< -- TERUG 1. Films
Zoals u van de laatste updatebrieven gewend bent, zal ik ook deze week kort ingaan op de vorderingen die ik maak met mijn kunstgeschiedeniscursus. Dit keer zal het gaan over het einde van de gotiek en de aanloop naar de renaissance. We zien langzaam aan dat kunstenaars wereldlijke in plaats van religieuze voorstellingen gaan afbeelden. Dit is al duidelijk zichtbaar in de Scrovegni Kapel in het Italiaanse stadje Padua (http://www.apt.padova.it/). Deze is in de beginjaren van de veertiende eeuw beschilderd door Giotto. In die tijd was Giotto al in een rijper stadium van zijn leven als kunstenaar. Dit is te zien aan de realistische, waarheidsgetrouwe en wereldlijke manier waarmee hij het op zich bijbelse verhaal van de Heilige Maagd en Christus afbeeldde. Helemaal wereldlijk zijn de fresco's van Ambrogio Lorenzetti in de vergaderzaal van het Palazzo Publico te Siena (http://www.tulane.edu/~tluongo/Lorenz/). Op twee wanden in deze zaal wordt een uitbeelding van het stadsbestuur gegeven. Op de ene wand zien we een voorstelling van goed stadsbestuur en op de andere wand zien we een voorstelling van slecht stadsbestuur, waarbij de raadsheren natuurlijk een voorbeeld moesten nemen aan de eerste wand. Hierop zien we de zeven belangrijkste deugden uitgebeeld: wijsheid, trouw, hoop, eendracht, kracht, grootmoedigheid en matigheid. De andere wand is net zo interessant, maar helaas door de eeuwen heen minder goed bewaard gebleven. We zien echter duidelijk een duivels ogende tiran op een troon zitten met in zijn handen een dolk en een gifbeker. Bovendien zijn uitbeeldingen van de zeven hoofdzondes zichtbaar: hebzucht, trots, zelfgenoegzaamheid, wreedheid, verraad, bedrog en razernij. Aanverwante zondige zaken zijn o.a. tweespalt, uitgebeeld door een figuur die zichzelf in tweeën zaagt, en oorlog. We zien in de vergaderzaal bovendien een werkelijk prachtig bewaard gebleven panorama van de stad Siena met daarop het dagelijks leven afgebeeld, zoals geopende winkeltjes, vrouwen die boodschappen doen en aanverwante wereldse taferelen. Het is voor het eerst sinds de Oudheid dat zaken worden uitgebeeld die niets met religie en geloof te maken hebben. De theorie hierachter is dat na eeuwen hoofdzakelijk op het hiernamaals gespitst te zijn, men tot de conclusie kwam dat het leven zelf ook de moeite waard was en wel wat extra aandacht mocht verdienen. Het is belangrijk te onderstrepen dat Vlaanderen in deze periode net zo belangrijk is als Italië. De Vlaamse stad Brugge is in het begin van de veertiende eeuw zo ongeveer de belangrijkste handelsstad van West-Europa, die veel bankiers, handelaars, maar ook kunstenaars aantrok. Van grote betekenis is het Getijdenboek dat de Gebroeders Limburg maakten voor de Hertog van Berry, bekend als "Les très riches heures du Duc de Berry" (http://humanities.uchicago.edu/images/heures/heures.html). Dit was een soort kalender, waarin gebeden, spreuken en naamdagen van heiligen vermeld stonden en die op reis kon worden meegenomen. De afbeeldingen bij elke maand van het jaar zijn uitsluitend wereldlijk van aard. Zo betreft de afbeelding bij januari het interieur van Hertog de Berry's huis, waarin hij te zien is in een buitenproportioneel groot gewaad en met bontmuts op; daarbij doen nieuwjaarsgeschenken de ronde. De afbeelding bij februari staat te boek als het eerste sneeuwlandschap in de West-Europese kunst. Rechts op het werk zien we een vrouw die staat te vernikkelen en links een huisje met enkele figuren die zich zitten op te warmen. Als men de