In Leningrad was na het jaar '67 de volgende grap
in omloop: "Waarin onderscheidt het Suezkanaal zich van het Gribojedovkanaal?
Doordat het Suezkanaal maar aan één kant door joden bewoond
wordt, en het Gribojedovkanaal aan allebei de kanten".
Aan het Gribojedovkanaal, en zeker niet in Suez, is ooit een bekend politiek
Sovjetbeschouwer en amerikanist geboren: de commentator, politicoloog
en criticaster Valentin Zorin. Zijn achternaam was toen nog geen Zorin,
maar iets anders, meer passend bij zijn uiterlijk. Over Zorin ging een
persoonlijk grapje de ronde, dat ontstaan is tijdens het bezoek van Henry
Kissinger aan de Sovjetunie en was gebaseerd op hun bijzondere uiterlijke
overeenkomst: Zorin leek als twee druppels water op Kissinger, net een
tweelingbroer, precies dezelfde natuurlijke lengte, hetzelfde krullende
stekelkapsel, flaporen, een dikke onderkin en gehoornde bril. 'Zegt u
eens, mijnheer Zorin, bent u joods?'
'Ik ben Russisch!' 'Huh-huh. En ik ben Amerikaans!'
Deze Valentin Zorin, een in die tijden bekend man, heeft een jaar of twintig
zonder zijn stek te verlaten in Amerika gezeten. Hij was Sobkor, bijzonder
correspondent van de TASS, de ALN en de Pravda, en van alles ter wereld.
In dat Amerika bezweek hij en verspeelde hij zijn leven aan het front
van de klassenstrijd. Hij woonde in een Amerikaanse cottage, reed in een
Amerikaanse auto, vrat Amerikaans voedsel en droeg Amerikaanse kleding.
Als tegenprestatie voor al die vriendelijkheid kon hij zoveel vuiligheid
over Amerika vertellen, dat wanneer het land maar iets zwakker en kleiner
was geweest, het allang ten onder zou zijn gegaan onder het gewicht van
zijn veroordelingen.
In professionele kring had hij onder zijn collega's de bijnaam 'Afval-entin'.
Zorin was een professioneel, en er was in Amerika geen kleinigheidje dat
hij niet aanwendde tot afkeuring van dat land en tot huldeblijk van het
onze.
Hij kon poen verdienen. En dat geld was niet slecht, van die groene biljetten.
Bucks. Niet iedereen kan met anti-Amerikaanse propaganda geld verdienen,
en dat nota bene in Amerikaanse valuta.
Het was zo'n tijd van acrobaten van de pen en jakhalzen van de pers. Hij
werd bij progressieve Amerikanen thuis ontvangen, hij werd gefêteerdd
op lekkernijen, kreeg whiskey te drinken en men probeerde hem te vleien.
Dan zit hij alweer te denken hoe hij daarvan anti-Amerikaans materiaal
kan maken. Het zou verstandiger geweest zijn hem aan een baan te helpen.
Op een dag loopt hij naar zijn auto, honderd meter verderop geparkeerd
bij het trottoir. Opeens wordt hem van achteren iets wat op de loop van
een pistool lijkt in zijn rug gedrukt, en een grove stem beveelt:
'Niet bewegen! Hier met je poen!'
Een beroving dus. Typisch dat dat weer in New York moest gebeuren.
Zorin, een ervaren man en alle regels van het spel kennend, beweegt zich
niet. In de borstzak van zijn jasje heeft hij, zoals politie-instructies
aanraden, een biljet van twintig dollar. En hij antwoordt met een rustige
stem, trachtend zich niet op te winden, dat hij slechts twintig dollar
bij zich heeft en dat die in zijn borstzak zitten.
'Pak het, maar zonder onverwachte bewegingen!'
Hij pakt voorzichtig het bankbiljet en geeft het over zijn schouder. Het
wordt aangenomen en de stem dreigt:
'Vijf minuten niet bewegen, of je bent er geweest!'
Stille stappen verwijderen zich.
Toen volgens Zorins berekeningen de tijd was aangebroken dat de berover
zich op een veilige afstand bevond, keek hij om en zag hoe een neger vluchtig
om de hoek verdween. Een uiterst gewone, met blauwe spijkerbroek aan,
in een geruit hemd en witte sportschoenen.
