| De Nederlandse delegaat Ik heb genoten van mijn studententijd, al heeft
die wel wat lang geduurd. Een hoogtepunt was misschien wel mijn stage
in 1998 en 1999 aan de Pedagogische Universiteit van Moskou. Hier kreeg
ik de kans in het kader van een internationaal samenwerkingsproject mijn
Russisch te verbeteren door tolk- en vertaalwerk. Er kwamen educatief
geschoolde bezoekers uit Nederland en Denemarken om kennis uit te wisselen
met hun Russische collega’s. Ook was er de gelegenheid in het kader
van het project mijn computerkennis in de strijd te werpen. Zo had de
Moskouse universiteit uit Nederland een zogenaamd “bulletin board
system” gekregen, dat een aantal Moskouse middelbare scholen in
staat stelde via de universiteit goedkoop e-mails te versturen en bestanden
te uploaden en zelfs een online chat te houden. En in die tijd was dat
voor Russische begrippen al heel vooruitstrevend, daar directe internettoegang
toen nog abominabel duur en derhalve out of reach was. Mijn taak was dit
computersysteem invulling te geven door concrete, door scholieren en studenten
te gebruiken programma’s.
Een leuke, typisch Russische anekdote valt te vertellen over de laatste
maand van mijn stage in Moskou. Ik was uitgenodigd een promotiefeest bij
te wonen op de wiskundefaculteit van de universiteit. Het ging om een
promovendus uit het district Toeva, dat tegen de grens van Mongolië
gesitueerd is. De betreffende academicus was hiermee de eerste doctor
van het district geworden en kon dan ook uitzien naar een heldenonthaal
bij hem thuis. Daar men in Toeva vooral veel vlees eet, was er voor mij
als vegetariër qua eten op het feest niet veel te beleven: men had
speciaal voor de gelegenheid een ram geslacht. Ik moest het dus doen met
een enkel plakje komkommer en wat bietensliertjes. Te zuipen was er echter
des te meer. Alle genodigden, waaronder ook ik, moesten beurtelings opstaan
en een toast uitbrengen. Daarbij diende steeds gezegd worden dat het nu
echt het laatste drankje van de avond betrof. Onderwerpen voor toasts
waren er des te meer. Zo kon geklonken worden op de Gobi woestijn, de
gesluierde vrouwen uit Tadzjikistan en het pakijs rond de Beringstraat.
Zo kwam het dat ik laveloos de tent verliet om met de metro terug te keren
naar mijn studentenflat. Halverwege werd ik echter zo beroerd, dat ik
maar uitstapte uit vrees in de wagon te moeten overgeven. Het was van
daaruit echter nog zes kilometer lopen naar mijn stulpje, en daarbij lag
er ongeveer een meter sneeuw. Na vier kilometer te hebben gelopen, glibberde
ik uit over een glad stoepje en verzwikte daarbij mijn enkel. Hinkend
legde ik de laatste kilometers af, strompelde de trap van mijn flat op,
zo mijn kamer in en stortte me op bed.
De volgende ochtend moest ik echter een Nederlandse delegaat ophalen van
het vliegveld. Daarvoor zou een chauffeur me opwachten beneden bij de
receptie van mijn flat. Ik was met mijn kater van hier tot Tokio en mijn
verzwikte enkel geenszins in staat af te dalen en de auto in te stappen.
De chauffeur was echter niet zo bijdehand mij door de receptionist te
laten oproepen en vertrok een uur later onverrichter zake. Ondertussen
was de delegaat natuurlijk al geland, en bij het uitblijven van een ontvangstcomité
uit eigen beweging per taxi naar het andere Moskouse vliegveld (er zijn
er namelijk twee) gereden. Ook daar wachtte natuurlijk niemand hem op.
Ondertussen werd voor mij naar de receptie gebeld door een boze medewerkster
van de universiteit, die me uitfoeterde omdat ik de delegaat niet was
komen ophalen. Tegelijkertijd werd me ook de huid volgescholden door de
receptioniste, die zei dat ik niet zolang van de telefoon gebruik mocht
maken.
De delegaat had het trouwens ook beter kunnen treffen. Bij zijn terugkeer
was de chauffeur alleen. Dit keer was het slot van zijn auto echter dichtgevroren,
zodat hij zich genoopt zag het raampje in te slaan om zo het portier te
kunnen openen. Maar toen bleek ook nog eens dat de motor niet aan de praat
wilde raken. Hierdoor moest de delegaat op eigen houtje met zware koffers
per metro en streekbusje naar het vliegveld en kwam hals over kop, een
kwartier voor het vertrek van het vliegtuig, aan en kon op het nippertje
nog mee.
En alsof dat nog niet genoeg was, waren de weersomstandigheden die dag
dusdanig dat het toestel van de delegaat een noodlanding moest maken in
Stockholm.
Laatst gewijzigd: 10.03.04
|