijgsgevangenen. Deze foto prijkt op de catalogus, de poster, een boomerangkaart en de website van de tentoonstelling.
De tentoonstelling schudt je behoorlijk wakker. Meer dan de helft van de foto's laat je het algehele onrecht zien dat op deze wereld bestaat. Zo moet men voorbereid zijn op flink wat dood en verderf, geamputeerde ledematen en massagraven. Dit was voor mij de reden om de poster van de expositie niet te kopen. Om te bekomen van de zware thema's der fotografen heb ik extra lang stil gestaan bij de fotoserie "Migratie, impressies van het leven van immigranten in Amsterdam", die ook in de Oude Kerk te zien is. Het betreft het werk van studenten van het Asia-Europe Forum, gemaakt tijdens een workshop in Amsterdam, december 2003.

Op cultureel gebied valt er in Berlijn bijzonder veel te genieten. Vlak na aankomst stuitte ik al op de Neue Nationalgalerie aan de Potsdammer Strasse. Hier bezocht ik de magistrale tentoonstelling "Das MoMA in Berlin" (http://www.das-moma-in-berlin.de/). Dit betreft ongeveer tweehonderd topstukken uit het Museum of Modern Art in New York. Deze expositie is mede mogelijk gemaakt doordat het wereldberoemde New Yorkse museum geruime tijd gesloten is vanwege een grootscheepse renovatie. Alhoewel ik het MoMA jaren geleden reeds met een bezoek had vereerd, had ik geen moment van twijfel bij het plaatsnemen in de tientallen meters lange rij voor de ingang van de Galerie.
De expositie begint met de heroïsche schilders van rond de eeuwwisseling, die gekarakteriseerd kunnen worden door hun pogingen te breken met traditionele structuren van vorm en inhoud. Cézanne's uiterst verstilde "Bader" (1885) hangt zij aan zij met Van Goghs opwindende "Sterrennacht" (1889), gevolgd door een veelomvattende collectie werken van twee protagonisten uit de twintigste-eeuwse kunst: Picasso en Matisse. Zij waren bevriend, maar tegelijkertijd elkaars grootste rivalen. Van Matisse is o.a. "De dans" (1919) te zien, en van Picasso het topstuk "Drie muzikanten" (1921). Naast meesterwerken van het kubisme en van Italiaanse futuristen, loop je langs hoogtepunten uit de suprematistische kunst van Malevitsj en de bekende ruiten en strepen van Mondriaan.
Het surrealisme is een ander zwaartepunt van de tentoonstelling. Zo passeren schilderijen van Miró, Tanguy en Dalí de revue, die een absurde wereld beschrijven waarin alles mogelijk is. Als het nationaal socialisme in Europa de kop opsteekt, emigreren veel kunstenaars naar Amerika. Samen met Amerikaanse kunstenaars komt zo de New Yorkse school tot stand, waaraan het tweede deel van de expositie gewijd is. Zo krijgt men een levendig beeld van pop-art en minimalisme, vertegenwoordigd door o.a. Roy Lichtenstein en Andy Warhol. Ondanks deze Amerikaanse oriëntatie culmineert de tentoonstelling uit het MoMA met een werk van een Duitse schilder: Gerhard Richters cyclus over de Rote Armee Fraktion, getiteld "18. Oktober 1977" (1988).
De tentoonstelling "Das MoMA in Berlin" is nog te bezichtigen t/m 19 september 2004 en is een absolute aanrader voor mensen die geïnteresseerd zijn in de wisselwerking tussen Europese en Amerikaanse kunst uit de 20ste eeuw. Je moet wel lang "Schlange stehen", maar dat wordt veraangenaamd door de uitreiking van een aan de tentoonstelling gewijd krantje en optredens van straatmuzikanten aldaar.

