| De tikker loopt!
Met een lichte melancholie denk ik soms terug aan mijn roerige studentenjaren.
In die tijd nam ik veelal voor een hongerhonorariumpje opdrachten aan,
zonder daar nu echt wakker van te liggen. Zo weet ik nog goed dat ik eens
met een studiekameraad een hele dag tolkend had doorgebracht voor een
delegatie Russen van een onderwijsinstelling in Rusland. Toen we 's avonds
uitgeput en uitgehongerd, snakkend naar een maaltijd, op Hoog Catharijne
aankwamen, sprak één van de opdrachtgeefsters bij de gang
naar het restaurant ons wegwuivend toe: "Nou, dag jongens!!",
ofwel: "toedeledokie!", "Laters!!". Moesten we toch
na geleverde diensten en krachtsinspanningen ook nog eens op eigen kosten
aan ons kostje komen!
Toch heb ik tijdens mijn studentenklusjes ook veel gelachen. Op een bepaald
moment moest er vertaald en getolkt worden voor een delegatie uit Tsjeboksary,
de hoofdstad van het voormalige deelrepubliekje Tsjoevasië, zo'n
negenhonderd kilometer ten oosten van Moskou aan de Wolga gelegen. Wel,
in dat landje wordt naast Russisch ook Tsjoevasisch, een Altaïsch,
aan het Turks verwant taaltje gesproken. In dier voege gingen we met het
hele gezelschap naar de heer Bläsing, docent Altaïsche talen
aan de Universiteit van Leiden. Daar aangekomen ging deze heer Bläsing,
die qua baard en postuur overigens grote overeenkomsten vertoonde met
de acteur Bud Spencer, de groep toespreken in het door hem zo goed voorbereide
Tsjoevasisch. Echter, tussen de woorden in moest hij wel veelvuldig "uhm
uhm uhm" zeggen. In elk geval werd zijn poging door de Tsjoevasiërs
met veel gejoel ontvangen, terwijl mijn studiegenootje en ik ons aan het
bescheuren waren!
Het besef scherpte aan te brengen in de prijsbepaling voor geleverde diensten
kwam na een opdracht voor de Marnix Academie in Utrecht. Daar moest voor
een kliek Russen uit Jaroslavl een schijnbaar uren durende toespraak over
het inmiddels behoorlijk ondergestofte, uit de jaren zeventig stammende
begrip "lerende organisatie" synchroon naar het Russisch worden
omgezet. Gelukkig was ik met een andere tolk, zodat de uitputtingsslag
nog enigszins gedeeld kon worden. Toen de Russen echter heel openlijk
begonnen te geeuwen en door hun mimiek blijk gaven van hun desinteresse
in de materie, werd het kijken op de klok een wel heel voor de hand liggende
handeling.
Na afloop van deze bewuste dag dacht ik: dit moet anders. Vaak schuilt
er achter de jovialiteit en amicaliteit van veel opdrachtgevers een keihard
zaken doen. Bij het inleveren van een ondertitelingsopdracht, werd ik
bij de opdrachtgever voor een kop thee ontboden, of ik nog een paar kleine
fragmentjes wilde bekijken en vertalen. Maar daarop zei een stemmetje
binnenin mij luid en duidelijk, met het bovenstaande in het achterhoofd:
"Wel meneer de koekepeer, dat gaat wel lukken, maar bedenkt u zich
wel dat ik de tikker daarbij aanzwengel!"
|