figuren van dichtbij bekijkt is duidelijk een gezichtsexpressie waarneembaar. De landschappen van het Getijdenboek zijn fictief, maar refereren duidelijk aan de werkelijkheid. Zo is in de afbeelding bij juni een duidelijk gotische kerk te herkennen en in andere afbeeldingen kastelen die door alle torentjes op een Loirekasteel zoals Chambord lijken. Ik kan u, na dit gelezen te hebben, aanraden de boven gegeven weblink aan te klikken en de twaalf maanden stuk voor stuk te bekijken. Van groot belang voor de Vlaamse schilderkunst in de veertiende eeuw is Jan van Eyck (http://www.abcgallery.com/E/eyck/eyck.html). Hij was tezamen met zijn broer Hubert verantwoordelijk voor het Lam Gods (http://www.abcgallery.com/E/eyck/eyck8.html#7) in de Sint-Baafsabdij te Gent. Het betreft een drieluik geschilderd in olieverf op paneel. Op het onderste deel ervan is te zien hoe het Lam Gods, dat symbool staat voor Christus, op een altaar in de openlucht wordt aanbeden door engelen. Er zijn een aantal bijzonderheden over dit werk te vertellen. Zo is het met olieverf geschilderd, de uitvinding waarvan wordt toegeschreven aan Jan van Eyck. Voorheen had men alleen tempera ter beschikking, een verf op eierbasis. Het nadeel van dit materiaal is dat je geen lagen verf over elkaar kan aanbrengen, dit resulteert namelijk in een vieze brei. Olieverf kan echter wel eindeloos in lagen over elkaar worden aangebracht. Bijzonder zijn voorts de uitbeeldingen van Adam en Eva op het linker- en rechterpaneel. Het is voor het eerst sinds de Oudheid dat naakten zo levensecht en levensgroot en met een bijna driedimensionale werking worden afgebeeld. Voorts wordt men steeds beter in perspectivisch schilderen: zo ontstaat er het mathematisch perspectief dat tot stand komt door eerst een rasterwerk op het doek of paneel aan te brengen en daar overheen te schilderen. Ook ontstaat het atmosferisch perspectief, dat verkregen wordt door aan de horizon kleuren langzaam in elkaar over te laten lopen. Hiermee wordt eindeloze verte gesuggereerd. Dat de gebroeders van Eyck wel zes jaar aan het Lam Gods gewerkt hebben is te begrijpen als men het werk van dichtbij bekijkt: alle juwelen op de kleding en sieraden van de afgebeelde figuren zijn voorzien van hooglichten, schitterende weerkaatsingen van het buitenlicht. Om dit exposé over de kunstgeschiedenis te beëindigen wilde ik u wijzen op Jan van Eycks "Madonna met Kanunnik van der Paele" (http://users.pandora.be/tomceenaeme/esthetica/werken3.htm), waarop een kanunnik te zien is met een leesbril in zijn hand. Het betreffende schilderij is dertig jaar voor de eerste schriftelijke vermelding in Europa van de bril geschilderd. Zo blijkt dat schilderijen naast schriftelijk overgeleverde bronnen voor de wetenschap ook een verhaal van wezenlijk belang kunnen vertellen. Al jaren ben ik geïntrigeerd door de boeken van Dolores Cannon, met name die over de voorspellingen van Nostradamus, uitgangspunt voor een serie pastels (http://www.carelschouten.com/pastels/Nostradamus.htm) die ik vorig jaar maakte. Dolores Cannon is een regressie- en hypnotherapeute die mensen onder hypnose kan terugvoeren naar vorige levens. Ze heeft zich hiermee gespecialiseerd in het naar boven halen van "verloren kennis". Haar ervaring met hypnose gaat terug tot de zestiger jaren en haar specialisatie in regressietherapie is begonnen in 1979. Ze heeft inmiddels duizenden mensen onder hypnose teruggebracht naar vorige levens. De cliënten die zich bij haar laten hypnotiseren zijn ofwel gewoon geïnteresseerd, ofwel hebben