Mohammed en de zeven dieven
| Er was eens een arme man met een schoolgaande jongen. Op een dag vroeg
hij zijn zoon: "Welk ambacht zou je willen doen?" Toen antwoordde
deze tot zijn vaders verdriet dat hij het ambacht van het stelen zou willen
leren. Op een goede dag liep de jongen de stad uit en meldde zich bij de
hut van een beruchte roversbende. Toen de leden ervan hoorde dat hij bij
hen in de leer wilde gaan, waren zij zeer verrukt. Hij verrichtte allerlei
hand- en spandiensten en kreeg daarvoor kost en inwoning. Op een zeker moment
mocht hij volwaardig deelnemen aan het steelproces en kreeg hij zijn deel
van de buit uitgekeerd. Op een ochtend zei hij tot de bendeleden dat hij
ziek was en moest rusten. De dieven gingen derhalve zonder hem op pad. De
jongen sprong toen uit bed, stal een beestenvel, trok het aan en verraste
op een open veld zijn mededieven. Deze schrokken zo, dat ze de gestolen
rijkdommen ter plekke uit hun handen lieten vallen en wegrenden. De jongen
deed zijn vel uit en verstopte de buit op een plek die alleen hij kende. Een volgende dag zei de jongen tot zijn makkers: "ik ken een rijk man in de stad die komende nacht uithuizig is. Zullen we daar gaan stelen?" De dieven gingen akkoord, maar even later zei de jongen dat hij naar de bruiloft van een vriend moest. Daarna snelde hij naar de markt en kocht een vlijmscherp mes. Bij het betreffende huis wachtte hij zijn makkers in vermomming op en sneed hen allen de neus af. Daarop vervolgde hij zijn weg naar de koning van het land en zei dat hij hem kon helpen de bendeleden in de kraag te grijpen. Ten bewijze toonde hij de afgesneden neuzen. De volgende dag werd een bijeenkomst op het stadsplein belegd, waar de dieven met bedekte neuzen ook aanwezig waren. Toen zei de jongen tot de koning: "Dat zijn de lelijke dieven die u en de rijke burgers van deze stad geld afhandig hebben gemaakt." De dieven zaten als ratten in de val en moesten hun vreselijk geheim prijs geven. Nadat de rijkdommen weer terug werden gegeven, werden de dieven allen opgeknoopt en werd de jongen tot grootvizier benoemd. |
Uit: Swahili sprookjes, ISBN 90389 01453 / CIP
Laatst gewijzigd: 25.02.04