| Het frituurfestijn
Dit verhaal gaat terug tot de duistere prehistorie, waarin lekker koken
nog niet tot mijn vocabulaire behoorde. Ik kon een ei bakken, dat wel,
maar veel hoger reikten mijn culinaire aspiraties niet. Integendeel, ik
verlaagde mij dikwijls tot het veelvuldig inzetten van de frituurpan.
Na uit de hand gelopen drinkgelagen nodigde ik mijn kameraadjes uit om
het op een frituren te zetten: frikadellen, kroketten, kaassoufflés
en andere snacks die vanuit de verpakking eigenlijk direct de vuilnisbak
in behoren te gaan. En als ik enkele uren later mijn ochtendkrantenwijkje
moest doen, wankelde ik op mijn fiets van de drank en rommelde het in
mijn maag van alle onlangs genoten ongezondheden.
Er zijn tenminste twee escapades te beschrijven uit mijn frituurverleden
die in het kader van deze column meldenswaardig zijn. Alle twee zijn ze
nauw verbonden met mijn vroegere band Seneca (http://www.carelschouten.com/Seneca/),
hetgeen ook iets zegt over de attitude der bandleden in die vervlogen
jaren. Minder dan een jaar na de oprichting van onze band reisden we met
onze instrumenten en frituurpan af naar Texel om in een boerderij temidden
van de door schapen begraasde weilanden een demo op te nemen. Van die
regenachtige dagen herinner ik me, naast natuurlijk het opnemen en beluisteren
van onze nummers (burpie burpie!) en een Tsjechisch pilsje in een lokaal
café, eigenlijk alleen nog dat we in ons kot veel, heel veel lipiden
vanuit de frituurpan naar binnen hebben gewerkt.
Voor een andere muzikale sessie had ik het in mijn hoofd gehaald een frituurpan
mee de oefenruimte in te nemen. Tijdens een pauze deden we ons temidden
van het drumstel en de "Zwei Marshall" versterkers te goed aan
allerhande vettigheden. Maar toen ineens kwam de eigenaar van de ruimte,
uitzinnig van woede, binnengestormd. Door de frituurdampen was het brandalarm
kennelijk afgegaan. Ik was er gloeiend bij, frituren in de ruimtes bleek
streng verboden te zijn. Per direct moest ik de ruimte spenen van alle
vlekken en dampen. Alsof dat nog niet genoeg was goot ik - bij wijze van
opruimen - het hete vet uit de pan hupsakee in de wasbak die bij de oefenruimtes
hoorde. Maar laat die wasbak nu zo lek als een mandje zijn, waardoor het
vet regelrecht op de tegelvloer gutste. Toen ook deze stap mijnerzijds
ontdekt werd, had ik mij de woede van de eigenaar helemaal op de hals
gehaald: "als we een loodgieter moeten laten komen om het riool van
vet te ontdoen, gaat de rekening direct jou kant op!". En daarbij:
"je bent geschorst voor onbepaalde duur!"
Nou, toen realiseerde ik me dat het tijd werd mijn frituurpan aan de wilgen
te hangen en me te bekwamen in kookkunsten van een beter allooi.
|