Zorin stapt in zijn auto en rijdt weg. Hij denkt even na. Dat is toch
een opmerkelijk voorval! Op klaarlichte dag wordt een Sovjetcorrespondent
in het centrum van New York beroofd door een gewapende misdadiger! Kijk
toch eens hoe ver die ongebreidelde toename van wangedrag is gekomen!
En die corrupte politie van hun staat machteloos! Fantastisch materiaal
is hem zomaar in handen komen vallen.
Om zijn volgende journalistieke hoogstandje overtuigender, groter en panoramischer
te maken - om de hele verdorvenheid en verdoeming van hun systeem te tonen,
rijdt hij naar het dichtstbijzijnde politiebureau. Een oude rot in het
vak: anders zullen ze het later op een gillen zetten - die rode liegt,
niemand heeft hem beroofd, waarom ging hij niet naar de politie als ze
hem beroofd hadden?! Alstublieft - ik doe het nu.
En ga jij hem maar vangen: het gezicht heb ik niet gezien, kenmerken weet
ik niet, en van dit soort berovingen zijn er dagelijks duizenden. Een
verslaafde kan om een biljet van twintig dollar schieten voor een shot
- dat is een vangst: een goed georganiseerde misdaad.
Hij remt onder het uithangbord van het politiebureau en vraagt hem door
te laten naar de dienstdoende agent - hij moet aangifte doen van een beroving.
Op de afdeling zit onder een airconditioner een joekel van een sergeant
met een rode Ierse kop en lichtblauwe ogen, met zijn benen op tafel en
kauwend op een kauwgompje.
'Hallo!' zegt hij tegen Zorin. 'Wat is er aan de hand?'
'Ik ben een Sovjetjournalist,' verkondigt Zorin, 'en ik ben zojuist beroofd
op het trottoir van uw stad!'
'Ja,' zegt de potige kerel meevoelend, 'dat kan gebeuren. Wie heeft u
beroofd?'
'Er werd een pistool in mijn rug geduwd en er is geld van me afgenomen.'
'Kenmerken,' zegt de potige, 'kenmerken! De details komen later. Als u
wenst dat wij de dader vinden, laten we dat dan proberen.'
'Een zwarte,' beschrijft Zorin venijnig, 'met een donkerblauwe spijkerbroek
en een geruit overhemd aan. En witte sportschoenen. Van gemiddelde lengte.
Nog niet oud, natuurlijk.'
'Ok,' zegt de sergeant rustig. 'Dat is duidelijk. Waar is het gebeurd,
zegt u, mister? Hoe lang geleden?'
Over de hele muur wordt een uiterst gedetailleerde kaart van de stad door
lampjes verlicht.
De sergeant knipt de tuimelschakelaar aan en zegt:
'Hallo! John? Een straatberoving. Kwadraat 16-D. De Zesendertigste straat,
dichtbij de hoek van Second avenue. Negentien uur vijftien plusminus.
Een zwarte van gemiddelde lengte, blauwe spijkerbroek, geruit overhemd,
witte sportschoenen. Goed. Hij heeft een Russische journalist beroofd,
die zojuist is komen binnenwaaien. Hoeveel heeft hij van u gestolen, sir?'
Om te zeggen dat deze hele ellende om twintig dollar ging, kwam niet zo
van pas. Dat zou een incident van te kleine omvang worden. Later zou in
de kranten komen te staan: een communistisch journalist wilde een arme
vertegenwoordiger van de onderdrukte zwarte minderheid in de gevangenis
zetten om een schurftige twintig dollar. Dus zegt Zorin: 'Driehonderd
dollar.'
'Hallo! Hij heeft driehonderd dollar van hem gejat - wees er vlug bij,
jongens!'
Hij schoof Zorin een asbak toe, een krant, bier:
'Blijft u even zitten,' zegt hij, 'wacht u even. De jongens gaan dadelijk
controleren wat daar gaande is. Ja,' geeft hij toe, 'het is bij ons met
die straatroven gewoon een ellende. Weest u niet kwaad.'