Dan was er nog de meerdere musea bestrijkende tentoonstelling "Poesie des Augenblicks", waarvan ik de Franse genrekunst van de achttiende eeuw in het Altes Museum (http://www.smpk.de/) op het Museeninsel heb gezien. Met ongeveer 110 schilderijen - waaronder de belangrijkste werken van Watteau, Chardin en Fragonard - is deze expositie van Franse genreschilders de grootste ooit in Europa vertoond. Het begrip "genreschilderen" is pas gedefinieerd in de loop van de achttiende eeuw: het omvat verschillende onderwerpen zoals portretten, landschappen, stillevens, interieurs en taferelen uit het dagelijks leven. Over het algemeen was "genreschilderen" de verzamelnaam voor schilderijen die niet van historische, religieuze of mythologische aard waren. In de eerste helft van de achttiende eeuw domineerde Watteau met het hoofse genre. Vanaf 1730 verlegt Chardin het accent echter naar schilderijen van "stille poëzie". Tegelijkertijd ontstond langzaam aan de tendens tot moraliseren en sentimentaliteit. Tegen het einde van de eeuw pasten de voorlopers van het classicisme de stijl van het genreschilderen aan.
Mijn favoriete schilder van de tentoonstelling is misschien wel Jean-Baptiste Greuze met zijn "Gebroken eieren". Hij is een meester in het schilderen van (vaak ondeugende) kinderen. Chardin vind ik heel sterk in zijn uitbeeldingen van weinig stichtelijke, ledige bezigheden zoals kaartenhuizen bouwen en bellenblazen. De figuren op zijn schilderijen zijn vaak niet helemaal bij de les. Op het schilderij "De ketelpoetster" is de jongedame in kwestie met haar gedachten verre van haar bezigheid. Het meest zinnelijke schilderij van de tentoonstelling is het "Meisje met de hond" van Fragonard, waarop we een halfnaakt meisje zien dat op bed met haar huisdier aan het spelen is. Honden zijn trouwens ook het thema van Oudry's "Jachthond die haar jongen zoogt", een waardig eerste begin van deze expositie die een veelomvattend beeld geeft van de genrekunst. Door te richten op de leidende figuren van dit genre, worden ogen en geest van de toeschouwer maximaal geprikkeld.

In het Berlijnse Palast der Republik is t/m 27 juni 2004 de tentoonstelling "Die Terrakotta-Armee" (http://www.terrakottaarmee.de/) te bewonderen. Het betreft een attractie die in Duitsland al enkele honderdduizenden bezoekers heeft getrokken. De initiatiefnemers ervan zijn op het idee gekomen een imitatie te maken van het grafmonument voor Shi Huang Di, de eerste keizer van de Chinese Qin Dynastie (211-206 v.Chr.). Het gaat om een horde van 7000 stenen krijgers, die tezamen met de keizer zijn begraven en pas in de vorige eeuw zijn opgegraven door boeren. Al snel sprak men van het "achtste wereldwonder". Voor de expositie heeft men in China bijna tweehonderd levensgrote replica's gemaakt van deze beelden en ze opgesteld zoals de originelen werden aangetroffen in de graftombe. Enkele beelden zijn ook geverfd, zoals de originelen voordat de verf er na de opgravingen vanaf is gesleten.
Wat opvalt aan deze expositie is de hoge toegangsprijs, maar ook de manier waarop men de bezoeker iets bij wil brengen. De geëxposeerde stukken gaan gepaard met excessief veel tekst en de begeleidende film heeft een nogal belerende, educatieve klank. Dit is overigens heel typerend voor Duitse tentoonstellingen, zo leert de ervaring.