te lijden van psychische of lichamelijke kwalen die mogelijk door een trauma uit een vorig leven veroorzaakt zijn. Tijdens de hypnose van een van haar cliënten is ze in aanraking gekomen met de ziel van Michel de Notredame, ofwel Nostradamus. In vele sessies is ze meer aan de weet gekomen van deze intrigerende figuur en zijn fascinerende, soms angstaanjagende toekomstvoorspellingen. Hierover verhaalt ze in haar trilogie "Conversations with Nostradamus". Een ander boek van Dolores heet "Jesus and the Essenes". Door hypnose komt ze in contact met de ziel van een van de Essenen, een joodse sekte die rond het begin van de christelijke jaartelling o.a. bij de Dode Zee leefde. Ze beschrijft in dit boek een heel ander verhaal dan we van de bijbel, of zelfs de vorige eeuw ontdekte Dode-Zeerollen kennen. Ook heeft Dolores zeventien jaar als ufo-onderzoekster gewerkt, o.a. om mensen door hypnose te helpen die het slachtoffer zijn geworden van zogenaamde "alien abductions". Inmiddels is Dolores voor het presenteren van haar onderzoek in de vorm van seminars en lezingen de hele wereld afgereisd: de VS, Europa, de voormalige Sovjetunie, Azië, Australië en Nieuw-Zeeland. Voorts heeft ze in de VS een aantal gepubliceerde artikelen op haar naam staan en wordt ze vaak geïnterviewd op radio en tv. Toen ik per e-mail contact met haar zocht, moest ik begrijpelijkerwijs nogal lang wachten op respons! Haar boeken zijn trouwens moeilijk in de boekhandel te vinden. Zelfs in New York moest ik nogal er nogal veel boekwinkels voor afstruinen. Maar via de site van Dolores' uitgever moet het lukken: http://www.ozarkmt.com/. Het is een vrij drukke week geweest, en dan te bedenken dat ik me ook
nog eens een weg door de sneeuw moet banen. Zo was er een familieavond
van het EMP (staat voor Extra Muraliserings Programma).
Ik ben hier als cliënt aan verbonden en moest dus even acte de présence
geven. Dit EMP houdt in dat ik wekelijks een huisbezoek krijg van een
verpleegkundige, met wie ik het overigens zeer getroffen heb (!), en dat
ik zo eens in de twee weken naar een arts ga. Op het moment zijn we een
beetje aan het sleutelen met mijn medicatie: ik hoop natuurlijk op minder
zware en minder werkzame pillen. Het is nog even afwachten. Vandaag ga
ik een paar vrienden helpen met verhuizen. Ik voel me er helemaal fit
voor: mede door het bloed, zweet en tranen die ik reeds geplengd heb in
mijn sportprogramma en door het rigide dieet waaraan ik mij onderwerp.
Deze week heb ik naar traditie weer drie films ter bespreking. Om te
beginnen "The Human Stain" (http://www.imdb.com/title/tt0308383/)
van Robert Benton naar het gelijknamige boek van Philip Roth. Hierin is
Coleman Silk (Anthony Hopkins) een professor in de klassieke talen in
een klein stadje in New England. Al vijftig jaar draagt hij een levensgroot
geheim met zich mee: hij is van Afro-Amerikaanse afkomst, terwijl zijn
huidskleur en voorkomen blank zijn. Mede daardoor heeft hij een glansrijke
carrière kunnen maken aan de universiteit. Aan zijn professionele
leven op de campus komt abrupt een einde wanneer hij ten onrechte wordt
beschuldigd van racisme. Woedend over het voorval besluit hij een jaar
voor zijn pensionering ontslag te nemen. Op zoek naar een nieuwe invulling
voor zijn leven, maakt hij kennis met een dertig jaar jongere vrouw, de
beeldschone maar gedesillusioneerde schoonmaakster Faunia (Nicole Kidman).
Wanneer Coleman en Faunia in een romance verwikkeld raken, dreigt zijn
levensgeheim onthuld te worden, hetgeen verstrekkende gevolgen kan hebben.
