WWW.CARELSCHOUTEN.COM


home

Gedichten van Carel Schouten [1-10]

[<-- terug] [home] [verder -->]

opgaaf

1. En toch is het er...
2. JIJ
3. Lora
4. Op een Pinksterdag
5. Honden
6. Mijn
7. Ravijn
8. Zwembad
9. De kat
10. Het roofdier

 

En toch is het er…

In de nevel 
Zie ik twee lichten 
Steeds dichterbij 
Uit de auto 
Stap ik 
En de mensen 
Dansen 
Juichen 
En dan is het stil 
Een snerpend geluid 
Het ketst af 
En iedereen 
Loopt naar huis 

2000 


 
JIJ

Jij bent er
je wervelt om mij heen
een kanonskogel
rook rondom
Ik loop over de trambaan
en voel je
Soms ben je er,
soms ga je weg
en plaag je mij
Ik kijk uit het raam
en zie bomen,
heel veel bomen
en kleurig struikgewas
een labyrint
waar ik door loop
steeds verder dwaal ik
af
en zie mijlen achter mij,
door de heggen
mijn hart, mijn licht
Ik weet dat jij er bent

2000


 
Lora

Ineens hoorde ik haar naam, Lora.
Jij moet het zijn.
Ik wil jou lief hebben.
Ik wil jou zijn.
Er is niets mooiers dan dat.
We gaan naar de zee.
Samen. Voor altijd.

2000


 
Op een Pinksterdag

Op een Pinksterdag
Kwinkeleerde een vogel
Met een takje
Ver ver van ons vandaan
Zagen wij schepen
Kleine witte schuitjes
En ik keek naar buiten
En alles loste op

2000


 
Honden

Ik draai me om en zie
hoe zich achter mij een spektakel afspeelt.
Witte jachthonden vanachter het hek
Zijn niet tot bedaren te brengen
Mijn vingers steek ik door de spijltjes en hap
Het zweet gutst langs mijn slapen: mis

2001


 
Mijn

Diep dalen we af
Met zwarte petten op
Behalve ik
Ik laat alles over me komen
Het gruis van zout en mineralen
Een gezonde bink ben ik.

2001


 
Ravijn

En jolig beklommen we de berg,
en een ravijn gaapte ons toe
Het meer van Genève
Een sprong op de grond
Een sprong in het water
En weg voer ik
Met vader in de boot.

2001


 
Zwembad

Ik baan me door het zwembad
Blauwe en gele gloed
Ik kom tot het bewustzijn
dat de tijd verstrijkt, en ik er geen vat op heb
Elke baan is een jaar
Zoveel jaren zwem ik weg
Oude kale koppen kruipen langs me
tevergeefs probeer ik hun tempo
te evenaren.
En het lukt, met ogen dicht
Ik word al oud, zo lijkt het mij.

2001


 
De kat

De kat meneer
is een toffe peer
Hij jumpt van het balkon
Omdat dat, zo dacht hij, wel kon
Iemand ziet de vallende kat
zijn ogen staan mat
belt de dierenambulance
en die kwam aan in een kadans
De kat was weg
verschool zich achter een heg.
En kwam pas tevoorschijn
bij een muizendans

2001


 
Het roofdier

Met de staart omhoog
tegen de grond aangedrukt
sluipt slinks door het ongemaaide gras
een roofdier
twee eksters
hap hap
een houtduif
hap
twee Vlaamse gaaien
hap hap.
Het loon voor al die blikjes
feestelijk aan ons gepresenteerd.

2001

 
 

[<-- terug] [home] [verder -->]


Laatst gewijzigd: 29 februari 2004

[terug]