Het meest schokkende onderdeel van mijn trip naar Berlijn was de rondleiding door een atoomkelder, in het kader van een verder weinig om het lijf hebbende "Story of Berlin" (http://www.story-of-berlin.de/). Met een groepje daalden we af in een catacombe die tijdens de Koude Oorlog in het geval van een kernoorlog dienst moest doen als schuilplaats. De kelder is helemaal afgestampt met stapelbedden om plaats te bieden aan zo'n 3500 mensen. Daarbij is er - om energie te besparen - heel weinig licht, net genoeg om het hoofd niet te stoten. Voorts is er een heel klein hokje met toiletten en wasbakken, amper voldoende om aan honderden mensen voldoende hygiëne te bieden. Ook is er een piepklein keukentje waarin alleen voor kleine kinderen en bejaarden gekookt kon worden. Alle anderen moesten zich voeden met volkoren brood uit blik en zich laven aan grondwater dat vanuit een veertig meter diepe schacht naar boven kon worden gepompt. Op deze manier had men berekend dat men hier veertien dagen kon overleven. Deze tijdspanne zou net genoeg zijn om de schadelijke straling zodanig te doen afnemen om de kelder te kunnen verlaten voor verdere evacuatie uit het getroffen gebied.
Als je zo door deze op z'n zachtst gezegd unheimische kelder loopt, komen er allerlei vragen bij je op. Wat te doen met huisdieren? Moeten die maar gewoon creperen? Hoe bepaal je wie van de miljoenen inwoners van de stad toegelaten mag worden tot de kelders die slechts voor duizenden mensen plaats bieden? Wie heeft hiertoe het beslissende woord? En stel nu dat mensen de kelder niet overleven, wat doe je dan met de lichamen? En dan nog iets: als de twee weken in een kelder, al was het met redelijk succes zijn verlopen, staan er dan bussen klaar om de overlevenden uit het rampgebied te evacueren? Zo kom je tot de conclusie dat over heel veel zaken maar half is nagedacht. Als ik zo'n kelder zie, kan ik niet anders dan concluderen dat de aanleg ervan een uiting is geweest van ongebreidelde, ongecontroleerde angst. Veel Berlijners hebben jarenlang in de veronderstelling rondgelopen dat het begin van een derde wereldoorlog heel wel in hun stad, het ontmoetingspunt tussen Oost en West, zou kunnen plaatshebben. Zeker de inwoners van West-Berlijn, die door de muur rondom hun enclave in geval van een catastrofe wellicht alleen maar de grond in konden vluchten.

RECEPTEN

Er is heel goed nieuws voor de cyberkoks: Smulweb (http://www.smulweb.nl/) heeft haar poorten weer geopend! Even zag het er naar uit dat de website met meer dan 250.000 recepten door financiële perikelen definitief uit de lucht zou gaan, maar nu ziet de toekomst er voor Smulweb weer rooskleurig uit. Nog niet alle functies werken, maar er wordt hard aan gewerkt. We leven dan wel in een tijd van economische recessie, het dichtdraaien van subsidiekranen en "verantwoordelijkheid nemen", maar er zijn dingen die moeten blijven...

Dan wilde ik u nog wijzen op een paar andere interessante receptensites. Allereerst is er het Belgische EVA (http://www.eva-online.be/php/recepten.html), dat zich ten doel stelt het brede publiek te in informeren over alle aspecten van vegetarisme en de belangen te behartigen van de vegetarische of parttime vegetarische consument. Het initiatief komt van een Gentse studentenvereniging die begonnen is met het informeren van studenten over vegetarisme. De vereniging had echter grotere ambities en bundelde de krachten om een vegetarisch platform voor heel Vlaanderen te kunnen opzetten. Door subsidie konden ze een website verwezenlijken, maar ook een vegetarische gids en eigen tijdschrift. Op de website van EVA staan ruim 450 vegetarische en veganistische recepten. Men kan de recepten sorteren op meerdere criteria, maar ook kan op ingrediënt gezocht worden.
Bijzonder mooi vormgegeven vind ik " bOOb's vegetarische website" (http://www.dsv.nl/~b00b/). Men vindt er recepten die door de webmaster verzameld zijn van het internet, verschillende receptenbladen, boekjes met vegetarische recepten, vrienden, familie en eigen brouwsels. Het is mogelijk je eigen recepten te suggereren. Ook kan men op de site de "harde feiten" lezen over de gevolgen van vleesconsumptie voor de gezondheid, de portemonnee, het milieu en het algehele dierenleed.
Tot slot wilde ik u wijzen op "In a Vegetarian Kitchen" (http://www.vegkitchen.com/), waarop vegetarisme-goeroe Nava Atlas haar recepten presenteert, alsmede handige tips voor vegetariërs en een opgaaf van interactieve vegetarische forums/fora. Het zou natuurlijk geen Amerikaanse website zijn als er geen reclame werd gemaakt voor te bestellen producten, en wel enkele bestsellers van de hand van Nava herself.

