WWW.CARELSCHOUTEN.COM


home

Gedichten van Carel Schouten [405-414]

[<-- terug] [home] [verder -->]

opgaaf

405. Zwart en wit
406 . De dagelijkse mangeling
407 . Sufficit
408. Kelderen
409. Figuur in de tuin
410. Woekering
411. Het wufte Zuiden
412. Abbreviatuur
413. Gewapenderhand
414. Aurora australis

 

 

Zwart en wit [uitleg]


op handen en voeten kruip ik mij een weg
ik wandel fier omhoog de handen ten hemel

door de sintels en het overig zwart der aarde
langs tal van regenbogen het licht tegemoet

raven dalen op mij neer en krassen, volle borst
de duiven fladderen mij met takjes tegemoet

een gitkleurige rivier kolkt roerig voor mij uit
een kabbelend beekje bij haar oorsprong zo zuiver

als ik dan de haveloos geklede veerman zie
langs mij heen een witte vogel met kool in de bek

gooi ik hem een penning toe ter overdracht
en kom ik met wormpjes, kikkers en insectjes

daarheen waar het ommezien een ieder belet is
en lichtend, absorberend groei ik rond en kijk

2004


 

De dagelijkse mangeling [uitleg]


de wekker doorklieft je dromen
grauwe pap door wolken beschenen
ren je glibberend door modderplassen
en dan de geur van bonken brood en worst
verhandeld met rijen oude vrouwtjes
een enkele sok of overhemd in de hand
duik je de zweterige muffe meute in
de catacomben in van 't stedelijk vervoer
minutenlang daal je af en rakelings
riskeren gehaaste lieden hun leven
ze worden toegesnauwd door een wijfje
dat de godganselijke dag in een hokje zit
om over het wel en wee van de roltrappen
met een knikkebollend hoofd te waken
en om dan als haring in een ton te geraken
van het perron in een felbegeerde trein
werp je je aktetas naar voren de menigte in
zich wankel in de wagons staande houdend
en trek je je aan het hengsel naar binnen
en elke halte een ongedurig vragen en trillen
van een oud vrouwtje dat er uit wil
en daartoe een menselijke haag moet trotseren
het is ongelooflijk dat al je medereizigers
met een hand aan een stang, de ander een krant
dit dagelijks ritueel weten te verdragen
en vanuit de diepe onderwereld te verrijzen
om vervolgens van 9 tot 5 het land te dienen

2004


 

Sufficit [uitleg]


ik ben mezelf compleet verloren
de daken van de huizen zijn lek
de ramen gebroken en de wind
giert alles wat nog over was
zonder verzachting van mij weg
het enige dat mij nog rest te doen
is wandelen door het bos, alleen
de takken zijn zonder bladeren
de bomen zonder wortels en stam
ik vaar op een boot maar de zee
is uitgedroogd in een zoutvlakte
waarin een enkel wrak nog prijkt
ik bevlieg de lucht, maar de vogels
zijn reeds dood ter aarde gestort
zodat mij rest de alghele grijsheid
in mijn eentje te doorklieven
tot men mij ophaalt naar boven
vanwaar licht al op mij nederschijnt

2004


 

Kelderen [uitleg]


een neerwaartse spiraal
in directe lijn nagestreefd
zie de grafieken kelderen
tot groot genoegen van mij
tegen de hoge waarden
een onophoudelijke strijd
loop ik de ponden ervan af
van mijn verzwaard gestel
tot vreugd en doorgaan
zal ik tot de diepste diepte
bereikt is en ik licht te moede
het geribbeld rubber betreed
zonder de wijzer daarvoor
ook maar te hoeven vrezen

2004

kelderen

 

Figuur in de tuin [uitleg]


Eenzaam staat hij overeind
knipoogt ons zachtjes toe
de gevlekte, de getarte
vlakken omzomen hem
mijlenver en bontgekleurd
hij neemt de zwarte lijnen
en betreedt het felle groen
dat de leermeester plantte
ondanks ziekte en emigratie
dikke stippen zo ontaard
dat de figuur langzaam aan
verdreven wordt uit ’t zicht
en vele jaren nodig zijn
om kleur en vrijheid voor hem,
de eenzame, te herwinnen

2004

figuur in de tuin

 

Woekering [uitleg]


de kaagvisser poldert mij in
ik word gevoed door gaafheid
prieelvogeltje pik me maar op
saamgezworene ten voete uit
laat mij zingen dit raadsellied
een paaibrief voor de veerman
de mudgoedhandelaar verkoopt
van door mij betreden gronden
al wat ribbelingen tenietdoet
laat me bouwen in rubbercement
vol overwoekering mijn habit
opdat ik in mijn pot kan garen
een spartelend visje zo vogelvrij

2004

woekering

 

Het wufte Zuiden [uitleg]


kreupel hinkend door de stratosfeer
een raadadviseur schreeuwt mij achterna
kolenbergen vol departementen
een zonnestraal wijkt nauwelijks
in velerlei ontknopingen
zonder aangezicht
baan ik terdege ontkorst
in honderden horizonten breed
kruipend kopje, buitelend magma
duizenden sprinkhanen teisteren het land
tot in doldriestheid besloten ter neder

2004

het wufte zuiden

 

Abbreviatuur [uitleg]


rats klauter naar boven
geen steurnet is heilig
bij deze stevensponning
het ravijn van boven nabij

geelzucht is in aantocht
vocaalklanken vibreren
een gouden beeldje prijkt
aardappelen schrapen

groenland wordt verbouwd
stochastische grootheden
variabele werktijden in proces
gooi je harpoen nu maar uit

een rijbevoegdheid afhalen
een haag van overwoekering
ronkerige meikevers, snoevers
de onderaardse gang begaan?

2004

abbreviatuur

 

Gewapenderhand [uitleg]


de inname van de stad
gekenmerkt door verschuiving
ik rij vanzelf een pui in
tot huivering mijn deel is
en een ratelslang zijn ding doet
o wrede laren, welk lot is dit?
hoe kunnen handen zonder gat zijn?
glimmende sferen knappen uiteen
dan toch maar terugtreden
onze buren nemen het in de mond
met bandelier bungelt het naar beneden
en nogmaals, de muren genomen
knallend, stekend en met gebalde vuisten
gaat het plunderen gemakkelijk af
in mijn door aardplaten geroerde ik

2004

gewapenderhand

 

Aurora australis [uitleg]


Soms denk je dat het vechten voorbij is
en dat je leven slechts een lint is
dat zich buiten jou om afwikkelt
en de grijze hemel voor altijd is
maar als je eens de straat op loopt
een warme gloed op je neerdaalt
dan ben je dus niet helemaal vergeten
en hervat je de dingen die waren
het onbekende voor eeuwen
waar velen slechts de buitenste randen
met veel gissen van optekenden
dat straalt nu hernieuwd op jou toe

2004

aurora australis

 

[<-- terug] [home] [verder -->]

Laatst gewijzigd: 21 april 2004

[terug]