Zijn vriend Nathan Zuckerman is schrijver en besluit zijn nieuwe boek
te wijden aan het leven van Coleman. Hij stelt een onderzoek in naar het
onbekende levensverhaal en mysterieuze verleden van zijn vriend, om zo
te achterhalen hoe diens leven zo verstoord is geraakt. Dan is er nog "Underworld" (http://www.sonypictures.com/movies/underworld/)
van Len Wiseman. Daarin hebben vampiers en weerwolven gezworen elkaars
vijand te blijven voor honderden jaren. Voor de mensheid zijn ze een mythe,
maar in de film blijken ze maar al te echt te zijn en zien ze elkaar als
eeuwige rivalen en hebben gezworen pas te zullen rusten als hun vijand
met wortel en tak is uitgeroeid. Selene (Kate Beckinsale) is vampier en
als "Death Dealer" belast met het opruimen van de weerwolven.
Door toeval ontdekt zij dat de weerwolven van plan zijn de jonge mensendokter
Michael te ontvoeren. Om erachter te komen wat de weerwolven van Michael
willen, overweegt zij hem te volgen. Er ontstaat een band tussen de twee
en ze besluit hem te redden. Dan ontdekt ze dat het de weerwolven om Michaels
bijzondere bloed te doen is waarmee zij een ras willen creëren dat
sterker is dan beide rassen tezamen. Selene slaat groot alarm maar vindt
geen gehoor bij de leiding. Wanhopig besluit zij haar grote held en leider
Viktor (Bill Nighy) een eeuw eerder te laten ontwaken uit zijn slaap om
samen met hem het naderende onheil het hoofd te bieden. Maar of dat een
verstandige keus is valt nog te bezien. De James Bond film van deze week is "Thunderball"
(http://www.imdb.com/title/tt0059800/),
de vierde film met Sean Connery figurerend als Bond. Volgens een vermetel,
doch dodelijk plan kaapt de kwaadaardige organisatie SPECTRE een NAVO-vlieguig
en bemachtigt daarbij twee zware kernkoppen, elk in staat miljoenen onschuldige
mensen te doden. Terwijl de wereld in de greep is van de dreiging van
een nucleaire nachtmerrie, komt Bond in actie. In een race tegen de klok
leidt het spoor hem naar het tropische eiland Nassau. Daar ontmoet hij
Emilio Largo (Adolfo Celi), een hooggeplaatste agent van SPECTRE, en de
beeldschone Domino (Claudine Auger), tot wie hij een onweerstaanbare aantrekkingskracht
deelt. De confrontatie bouwt op tot een episch gevecht op de bodem van
de oceaan, waarbij Bond en zijn bondgenoten strijden om een catastrofe
van immense proporties af te wenden.
In de Kunsthal (http://www.kunsthal.nl/)
te Rotterdam is de tentoonstelling "Alfons Mucha, Meester
van de Jugendstil" van start gegaan. Alphonse Mucha werd
geboren in 1860 te Moravië (nu deel van Tsjechië) en is onlosmakelijk
verbonden met de Jugendstil, aanvankelijk 'le style Mucha' genoemd en
in Rusland bekend als 'Art Modern'. Als geen ander wist hij de Slavische
ziel met een licht melancholische inslag weer te geven. In 1887 vertrok
Mucha naar het broeinest van de kunst: Parijs. Zijn eerste affiche in
1894 voor het toneelstuk Gismonde (http://www.mucha.cz/image/guidb.jpg,
http://www.geocities.com/fcoe2001/mucha.htm),
met de Franse actrice Sarah Bernhardt in de hoofdrol, maakte Mucha in
een klap beroemd. Sarah Bernhardt was de ster van het Parijse theater,
en Mucha werd de ster van de Jugendstil. De actrice en de kunstenaar gingen
een zes jaar durende samenwerking aan met vruchtbare resultaten. Mucha
ontwierp naast affiches ook decors, kostuums en juwelen voor de diva.
