| De knikkerbeurs
Toen ik nog een ondeugende dreumes was en aan het begin van mijn schooljaren
stond, was knikkeren een van mijn lievelingsbezigheden. Gedurende het
speelkwartier streed ik met mijn schoolkameraadjes om de mooiste glazen
knikkers. Er waren globaal gesproken twee manieren om van je tegenspelers
de interessantere exemplaren afhandig te maken: opleggen en een 'potje'.
Bij het opleggen, wordt een felbegeerde knikker, vaak een grote en schitterend
fonkelende, in een kuiltje gelegd en probeert een belangstellende vervolgens
vanaf een tevoren af te spreken aantal tegels het exemplaar te raken met
gewone, kleine knikkers. Zolang hij of zij misgooit zijn alle kleine knikkers
voor de 'oplegger'. Als het raak is, dan moet de opgelegde knikker afgestaan
worden aan de werper. Bij een potje gaat het er anders aan toe. Er wordt
een kuiltje gegraven en er zijn twee of meer spelers, die allen een afgesproken
aantal, van elkaar te onderscheiden knikkers in de strijd werpen. De speler
die als eerste al zijn knikkers in het kuiltje heeft weten te gooien,
kan alle knikkers van de tegenspelers innen.
|