WWW.CARELSCHOUTEN.COM


home

Gedichten van Carel Schouten [11-20]

[<-- terug] [home] [verder -->]

opgaaf

11. De sleutel
12. Het hek
13. In het vliegtuig
14. Bladeren
15. Rollend
16. De sprong
17. De mijmering
18. Schiet in eenvoud
19. De namen van de straten
20. Struikel over de disselboom


 

De sleutel

Ik heb de sleutel
open - dicht - open
een projectiel wordt
in mijn richting geworpen
Pats! Een tomaat
Welke deur kies ik?
Links leidt naar een valkuil
met slangen op de bodem.
Rechts naar een trap omhoog
hoog, hoog is de toren
met fladderende vleertjes.
Midden leidt naar een aquarium
waar guppies elkaar oppeuzelen.
Dan maar de middelste deur.

2001

 

 
Het hek

Rondom het huis loop ik
Er is iets vreemds
Iets oneigens, niet als het was
Het blaffen van een hond
Een zekere Pipo of Bello
Wachtend op een koekje
Er brandt licht
Maar er is iets onechts
Het licht schijnt niet zo als het scheen
Wat doe ik
Ik open het hek, vreemd krakend
De wolken pakken zich samen
En hagel valt naar benee
In grote stenen,
Snel zoek ik beschutting
Waar moet dit heen
Vreemde lichten, vreemde hond
Vervreemd ben ik in een vreemde
Ooit zo vertrouwde wereld
Ik wil weg gooi het hek dicht – krak
Fluit naar de hond – blaf
Kon ik jou maar zien, mooi als je ooit was.

2001 


 
In het vliegtuig

Witte wolken
Laag vliegen we over een wit
Wolkenlandschap
Lager, lager
Een witte ijzige vlakte
Schommelend dalen we en bam-bam
We stuiteren en glijden over
Het landingsbaantje
Zo graag wil je dat landschap
Van de Verschrikkelijke sneeuwman
Inlopen, maar niks daarvan
Een buis uit het vliegtuig leidt naar
Een muffe overstaphal.
Een kunstwerk rond als het is
Wodka uit de streek
Om naar huis te nemen
Of eerder, onder weg te verschalken
Een wit landschap
Witte wolken
Als hier een os 
Geslacht zou worden
Purperrode bloedvlekken
In de wittige witheid.

2001


 
Bladeren

Hopen bladeren
In de zomertijd
Overgebleven van het najaar
Niemand die ze opveegt
Jaargetijden door elkaar
Teletijdmachine
Is niet nodig

2001


 
Rollend

Van grote hoogte 
Van kammen en kliffen
Rolt het naar beneden
De stenen de stenen
Zigzaggend gaat het
Hoger en hoger
Een meisje “grüss Gott”
Komt naar benee
Met stokjes in haar handen als
In een Chinees restaurant.

2001 

 

 
De sprong

Het is niet ver
Slechts een kleine sprong
Daar is het water
Maar eerst op de grond
Overeind krabbelen
De duikplank op
En spring in 
Het ruime sop.

2001


 
De mijmering

Het gaat regelmatig, vloeiend
Buiten verheffen de bergen zich
Daarna de cypressen en de platanen
Die op terrasjes neerstorten
En littekens achterlaten
Een luchtige kadans
Mensen in de coupé
Een man met een camera en tv’tje
Ik zit in de staart van de trein
Zie hoe het spoor achter ons wegraast

2001


 
Schiet in eenvoud

Hoe simpel was het
We zagen alleen vierkantjes
Bewegend over een groen scherm
Zo direct was het contact
Van speler tot spel
Geen tuinen vol bloemen
Platgereden door zwarte
Strepen van autobanden
Een druk is een kogel
Raak of mis
Meer dan dat is slechts
Een futiliteit een bagatel
Niets voor het oog
Meer dan vierkantjes en rechthoekjes
10 PRINT “hello”
20 GOTO 10
Heerlijk!

2001 


   
De namen van de straten

Met een verouderde kaart
Begeven we ons door
De steenwoestijn
Af en toe een plukje groen
Leninstraten en revolutiepleinen
Allen onder hun oude benamingen
Allen in Tsaristische stijl
Herbouwd, gerenoveerd
En mooi is het.

2001


 

Struikel over de disselboom [uitleg]


Opgejaagd door wolven
Door de natte sneeuw
Sleept zich voort
Een briesende knol

Opgejaagd op het werk
Iedereen eist van je
Dat je snelt en worstelt
Hijgend, druppels op ’t voorhoofd

Daar krijgt het paard met de karwats
Het struikelt, wordt naar links gestuurd
De disselboom barricadeert het
De wolven komen nader en nader

Zo zijn wij ook niet zelden
Opgejaagd over een gladde vloer
Struikelend over onze eigen benen
In de strijd tegen de tijd


2002
disselboom
 
 

[<-- terug] [home] [verder -->]

Laatst gewijzigd: 29 februari 2004

[terug]