Heel Parijs was overweldigd door zijn werk en de affiches werden zelfs
van de straat geroofd. De sierlijke lijnen, frisse pastelkleuren en weelderige
motieven in zijn illustraties van sensuele vrouwen, werden de iconen van
het fin de siècle. Artarchiv.net (http://www.artarchiv.net)
kan gezien worden als een marktplaats voor contemporaine kunst. Je kunt
er bladeren door een collectie van duizenden kunstwerken van nog eens
duizenden kunstenaars. Het heeft een zoeksysteem waarmee je direct op
de gewenste criteria kunt zoeken. Het is mogelijk een link van je eigen,
uiteraard van kunstwerken voorziene website aan te melden in de A-Z lijst
van de site. Ook kun je speciaal voor Artarchiv.net je eigen portfolio
samenstellen en gratis aankomende gebeurtenissen zoals exposities vermelden
op een speciaal daarvoor bestemd blackboard. Zo kun je als mogelijk aanstormend
talent herkend worden door op het web opererende galeries. Dat moest ik
als kunstenaar dus maar eens proberen, zeg ik tegen mezelf in alle bescheidenheid!
Zeker nu ik met succes mijn derde solo-expositie heb geopend, over de
werken waarvan ik nu ook een uitgebreide beschrijving
op mijn website heb gepubliceerd (http://www.carelschouten.com/pastels/Beschrijving_expositie_Mediatheek.doc).
Op de website van Artarchiv.net is trouwens een uitgebreid en compleet
overzicht van galeries en kunsthandels in Amsterdam te
vinden, en dat blijken er meer dan tweehonderd te zijn (http://www.artarchiv.net/doku/amsterdam.htm).
Op een leuk java-applet wordt gebladerd door een fotoboek met galeries
waarop men naar believen kan klikken.
Ik heb nu de derde week van mijn dieet voltooid. Dit heb ik gisteren
gevierd met een copieus ogend diner, dat qua calorieën toch binnen
de perken is gebleven. Hieronder volgt in de vorm van een menu een opgaaf
van de betreffende recepten. Allereerst wil ik Modifast
bespreken, nog een product dat door een minimale hoeveelheid calorieën
op korte termijn een slanke lijn mogelijk zegt te maken. Om de een of
andere vreemde reden is de officiële website van dit product momenteel
alleen nog in het Zweeds beschikbaar (http://www.modifast.net/).
Met Modifast gaat men rigoureuzer te werk dan met eerder door mij besproken
afvalproducten. Zo worden alle maaltijden (ontbijt, lunch en diner) vervangen
door Modifast-maaltijden. Zelfs geen fruit, glaasje karnemelk of sneetje
knäckebröd is daarbij geoorloofd. Wel moet er behoorlijk wat
gedronken worden, gemiddeld 1,5 a 2 liter per dag. Men mag water, thee
en koffie, uiteraard zonder suiker, drinken en in beperkte mate light-frisdranken.
De eerste dagen zal men met een behoorlijk hongergevoel te kampen krijgen,
maar dat schijnt na de vierde dag van het dieet te verdwijnen. Deze rigide
vorm van lijnen dient men voor een bevredigend resultaat tenminste twee
weken vol te houden. Na enkele dagen is het op momenten dat men het te
kwaad krijgt geoorloofd een stukje suikervrije kauwgom, een plakje komkommer,
een radijsje, een worteltje of een paar reepjes bleekselderij te gebruiken.
Als men deze eerste periode van twee weken doorstaan heeft kan men het
gewone eten weer langzaam opbouwen. Eerst wordt een Modifast-maaltijd
vervangen door een gewone maaltijd, vervolgens wordt de tweede Modifast-maaltijd
door een gewone vervangen, tot men een aantal kilootjes lichter weer helemaal
van de Modifast af is. Onderzoek, o.a. dat van mijn vader (!), heeft aangetoond
dat dit een effectief dieet is en dat kans op terugval naar het oude gewicht
relatief klein is. * Slank vegetarisch diner