'Het is niet erg,' geeft Zorin toe, 'Kan gebeuren.' En zelf neemt hij
de tijd op: om later te kunnen schrijven hoe lang hij bij de politie had
rondgehangen, en nog zonder idee hoe lang ze hem daar zouden laten wachten
en ze om hun machteloosheid zullen zuchten. Uitstekend materiaal: een
knaller!
Hij gaat wat gemakkelijker zitten in de fauteuil, opent het blikje bier,
slaat de krant open… Dan vliegen de deuren open, en een potige politieman
sleept een neger bij zijn nekvel naar binnen: 'Is dit hem?'
De mond van Zorin zakt wagenwijd open en het bier loopt door zijn neus
naar buiten. Omdat het diezelfde neger was…
De sergeant kijkt naar hem en constateert: 'Gemiddelde lengte. Geen bijzondere
kenmerken. Blauwe spijkerbroek. Geruit overhemd. Witte sportschoenen.
Nou, is het hem?'
Zorin knikt machinaal en volledig verbijsterd. Dat had hij absoluut niet
had verwacht. Dat is… onmogelijk!!!
Nee - in New York rijden patrouillewagens eeuwig rond door hun blok, op
elk willekeurig punt zijn ze binnen een minuut ter plaatse en hun contingent
kennen ze als op hun duimpje - het zijn professionals, met een vaste wijk.
Zo kregen ze hem dadelijk in het vizier; de stakker had nog niet eens
kans gezien uit te blazen en een biertje te drinken.
'Zo zo,' gromde de sergeant. 'Welaan: je bent nog niet weg of je gaat
weer als vanouds je gang? Had je ook nog behoefte aan buitenlandse problemen?
Weet je dat je een bekende Russische journalist beroofd hebt? Die is ook
zo al blij modder te mogen smijten naar ons Amerika?'
'Wat nou voor Russische?' gilt de neger. 'Ziet u dan niet dat het een
jood is? Denkt u nou echt dat ik me met Russen ga bezighouden? Verwart
u me niet met het Pentagon?'
Zorin krijgt een lichte kleur. De sergeant zegt: 'Houd je liever niet
met politiek bezig. Hij is een Russisch onderdaan. En hij heeft een aangifte
tegen je ingediend. Kom maar op, waar is je pistool?'
'Wat voor pistool?' schreeuwt de neger. 'Wat denkt u eigenlijk wel, officier,
u kent me toch, ik heb sinds mijn geboorte nog niet eens een scheermesje
gehad. Zou ik de wet soms niet kennen? Mij een gewapende overval in de
schoenen schuiven zal niet lukken, nee! Ik heb hem een vinger in de rug
gestoken, en dat is alles. En als hij bang is geworden - daar heb ik niets
mee te maken. Er is geen wapen in het spel!'
'Bevestigt u dat u wapens bij hem gezien heeft?' vraagt de sergeant.
'Wees bang voor God, mister Russische jood-journalist, sir!' zegt de neger.
Zorin wordt nog eens lichtrood en zegt van niet, dat wil zeggen, zelf
heeft hij geen wapen gezien, maar hij kon natuurlijk een vinger van een
pistool onderscheiden, en de aanraking was zonder meer die van een pistool.
Maar aangezien hij zich in het begin niet had omgedraaid en het daarna
moeilijk was om vanuit de verte details waar te nemen, stond hij niet
meer op de mogelijke aanwezigheid van een wapen, te meer daar hij het
lot van een arme, gewone Amerikaan niet wilde verzwaren. Een Amerikaan
die alleen door een kwade noodzaak wordt gedreven tot misdaad.
'Ok,' zegt de sergeant, 'wat de bewapening betreft zijn we er ook uit.
Nu het geld. Geef mister zijn driehonderd dollar terug, en snel een beetje.
Als hij zo goed wil zijn, dan kom je er deze keer gemakkelijk van af.'
Nu begint de neger te brullen als een fabrieksfluit op een stakingsdag,
en zwaait Zorin zijn twintig dollar in het gezicht.