Om de rubriek af te sluiten heb ik nog een heerlijk Mexicaans menu te uwer bereiding. De recepten staan allemaal binnen twintig minuten op tafel, zijn kleurig, pittig en door de kaas heerlijk romig.
"De Mexicaanse keuken heeft een levendige en veelzijdige traditie. De smaken en aroma's zijn het gevolg van allerlei geografische en historische factoren. Het uitgestrekte Mexico wordt gekenmerkt door grote klimatologische en landschappelijke verschillen, waardoor een grote variëteit aan kooktechnieken en kookstijlen kon ontstaan. De geschiedenis van het land is mede bepalend geweest voor de Mexicaanse keuken; de oude tradities van de Azteken leven er voort naast de invloeden van de Spaanse kolonisten en de moderne, nieuwe ideeën uit de rest van de wereld.
Ondanks alle regionale verschillen hebben de Mexicanen een ding gemeen: koken en eten zijn de spil van hun bestaan. Een groot deel van de dag wordt besteed aan het vergaren van de ingrediënten, de bereiding van het voedsel en het gezamenlijk nuttigen van de maaltijd." (Veltman Uitgevers)

* Gezond Mexicaans menu
- http://www.carelschouten.com/vegetarian/menu010504.htm

WOORD

Om te beginnen wilde ik stilstaan bij Velimir Chlebnikov (1885-1922) (http://mayakovsky.com/khleb/kh-index.htm). Deze grote Russische dichter werd in een academisch geschoolde familie geboren. Aan de Universiteit van Kazan studeerde hij zowel wiskunde als taalkunde. Hij is in die tijd begonnen met het ontwikkelen van een nieuwe dichterlijke taal. Rond 1912 ontmoette hij de dichter Vladimir Majakovskij. Algauw werden de twee het centrum van het futurisme, een stroming die gekant was tegen het mysticisme en de beperkingen van het symbolisme, en die in kunst bovendien het maatschappelijk nut zag.
Chlebnikov behield - in tegenstelling tot andere futuristen - een zekere mate van mystiek, maar dan eerder in zijn woordgebruik en niet door bepaalde ideeën of symbolen. Door zijn verbale experimenten creëerde hij een "nieuwe wereld van woorden", die verlevendigd werkt maar moeilijk te begrijpen is voor de gemiddelde lezer. Chlebnikov was dan ook een dichter voor dichters; hij beïnvloedde anderen die zijn manier van experimenteren aanpasten tot meer begrijpelijke verzen.
Chlebnikov was een Slavofiel die van Rusland en de Russische taal hield; daardoor verruilde hij zijn naam Victor voor de Slavische naam Velimir. Na de revolutie in 1917 begon zijn populariteit af te nemen, alhoewel zijn invloed stand bleef houden, hetgeen te zien is aan het werk van Majakovskij, Pasternak, Mandelstam en andere vooraanstaande Russische dichters. Chlebnikov stierf in een afgelegen dorpje buiten Novgorod. Na de Tweede Wereldoorlog kwam Chlebnikovs werk onder kritiek te staan van sovjetcritici, hetgeen er uiteindelijk toe leidde dat zijn naam in vergetelheid raakte. Na de dood van Stalin kwam zijn rehabilitatie maar langzaam op gang. Pas in de jaren tachtig van de vorige eeuw werd voor het eerst een bundel met zijn complete werk heruitgegeven.
In 2000 kwam de tweetalige (Russisch en Nederlands) bundel "Zanzegi" uit, met vertalingen van de bekroonde vertaalster Aai Prins. Zangezi, Chlebnikovs laatste grote werk, is een bundeling van zijn filosofische, wiskundige en poëtische experimenten. Het is vernoemd naar de hoofdpersoon, de prediker Zangezi die, gezeten op een rots, de geheimen van de taal en de geschiedenis ontrafelt voor wie het maar wil horen.