Na de onderwerpen uit mijn jeugd die hier wekelijks in de vorm van een column reeds aan bod zijn gekomen is het af en toe graven in mijn verleden om weer met iets nieuws te komen. En wat is er beter om hiertoe aan te spreken dan de schatrijke fantasiewereld van de vroege kinderjaren. Zo beleefde ik, grotendeels met mijn jongere broertje, honderden avonturen met de zogeheten vingermonsters. Heel veel van deze verhalen heb ik tot op heden te boek staan in dikke, baksteenvormige jaaragenda's die mijn vader in die tijd kreeg van farmaceutische firma's. Een excerpt hiervan heb ik deze week trachten te schrijven. Hier duikt trouwens ook het Plaatje van de Week op (http://www.carelschouten.com/updates/update010204.htm). "Dit verhaal is zeker twintig jaar geleden begonnen tijdens een vakantie in Cornwall, een graafschap in het zuidwesten van Engeland. Daar kregen mijn broertje en ik een paar vingermonsters, koddige gedrochtjes die op de vingers geplaatst kunnen worden. Algauw kreeg het plastic gedierte namen. De leider van de monsterlijke vriendjes kreeg de naam 'Eppo'. Dan was er nog Prikkels, het vingermonster met stekelige rug, Punthoofd, de naam zegt het al, en Hilda, het enige vrouwelijke monster in het gezelschap. Gezamenlijk waren de monsters, met Prikkels als opzichter, verantwoordelijk voor talloze bouwprojecten, meestal uitgevoerd met duplolego. Zo was er de terracotta, volgens het woordenboek ongeglazuurde gebrande pottenbakkersklei, maar in het vingermonsterlexicon een kolossaal schip bestaande uit legostenen. Ook waren er eveneens uit speelgoedstenen bestaande torens die tot het plafond reikte en uiteindelijk altijd tot instorten kwamen, waarbij de kapotgevallen bouwstenen steevast in de rondte vlogen. De grote vijand van de vingermonsters was de snode Skeletto, een zwart-grijs plastic geraamte met een koordje op zijn kruin. De kornuiten van Skeletto waren de legomannetjes met gele, schijnheilig glimlachende gezichtjes. Als zij door de monsters in de kraag gegrepen werden, bestond er geen genade: ze werden gegeseld, aan het kruis genageld of besmeurd met monsterdrek, over de bestanddelen waarvan ik het maar beter niet zal hebben. Dat de vingermonsters reisluchtige types waren bleek uit hun ontdekkingsreis naar o.a. Kameroen. Een jaar later gingen we weer naar Cornwall op vakantie en, naarstig op zoek naar meer vingermonsters, vonden we er in het kustplaatsje Saint-Yves een doos vol van. Nog lang nadien hadden we spijt dat we niet de hele doos leeg hadden gekocht. Nu, twintig jaar later, blijkt dat je vingermonsters gewoon via internet kunt bestellen, en wel op: http://www.officeplayground.com/fingermonsters.html" * De vingermonsters Ik ben een groot bewonderaar van de Poolse dichteres Wislawa Szymborska (http://www.polishworld.com/wsz/). Zij werd in 1923 geboren in de buurt van Poznan in het westen van Polen. In 1931 verhuisde ze naar Krakau, waar ze Poolse literatuur en sociologie studeerde. Van 1953 tot 1981 was ze bij een tijdschrift werkzaam als poëzieredacteur en columnist. In het begin van de jaren vijftig publiceerde ze haar eerste dichtbundels, maar nog zonder veel succes. Haar populariteit kwam in de jaren zestig op gang, en wordt toegeschreven aan haar gewone, voor een breed publiek begrijpelijke taal. Ook is haar werk voor veel Poolse lezers een 'rustpunt', doordat ze zich in haar werk nooit heeft laten lenen voor politieke propaganda van de communistische machthebbers en geconcentreerd bleef op het menselijk individu. In 1996 werd haar de Nobelprijs voor de Literatuur toegekend, op een moment dat zij in het Nederlandse taalgebied nog nagenoeg onbekend was. Daarin