Essen!

Inmiddels is Petersburg voor mij een vertrouwde thuishaven geworden, een tweede pied-à-terre zou ik zelfs zeggen. Al sinds 1996 kom ik hier met zich handhavende regelmaat. In de loop van de jaren heb ik in deze stad heel wat telefoonnummers en adresjes gesprokkeld. Zeker in de beginjaren was men soms verrast zomaar in het wild een buitenlander te treffen. Nederland, dat was het land van vrijheid, drugs en voetbal. Op het moment is de euforie een westerling te trekken, mede door het met rasse schreden naderende kapitalisme en consumentisme, in de grote Russische steden wat weggeëbd. Alhoewel mijn kennissen in Petersburg nog altijd blij zijn me te vergasten op een kop thee, een wodkaatje en een knabbeltje erbij, is de nieuwsgierigheid naar het zogezegde melk en honing van ons land minder sterk.
Bij mijn laatste verpozen in Petersburg lukte het niet bij kennissen te verblijven. Alle logeerbedden bleken reeds bevolkt. Om niet honderden euro's aan een hotel te spenderen had mijn reismakker op het station een oud vrouwtje met een kamer te huur gecharterd. Nou, dat was een schot in de roos. De sovjettoestanden die daarop volgden waren niet mis te verstaan. Toen we met koffers en al in een haperende trolleybus in haar residentie belandden, kregen we daar direct een mooi voorproefje van. Ze wilden van ons het naadje van de kous weten. Waren we geen drugsverslaafden? Hoe stonden we tegenover alcoholgebruik? En wat was precies de reden van onze reis? Het was voor haar duidelijk de eerste keer in haar sovjetleven dat ze met buitenlanders van doen had. Toen we haar naar haar naam vroegen, voelde ze zich direct aangevallen. Wat dachten we wel dat wij zulke intieme gegevens eisten! Ze hield het kort: "noem me maar tante Galja". Nou, en zo hebben we haar dan ook tot het eind van ons verblijf genoemd. De kameraad die dit verblijf voor ons versierd had en zelf elders verbleef, vroeg haar vervolgens ook nog eens naar haar telefoonnummer. Toen ze dat met tegenzin gaf, probeerde hij het nummer meteen vanaf zijn mobiele telefoon. En ja hoor, er begon in een aanpalende kamer een telefoon te rinkelen. En tante Galja reageerde daarop als door een wesp gestoken: "Oh lieve hemel! Wie zou mij op dit uur van de nacht nog willen bellen?!". Toen mijn reiskameraad met het schaamrood aan de kaken zei dat hij de beller was, verzuchtte tante Galja: "Mijn god, heb ik me daar vierendertig jaar voor het communisme afgesloofd, en dan nu dit!".
Nou ja, daar zaten we dan. Samen met een derde reisgenoot bij tante Galja in huis. En nadat we haar vertrouwen hadden gewonnen, kwam nog een andere typische manier om met gasten om te gaan aan de orde: tante Galja had zich in het hoofd gehaald ons te voeden, en niet zo'n beetje ook. Allereerst kostte het me de nodige moeite om duidelijk te maken dat ik vegetariër was en vervolgens een definitie te geven van het begrip vegetarisme. Maar ook zonder vlees viel er heel wat te eten. Ik kreeg lammetjespap met daarop een centimeter dikke laag gesmolten boter. Vervolgens werd me boekweitgrutten met groengekookte eieren en vuistgrote tomaten geserveerd. Ook mijn reisgenoot, die geen Russisch sprak, kreeg flink opgeschept. De communicatie tussen hem en tante Galja verliep in het Duits, dat zij vijftig jaar geleden op school onderwezen had gekregen. Telkens als wij de woning in en uit liepen, klonk het luidkeels: "Essen! Essen!". Ook toen ik 's ochtends om 13:30, dat in mijn vocabulaire ochtend heet, een afspraak had en ik me daarvoor aan het haasten was, kwam tante Galja uit haar kamer gestoven: "Essen!". Pas toen ik een bord havermout had opgegeten mocht ik de deur uit.
Toch was dat alles heel goed bedoeld. Toen ik op een ochtend ziek wakker werd, kwam ze direct met een stethoscoop aanzetten om mijn bloeddruk en pols te meten. En na mijn werkverblijf in het dorp Uvarovka kan ik dat van dat vele eten ook wel begrijpen. De mannelijke bevolking werkt in Rusland over het algemeen nu eenmaal keihard en met veel fysieke inspanning, soms van half acht 's ochtends tot zes uur 's avonds. En dan moet je wel goed gevoed de dag ingaan om dat vol te houden. In Nederland zitten we maar de hele dag achter een computerscherm en eten we een hapje, omdat dat een aangename bijkomstigheid van de dag is. We nodigen vrienden en familie uit om eens lekker te koken. Italiaans, Mexicaans, of gewoon eens Thais voor de afwisseling. Laat dan ook de moraal van dit verhaal zijn: in Nederland eten we omdat we dat prettig vinden, in Rusland eet men omdat dat gewoon pure noodzaak is. "Rabotat' nado!"

 

Laatst gewijzigd: 4 oktober 2004