Dan ga ik nu over op woorden van geheel andere orde: de woorden van belangrijke zaken en paperassen, en de angst die per ongeluk in de wind te wuiven. Zeker in onregelmatige omstandigheden als een verblijf in het buitenland kan die angst zeer reëel zijn; continu vraag je je af of je nog wel in bezit bent van je portefeuille, je vliegticket, visum, creditcard en... je paspoort. Als het eenmaal tot ontvreemding van een van die zaken komt, zul je - verblijvend in onzekerheid - allerlei officiële, vaak uiterst log opererende instanties (http://www.netherlands-embassy.ru/) moeten bezoeken om nieuwe, meestal uiterst kostbare documenten te bemachtigen. Over de aanzet hiertoe gaat het volgende relaas, hetgeen - heel voorspelbaar - bij mij in Rusland is voorgevallen...

* Paspoort kwijt!
- http://www.netherlands-embassy.ru/

Ik kom altijd graag in Zeeland, om eens lekker uit te waaien, uitstapjes te maken naar Brugge, Gent of Antwerpen, maar ook om van de natuur te genieten. Zo kijk ik met plezier terug op de wandelingen die ik met mijn oma gemaakt heb door het uitgestrekte duingebied van Schouwen en het natuurreservaat het Zwin aan de Belgische grens. Op mijn verlanglijstje staat nog een georganiseerde wandeling door het Verdronken Land van Saeftinge, een uitgespreid schorrengebied in Zeeuws-Vlaanderen, dat door de zee verzwolgen is tijdens de Allerheiligenvloed van 1570. Sindsdien is het land verwaarloosd en aan de natuur overgelaten.
Behalve dit natuurgebeid zou ik ook nog eens de Zeeuwse Rozentuin (http://www.zeeuwserozentuin.nl/) moeten bezoeken. Zo'n negen kilometer van Goes bij het dorpje Kats ligt een weelderige tuin met meer dan duizend verschillende soorten rozen. De bloemen zijn te bewonderen, maar natuurlijk ook te kopen. Hierop anticiperend, en met een hieronder besproken schilderij van Paul Klee in het achterhoofd, schreef ik de volgende regels...

* De rozentuin
- http://www.carelschouten.com/literatuur/gedichten_42.htm#de_rozentuin

Nu woon ik al jaren in Amsterdam, ben zo vertrouwd met de grachtengordel, de zoete walmen van coffeeshops, het door rood fietsen en de toeristen uitleggen waar de wallen zijn. En toch kan ik me nog heel alleen en afgezonderd voelen in deze stad, bivakkeren in gezelschappen waar ik helemaal niemand ken. Het is dan of ik duizenden kilometers verderop ben en ik het idee heb in Sint-Petersburg, lopend over de Nevskij Prospekt, meer thuis te zijn; rondom hoor ik het gegons van stemmen, het geklink van glazen en de cadans van muziek. Als op zo'n moment iemand op je toeloopt en je enkele mooie woorden zegt, ook al bestrijken die minder dan tien seconden, dan is het gelijk of de hele avond door een fel licht gekleurd wordt, en dat alleen zijn ineens niet meer zo zwaar weegt. Hierdoor en door het liedje "People are Strangers" van The Doors geïnspireerd schreef ik als volgt.

