WWW.CARELSCHOUTEN.COM


home

Gedichten van Carel Schouten [93-102]

[<-- terug] [home] [verder -->]

opgaaf

93. Bovenop het dak
94. Donkere mensen
95. De zilverglans
96. De zeven heuvels
97. Naar beneden gedonderd
98. De gouden ring
99. Over een planeet
100. Een ijzeren vuist
101. Weergeloos lachen
102. Petersburg


Bovenop het dak

Bovenop het dak ril ik
Bovenop het dak stamel ik
Bovenop het dak van de stad
Stijgt een lichte nevel op
Geluiden van trams en vogels
Bovenop het dak van de wereld
Kraakt alleen het ijs onder
Mijn voeten

2001


 
Donkere mensen audio

We overzien de stad
Die ons altijd gevoed heeft
Nu zijn we rijp
En staan we boven

Een tweetal vliegeniers
Komen op ons toe
Spreken ons koeltjes toe
Donker zijn wij, zo spreken zij

2001


 
 
De zilverglans

Hoe mooi is dit alles
Een lichte glooiing in het landschap
Hoe mooi is de glans
Van zilver in jouw mond

Ik hoef niet ver te gaan
Het is eigenlijk al klaar
Hoe mooi is toch het zilver
Van ons zilveren land

2001

De zeven heuvels

Ik zie hoe de stad ademt
Ik zie hoe de stad blinkt
De kerken op de zeven heuvels
De rampspoed die ons wachtte

Op het moeilijkste moment
Liet zij ons niet gaan
De mooie stad
De stad op zeven heuvels

2001



Naar beneden gedonderd

Alles komt als een gek naar beneden gedonderd
Zo onverwacht, zo onvoorzien
En toch was het al jaren bekend
dat niets het voorkomen kon
Zo zijn wij elke dag zonder angst en zorg
tot het gebeurt en gebeurd is met jou

2001




De gouden ring

Schittering en glans
Het flakkert in het duister
Een puntje klein maar fijn
In een onweersnacht

Elke week teken ik
Voor mijn gouden draad
Die nog lang niet grijs is
Gelukkig eigenlijk maar

Voor jou smeed ik een gouden ring
Fonkelend in het licht
Van de volle maan die
De wolkenpartijen doorboort

2001



Over een planeet audio

We draaien maar een beetje rondjes
Om een bol die zon heet
Die bol draait mee
Met andere bollen als de zon

Wij draaien mee
Met de sterren aan het zwerk
Miljarden puntjes en vlekjes
Als in een winterse nacht

Wie zijn wij?

Bewoners van een planeet
Die als enige leven heeft
Als het niet aan ons ligt
Nog zo'n vijf miljard jaar

Dan is het over
Na als rode skippybal te zijn
Verschrompelt zij, de zon
Wordt een kleine dwerg zoals dat heet

2001


Een ijzeren vuist

Een keiharde bons op de borst
Kuchend en proestend
Als van een trap afgevallen
Bonkt het hart in de keel

Een amputatie die ons raakt
In het diepst van ons wezen
Men wil een harde klap
Geven als respons

Wie zijn wij? Zo klein
Zo nietig in dit heelal
Eenzaam, machteloos
Moeten wij toezien

Of niet?

2001



Weergaloos lachen


Giechelen en grinniken
Schateren en proesten
Uit alle macht gelach
Liederlijk en lallend
Laten wij de remmen los
Hossen en jensen
Wederom, aufwiedersehen
Juich ik joepie vol jolijt
Want mooi is zij en puik ben jij

2001



Petersburg
audio
De lange straten
Het ruisen van de wind
De glimmende koepels
De uitgestrekte parken
Uitzicht van ’t balkon
De rivier, de bruggen
Geopend, de afstanden
Op een zomernacht
Wit als de hemel is
Rond middernacht
Daar wil ik zijn
Aan de oever van de rivier


2001

 

[<-- terug] [home] [verder -->]

Laatst gewijzigd: 29 februari 2004

[terug]