'Wat nou driehonderd dollar!' klapt de neger in te rechtvaardigen verontwaardiging
uiteen. 'Laat hem stikken in die twintig dollar van hem! Hij had in de
borstzak van zijn jasje, kijk die' - wijst met zijn vinger - 'een biljet
van twintig dollar, hij heeft het er zelf uitgehaald en aan mij gegeven!
Sergeant, gelooft u mij: die vervloekte communistische jood wil verdienen
aan een arme zwarte! Wat heb ik u misdaan, sir?! Waar haal ik driehonderd
dollar voor u vandaan?'
Zorin, doorgewinterd als hij is, beheerst, wordt toch nogmaals rood en
er komt een kink in de kabel. De zaak had helemaal niet de wending genomen
zoals hij voorzien had.
De sergeant kijkt aandachtig naar hem, spuugt zijn kauwgompje uit en zegt:
'U heeft aangegeven dat de berover driehonderd dollar van u heeft afgenomen.
In welke coupures waren die? Waar had u ze? Bevestigt u uw aangifte?'
Zorin spreekt met een verzoeningsgezinde glimlach: 'Weet u, sergeant,
ik was nogal opgewonden tijdens de beroving. Begrijpt u: ik ben toch geen
geboren en getogen Amerikaan, en eigenlijk ben ik voorlopig nog niet erg
gewend aan dat soort zaken. Ik was gestresst. Ik geef toe dat ik in mijn
opwinding op het eerste moment niet precies de afzonderlijke details heb
kunnen herinneren. Het kan zijn dat het geen driehonderd was, maar minder.'
'Weet u nog hoeveel u in contanten bij u had?' vraagt de sergeant; en
de politieman wordt oprecht vrolijk. 'Kijkt u het alstublieft eens na:
hoeveel mist u?'
'Weet u,' zegt Zorin, 'ik was op bezoek, had 's ochtends wat boodschappen
gedaan, cadeautjes gekocht en daarna hebben we wat gedronken… dat
weet ik al niet meer precies.'
'U hebt dus gedronken,' spreekt de sergeant met een nieuwe intonatie,
'en daarna bent u achter het stuur gaan zitten? Doen jullie dat allemaal
in Rusland?'
'Nee,' antwoordt Zorin haastig, en zijn gezicht begint iets te lijken
op een tip uit een vrouwenkalender: "Om een weelderige buste te krijgen,
steekt men haar in een bijenkorf". 'Wij dronken natuurlijk alleen
maar cola, ik drink eigenlijk helemaal niet, ik bedoelde gewoon dat ik
na een ontmoeting met mijn Amerikaanse vrienden in een feeststemming was,
net alsof we gedronken hadden, en natuurlijk was ik een beetje ontredderd…'
'Kortom,' zegt de sergeant, 'dit is uw twintigje?'
'Inderdaad.'
'Heeft u nog meer claims jegens dit heerschap?'
'Ik zal hem eens claims tonen!' gilt de neger. 'Die joodse afperser! Waar
hebben we het in godsnaam over, sir,' beklaagt de neger zich tegen de
sergeant, 'in uw eigen stad berooft een langsreizende jood met medewerking
van de politie een arme zwarte van driehonderd dollar! Wanneer houdt dat
racisme toch een keer op!'
Nu verandert Zorin gaandeweg van tactiek. Hij neemt een grootmoedige pose
aan.
'Sergeant,' zegt hij, 'ik wil niet dat deze ongelukkige gestraft wordt.
Ik ben bekend met de moeilijkheden van het leven van de gekleurde bevolking
in Amerika. Laten we zeggen dat ik hem die twintig dollar geschonken heb
en laten we elkaar de hand schudden als een teken van vrede tussen onze
twee grote mogendheden.'
Maar de sergeant is niet van plan de handen schudden, in tegendeel, zijn
rode Ierse tronie begint nog roder aan te lopen.
'Geschonken?' vraagt hij snuivend.
'Inderdaad,' zegt Zorin grootmoedig.
'Waarom komt u dan in hemelsnaam bij de politie aangifte doen, dat hij
u van driehonderd dollar beroofd heeft met een revolver, terwijl u hem
in werkelijkheid twintig dollar gegeven hebt?' brult de sergeant. 'U wilde
hem tien minuten geleden immers zelf twaalf jaar laten brommen voor een
gewapende overval!?'