is verandering gekomen door o.a. een royale keuze uit haar gedichten, vertaald door Gerard Rasch. Een van deze gedichten, simpelweg "in het park" getiteld, vond ik door de eenvoud en alledaagsheid die eruit spreekt zo mooi, dat ik me erdoor heb laten inspireren tot de volgende regels... * Wandeling door het park Al jarenlang is mijn jongere broer geïntrigeerd door auto's, motoren en techniek. Zo kan hij uren bladeren in auto- en motortijdschriften. Ik weet nog dat hij ooit voor Sint-Nicolaas een stoommachine cadeau kreeg en die toen, na het nodige gestampvoet, werkend en ronkend in elkaar heeft gezet. Toen mijn broer net zijn motorrijbewijs had behaald, kwam hij op een gegeven moment thuis met een Husqvarna crossmotor, een naaimachine op twee wielen dus. Dit vehikel maakte echter zoveel kabaal dat je het vanaf het andere einde van de straat al knetterend en ratelend kon horen aankomen. Later kwam mijn broer aanzetten met twee successievelijk gekochte Kawasaki motoren, die lange tijd de oprit gedomineerd hebben. Een daarvan verdiende de bijzondere aandacht doordat het bouwjaar ervan 1984 was en hij reeds voorzien was van een liquid crystal display. Het bijzondere was dat mijn broertje deze bakbeesten tot het laatste boutje of nippeltje kon demonteren en ze vervolgens, nadat het daarvoor bestemde fietsenhok bezaaid was geweest met onderdelen, weer helemaal in elkaar wist te schroeven. Als er een nieuw kogellager of carburateurfilter benodigd was, dan kon mijn broertje daar bijvoorbeeld zo voor naar Haarlem of Zaanstad afreizen. Het resultaat mocht er echter wezen: een van de motoren is verkoopklaar gemaakt en op de andere heb ik met mijn broer een proefrit gemaakt door de straten van Amstelveen, waarbij het voorwiel bijna de lucht inging en ik me stevig om mijn broers middel moest vastklemmen om niet achterover te kukelen. In deze geest schreef ik het volgende gedicht. * Super Amalthea is in de Griekse mythologie de geit die de jonge Zeus zoogt op zijn geboorte-eiland Kreta. In andere sagen wordt zij voorgesteld als een nimf die de kleine god met geitenmelk en honing grootbrengt. Uit dankbaarheid vult Zeus een van de hoorns van de geit Amalthea met alles wat zij maar wenst. Daar komt het begrip de 'hoorn des overvloeds' (cornu copiae) vandaan: symbool van rijkdom, uitbundigheid en vruchtbaarheid, thans uitgebeeld als een grote, gedraaide hoorn, overvloeiend van bloemen en vruchten. In de kunst wordt dit attribuut in de handen van Plutus, Fortuna en andere godheden geplaatst. Het symbool van de hoorn komt natuurlijk niet echt van het geitje uit de Griekse sagen en verhalen. Waarschijnlijk komt het van de hoorns van ossen en ander gehoornd gedierte die als drinkbekers gebruikt werden. Hier vindt ook de ryton zijn oorsprong, een hoornvormige drinkbeker, gewoonlijk eindigend in een dierenkop. We zien de representatie van de hoorn des overvloeds met name in de Romeinse kunst terugkeren. Dat deze legendarische hoorn naast materiele zaken ook geestelijke, meer ontastbare dingen kan voortbrengen, probeer ik met het volgende gedicht aan te tonen. * Boordevol
De Duitse expressionist August Macke (1887-1914) werd
geboren in Meschede in het Sauerland. Hij studeerde van 1904 tot 1906
aan de kunstacademie en de kunstnijverheidsschool in Düsseldorf.
In deze stad was Macke enige tijd werkzaam als ontwerper voor diverse
theatervoorstellingen. In 1905 maakte Macke zijn eerste reis naar Italie.
Een jaar later verbleef hij onder meer in België, Nederland en Engeland.
In Parijs raakte Macke bekend met het impressionisme en het fauvisme.