* Een licht in het grauw
- http://www.carelschouten.com/literatuur/gedichten_42.htm#een_licht_in_het_grauw

Daar ik reeds in de Zeeuwse sferen was, besloot ik nog een gedicht aan deze provincie te wijden. Het vindt plaats in Zeeuws-Vlaanderen, waar ik met mijn oma talloze autotripjes heb gemaakt. We kwamen daarbij door dorpjes met de meest curieuze namen: Nummer Een, Sasput, Slijkplaat, Plakkebord, Boerenhol, Retranchement en Piramide zijn daar voorbeelden. Als je deze plaatsnamen alleen al hoort, slaat je fantasie ervan op hol. Het blijken echter volstrekt oninteressante dorpjes te zijn, bestaande uit een aaneenschakeling van boerderijen. Wat je ook veelvuldig in de topografische atlas van Zeeland ziet, dat zijn zogenaamde "voormalige forten", waarvan doorgaans niet meer dan enkele fundamenten over zijn.
Een leuke tocht om per fiets te maken is de Smokkelroute (http://www.recreatiezeeland.nl/rz/taal=1/regio=6/info=38/). Deze tot de verbeelding sprekende route leidt je door bos- en heidegebieden aan de Nederlands-Belgische grens die ooit het toneel waren van smokkelaars van goederen waarop in Nederland een hogere accijns stond dan in België.

* De smokkelroute
- http://www.carelschouten.com/literatuur/gedichten_42.htm#de_smokkelroute

BEELD

Marianne von Werefkin (1860-1938) (http://de.wikipedia.org/wiki/Marianne_von_Werefkin) is de tweede vrouw, die deel uitmaakte van 'Der Blaue Reiter'. Zij lijkt minder prominent dan Gabriele Münter, wellicht omdat zij zichzelf, nog meer dan Gabriele, als vrouw achter de man beschouwde. Zij staakte zelfs haar creatieve activiteiten, om zich volledig te kunnen wijden aan de kunst van haar echtgenoot, Alexej Jawlensky.
Marianne Werefkin werd in 1860 te Tula in Rusland geboren. Zij kwam uit een vooraanstaande familie; haar vader was generaal en haar moeder artiest. Van jongs af aan werd ze aangemoedigd te tekenen en te schilderen. In Moskou bezocht ze de kunstschool en later, toen de familie naar Sint Petersburg was verhuisd, kreeg ze privé-onderwijs van Ilia Repin, de vertegenwoordiger van het sociaal realisme, ook wel het Russisch realisme genoemd. In 1891 ontmoette zij Alexej Jawlensky, die ook les van Repin had. Samen reisden zij door Europa en bezochten daarbij ook Nederland. Een paar jaar later vertrok het paar definitief naar München, waar zij intellectuelen en kunstenaar om zich heen verzamelden. Zij schilderde zelf dan niet meer. Pas wanneer ze naar Murnau vertrokken om daar met anderen van 'Der Blaue Reiter ' te wonen, pakte ze het schilderen weer op. Later verhuisde ze naar Ascona in Zwitserland om in 1921 haar relatie met Jawlensky te verbreken. In 1938 sterft Werefkin op 78-jarige leeftijd.
Marianne von Werefkin stond bekend als een krachtige persoonlijkheid, zonder uit het oog te verliezen dat zij als vrouw een beperkte rol te vervullen had. Werd zij in Rusland nog de 'Russische Rembrandt' genoemd, tijdens de relatie met Jawlensky was zij vooral de hoeder van zijn werk. De rol van het Russisch realisme op haar latere expressionistische werk is vaak ontkend, maar ontegenzeggelijk. Door haar reizen is ook bij Werefkin in haar latere werk duidelijk de invloed van het fauvisme en het symbolisme te merken.
In deze update kom ik met een reproductie van het schilderij "Die schwarzen Frauen", dat Werefkin in 1910 maakte.

* Marianne von Werefkin, Die schwarzen Frauen
- http://www.carelschouten.com/pastels/Werefkin1.jpg