'Ik was erg in de war,' zegt Zorin verzoeningsgezind. 'Ik had ongelijk.
Ik versta het Engels soms niet zo goed…'
'Hoeveel jaar bent u in Amerika?'
'Ongeveer twintig jaar.'
'Waarom schrijft u hier dan in godsnaam, als u geen Engels kunt?'
Nu daagt het de neger dat het twintigje hem min of meer geschonken is,
en hij strekt zijn arm uit om het terug te nemen, maar Zorin pakt het
snel en doet het in zijn zak, omdat hij het toch wel zonde vond van die
twintig dollar.
'Goed,' spuugt de sergeant. 'U moet het met die cadeautjes van u zelf
maar uitzoeken. Dat hoort niet binnen het bereik van de politie. Als u
verder geen eisen jegens elkaar heeft, get your asses out of here, en
zeur mij niet meer aan het hoofd.'
'Ik zal een verhaal schrijven over het schitterende werk van de New Yorkse
politie,' zegt Zorin vleiend. 'Ik ben heel blij met u kennisgemaakt te
hebben. Wat is uw achternaam, sergeant?'
'Mijn achternaam kunt u op dit plaatje lezen,' zegt de potige kerel. 'Of
u nu gaat schrijven of niet - dat is uw zaak. Ik denk niet dat mijn leiding
erg blij zou zijn met loftuitingen in de Russische communistische pers.
Tot ziens. En jij, Phil, wacht jij nog even. Ik heb je nog nodig als getuige
van het hele gesprek.'
Zorin en de neger hoepelen op, terwijl de neger hem voor rotte vis uitscheldt,
op zijn auto spuugt en ten afscheid voorstelt dat Zorin zijn kont kan
kussen. Trots verwijdert hij zich. Zorin gaat naar huis, verbaasd over
het werk van de New Yorkse politie en blij dat hij ongeschonden uit de
poten van die bullebakken is gekomen.
De sergeant pakt de hoorn op en belt een bekende verslaggever van de politierubriek,
die hem een zakcentje toesteekt voor de exclusieve levering van informatie
voor het nieuws.
'Luister Bill,' zegt hij, 'er was hier bij mij een Russische journalist…
Zo-rin… Va-len-tin… ja, een zwarte verslaafde heeft hem van
een twintigje beroofd, ja, hij had een vinger in zijn ruggengraat gestoken
in plaats van een revolver… ja, en toen is hij naar ons gekomen
en wilde die stakker op laten sluiten voor driehonderd bucks… wat
dacht je daarvan, stel je voor, hem twaalf jaar laten brommen?! Ja, hij
zegt dat hij een bekend journalist is…'
De volgende dag komt The New York Times met zo'n kop: Sensatie! Sensatie!
Vermaarde Russische journalist Valentin Zorin, bekend om anti-Amerikaanse
visies, probeert werkeloze zwarte verslaafde te beroven!!! In heldere
kleuren wordt het hele gebeuren beschreven - met een gedetailleerde aanwijzing
van de plaats, tijd en de achternamen van de agenten.
Daarna sluiten zich voor Zorin de Amerikaanse deuren. Men houdt stilletjes
op hem uit te nodigen voor allerlei briefings en persconferenties. Zijn
internationale collega's bellen hem niet meer op om een glaasje te drinken,
en sommigen groeten hem zelfs niet meer.
Uiteindelijk was hij natuurlijk gedwongen Amerika te verlaten, omdat het
schandaal niet erg mooi was uitgevallen. Hij zit nu weer in de Sovjetunie,
en slechts zeer zelden glijdt hij over het televisiescherm.
En als ze hem vragen: 'Hoeveel jaar hebt u in Amerika gewerkt, hoe goed
kende u het land, waarom heeft u toch het land verlaten en bent u teruggekeerd
naar de Sovjetunie?' dan antwoordt hij zo: 'Weet u, toen ik eens hoorde
dat mijn kinderen, toen ze uit huis naar school gingen, onderling overgingen
van het Russisch naar het Engels, begreep ik dat het tijd werd terug te
keren.'
Vertaald door: Carel Schouten
|