Na een korte schildersstudie aan de schilderschool van Corinth in Berlijn,
bezocht August Macke met Koehler Parijs. In 1909 huwde de kunstenaar met
Elisabeth Gerhardt. Het echtpaar vestigde zich aan de Tegernsee. In 1910
verhuisde August Macke naar Bonn, sloot zich aan bij de Neue Kunstlervereinigung
München en raakte bevriend met de expressionist Franz Marc. Samen
met Franz Marc bezocht Macke Parijs, waar het tweetal onder meer de kunstenaar
Delaunay ontmoette. De stijl van August Macke onderscheidt zich van het
werk van andere fauvisten door een zachtere benadering. Het kleurgebruik
vertoont overeenkomst met dat van Delaunay. Macke schilderde vooral landschappen
en scènes uit het stadsleven. Samen met Klee en Moillet maakte
Macke in 1914 een reis naar Tunesië. Na terugkomst in Duitsland werd
Macke opgeroepen om zijn dienstplicht te vervullen. In september 1914
stierf August Macke op het slagveld. * Macke, Handelaar met kruiken Vorige week ben ik gestart met een serie illustraties bij Swahili sprookjes. Het leek mij een tot de verbeelding sprekend onderwerp, temeer daar het Swahili - een Bantoetaal, in een groot aantal Afrikaanse landen gebruikt als lingua franca - ver van ons bed lijkt. Toch is dat niet helemaal waar, zo heeft de BBC bijvoorbeeld een speciale website voor Swahili-taligen (http://www.bbc.co.uk/swahili/). Hierbij dus het tweede Swahili sprookje uit de reeks: Er was eens een straatarme visser die elke dag thuiskwam met slechts een vis. Op een gegeven moment besloot hij zijn zoon mee uit vissen te nemen. Ze kwamen die dag met twee vissen thuis, een daarvan maakten ze thuis klaar en de ander ruilden ze op de markt in voor een kop rijst. De zoon van de visser bedacht zich toen dat ze zo nooit een waardig bestaan konden opbouwen. Op een dag trok hij met een val het bos in om vogels te vangen. De eerste dag ving hij niets, de tweede dag ving hij zijn eerste vogel en de derde dag ving hij een vogel die zo prachtig gekleurd was dat hij besloot hem mee naar huis te nemen en hem als huisdier te houden in een kooi. De ochtend daarop had het dier een gouden ei gelegd. Toen de visser en zijn zoon dat zagen pakten ze het ei verrukt vast en verkochten het op de markt voor vijf roepie. De volgende ochtend legde de bontgekleurde vogel maar liefst twee gouden eieren. Door dit dagelijkse uitbroeden werd de visser met zijn gezin in korte tijd steenrijk. Al gauw kwam de sultan dit ter ore en die besloot het huis van de visser van een bezoek te vereren. De visser en zijn zoon bleken echter uithuizig te zijn, alleen de moeder was op haar post. De sultan vroeg aan haar de inmiddels befaamde vogel te tonen. De vrouw gehoorzaamde en bracht hem naar de kooi van het dier. Toen vroeg de sultan aan haar: "Slacht de vogel voor mij". De vrouw gehoorzaamde. "Ik wil niet het vlees, maar de lever en de nieren", ging de sultan verder. Toen de zoon van de visser die avond thuiskwam en een lege kooi aantrof, snelde hij met het hart kloppend in de keel naar zijn moeder om te vragen waar de vogel gebleven was. "De kat heeft het dier opgegeten", antwoordde zij treurig. En na die dag ging de rijkdom die het vissersgezin vergaard had snel verloren en werden ze weer zo arm als kerkratten, net als voor het begin van dit sprookje. * De vogel met de gouden eieren De mandala van deze week is een ode aan de Indiase Shiva,
een van de drie hoofdgoden van het hindoeïsme. Hij staat voor vernietiging
en vernieuwing in de natuur. Zijn kosmische dans representeert de bewegende
kracht van het universum en de vijf bovennatuurlijke handelingen: schepping,
handhaving, vernietiging, belichaming en bevrijding (gevonden in het vuur
van crematie, gesymboliseerd door de ring van vlammen rondom de dansende
Shiva). Shiva wordt uitgebeeld met een voet op de rug van een demon, die
de menselijke onwetendheid en achteloosheid vertegenwoordigt, en met de
andere voet klaar voor de volgende stap. In zijn rechterhand houdt hij
vaak een trommeltje vast (is op de mandala niet te zien). Hiermee slaat
Shiva het ritme van de schepping, de oerklank waaruit de schepping is
ontstaan. Met zijn andere rechterhand maakt hij de abbaya-mudra, het gebaar
van geruststelling, een beschermend gebaar naar zijn volgelingen toe.
Met een van zijn linkerhanden houdt Shiva een vuurvlam (staand voor vernietiging)
vast. De naar beneden gebogen arm zegt dat de volgelingen nederig moeten
zijn. * Shivamandala
Groetjes,
|
© Carel Schouten, 2004