"Variatio delectat" is een Latijnse uitspraak die een ieder af en toe ter harte zou moeten nemen. Zo was ik een beetje verzand geraakt in het maken van stripachtige sprookjesillustraties. Dat moest eens anders, vond ik zo. Aangezien ik nog altijd werk aan het vertalen van Michail Wellers korte verhalen (http://www.weller.ru/), leek het me een leuk idee bij elk vertaald verhaal een illustratie te maken. Tegen de tijd dat ik daarmee klaar ben, hoop ik dat ook de bijbehorende vertalingen gereed zijn gekomen voor publicatie in de vorm van een bundel.
Ik begin met het verhaal "De sabeldans". Dit gaat over de ontmoeting tussen twee belangrijke figuren: de componist Aram Chatsjatoerjan en de schilder Salvador Dalí. Chatsjatoerjan wordt uitgenodigd in het paleis van Dalí. Daar aangekomen brengt een lakei Chatsjatoerjan naar een wachtkamer. Maar Dalí neemt het niet zo nauw met de tijd: hij laat zijn gast daar maar liefst twee uur wachten. Ondertussen wordt Chatsjatoerjan ziedend van ongeduld en plast wraakzuchtig in een peperdure porseleinen vaas die in het wachtvertrek stond. Dan ineens weerklinkt "de sabeldans" en Dalí komt poedelnaakt binnengestormd, met in zijn ene hand een zwabber en in zijn andere dans een met edelstenen belegde sabel.

* Michail Weller, De sabeldans
- http://www.carelschouten.com/pastels/sabeldans.htm

Dan nu nog een reproductie van een schilderij van Paul Klee, dat hoog op mijn lijstje 'meest geliefde kunstwerken ter wereld' prijkt. Het heet "Der Rosengarten" en laat zien dat het kubisme een belangrijk stempel heeft achtergelaten op de Zwitserse kunstenaar, hetgeen te zien is aan de platte tweedimensionale velden en geometrische figuren op het werk. Hieronder kunt u het origineel aanklikken, alsook mijn kopie.
Ook interessant om aan te klikken is een citatenwebsite (http://www.art-abstract.com/citaten/klee.html), waarop uitspraken van de kunstenaar te lezen zijn, zoals: "Kunst geeft niet het zichtbare weer, maar maakt zichtbaar." en "Ooit plachten de mensen dingen te schilderen die zij konden zien, waar ze graag naar keken en zouden willen zien. Nu geven we verschijningsvorm aan de werkelijkheid van de dingen, en getuigen daarmee van de overtuiging dat het zichtbare een geïsoleerd voorbeeld is en dat andere dingen latent in de meerderheid zijn."

* Paul Klee, Der Rosengarten
- http://www.kunstimnetz.de/klee.htm
- http://www.carelschouten.com/pastels/rozentuin2.jpg

Bloemenfeeën en elfjes zijn de meest delicate en mooiste wezens uit sprookjesland. Ze zijn zo ontelbaar als bloemen zelf, en ze bekleden vele functies met betrekking tot de bloemen. Er zijn feeën die bloemen helpen met het verspreiden van hun geur. Er zijn bloemenelfjes en kabouters die de kleur van de bloemen creëren, en er zijn veldfeeën en elfjes die uitkijken over het gehele gebied waar bloemen groeien. Voor elke bloem is er ook een afzonderlijke fee die de geest en het wezen van de bloem belichaamt. Deze fee of elf overziet vaak de werkzaamheden van de anderen rondom de betreffende bloem. Elk bloemenelfje of fee is een uniek wezen. Elk heeft zijn eigen energie, verschijning en vaak ook persoonlijkheid. Elke bloem, en zo ook elk bloemenelfje, kunnen ons iets anders leren. Elke bloem en fee zullen anders met ons in verbinding staan. Elk bloemenelfje heeft zijn eigen wijsheid dat hij met veel plezier zal openbaren aan degenen die ervoor openstaan.
Met dit beeld in gedachten kleurde ik de volgende mandala.

* Mandala van de bloemenelfjes
- http://www.carelschouten.com/pastels/mandalas/mandala_van_de_bloemenelfjes.htm


Tot hier ditmaal. Vanwege een in het verschiet liggende reis naar Griekenland kunt u de eerstvolgende updatebrief pas zondag 5 juni a.s. tegemoet zien. Ik wens een ieder een heel fijne afsluiting van mei met veel mooi weer. Pas wederom allen goed op elkaar... en uzelf!

Veel groetjes,

Carel.


© Carel Schouten, 2004