De bedelaar
| Er was eens een zeer arm man, wiens vrienden zich constant vrolijk maakte
om zijn armoede. Op een keerde droomde de arme man dat hij een boot moest
maken om uit vissen te gaan. Dat deed hij, maar hij ving gemiddeld slechts
een vis per dag, en bleef dus arm. Op een dag landde een reuzenvogel op
zijn boot en vroeg: "Zeg, ben jij rijk of arm?" De man antwoordde:
" Helaas, ik ben straatarm". De vogel zei: "Spring op mijn
rug en ik zal je rijkdom geven, maar waag het niet daaronder hooghartig
te worden!" De man ging akkoord en de vogel vloog hem naar het Eiland
van Enkel Vrouwen. Daar werd de man door enkele verwonderde vrouwen gevonden
en naar de koningin gebracht in de Stad Met Niet Een Man. De koningin vroeg
hem: "Goh, zijn er waar jij vandaan komt meer schepsels zoals jij?".
De man antwoordde daarop: "Jazeker, ongeveer de helft van de bevolking
bestaat bij ons uit schepsels zoals ik. Wij noemen ze mannen". De man en de koningin voelden zich al snel sterk tot elkaar aangetrokken en algauw kreeg het paar kinderen. De man leefde als koning in weelde op het paleis. Op een dag zei hij tot zijn gemalin: "Zeg ik moet nu even spugen". De koningin liet daarop een kwispedoor komen, maar die vond de man niet goed genoeg. Daarop liet de koningin een zilveren, gouden, parelmoeren en diamanten kwispedoor komen, maar die waren allemaal niet goed genoeg voor meneer. Kort daarna kwam de vogel aangevlogen en die zei tegen de man: "Herinner je je mijn woorden niet meer? Je zou niet hooghartig worden!" Daarop nam de vogel de man op zijn rug en vloog hem terug naar diens land van herkomst. Daar raakte de man snel weer aan de bedelstaf en werd armer dan ooit. En wat gebeurde er intussen met de koningin? Die voedde haar kinderen op, drie meisjes en vier jongens. En zo kwam het dat het Eiland van Enkel Vrouwen zijn naam verloor. |
Uit: Swahili sprookjes, ISBN 90389 01453 / CIP
Laatst gewijzigd: 31.03.04