De meesterdief

Er was eens een beroemde dief dier erin slaagde van de welgestelde inwoners van de stad alle rijkdommen te stelen. Die gingen daardoor hun beklag doen bij de sultan. De sultan stelde overal in de stad soldaten op om te waken over het bezit van de stedelingen. Zij vielen echter in slaap, zodat de dief rustig zijn werk kon doen. Toen besloot de sultan zelf op wacht te gaan staan en trof de dief aan, vermomd als een vrouw. De sultan herkende hem echter, maar de dief bedacht een list. Hij had voetkluisters van de soldaten gestolen en vroeg de sultan of die wist hoe ze werkten. Dat wist de sultan niet, en toen ging de dief dat voordoen door de sultan te kluisteren. Daarop gooide hij een kap over het hoofd van de sultan en gaf hem een flink pak rammel.
De volgend ochtend werd de sultan zieltogend gevonden en overgebracht naar het hospitaal. Toen hij weer van zijn verwondingen hersteld was, riep hij de inwoners van de stad bijeen om de dief eruit te halen. Hij beloofde dat hij de dief niet zou straffen, maar hem door zijn kunde tot grootvizier zou benoemen. De dief stak daarop zijn hand op en zei dat hij het was. Om dat te bewijzen bracht hij de sultan en diens soldaten naar zijn hol, waar hij alle door hem gestolen rijkdommen had opgeslagen. Alles werd teruggekeerd aan de rechtmatige eigenaars en de dief werd tot grootvizier benoemd. Hij werd zeer geliefd bij het volk, er bleek geen eerlijker man te vinden en stelen deed hij nooit meer.

 

Uit: Swahili sprookjes, ISBN 90389 01453 / CIP


Laatst gewijzigd: 10.03.04